Zomer 2000: de Wall Street Journal start kritische berichtgeving over L&H. Er zou in Korea geknoeid zijn. Het begin van een reeks onthullingen die de koers van L&H - met 11,3 miljard euro beurswaarde ooit één van de vijf belangrijkste Belgische beurskapitalisaties - in elkaar doen klappen.

L&H vraagt bescherming tegen zijn schuldeisers. In België via een gerechtelijk akkoord, in de VS via chapter 11. Het parket van Ieper aarzelt en kiest voor een tussenformule: een ,,informatief vooronderzoek''.

Een belegger dient een strafklacht in waarop het Iepers gerecht een onderzoeksrechter aanstelt. Het gaat om de onervaren Kristof Vulsteke, verscheidene van zijn collega's zijn immers aandeelhouder van L&H.

Mei 2002: er is sprake van crisissfeer in het onderzoek naar L&H. Het Gentse parket-generaal is ontevreden over hoe Vulsteke de rol van de adviseurs en onder meer KPMG in kaart brengt. Het parket-generaal legt het dossier ter controle voor aan de kamer van inbeschuldigingstelling (KI) in Gent, een zeer uitzonderlijke stap.

Eind november 2002: de Gentse KI beslist om Vulsteke af te zetten als onderzoeksrechter van Lernout & Hauspie. Hij verloor zich te veel in details, heet het. In zijn plaats wordt raadsheer Henri Heimans benoemd, die voorheen nog onderzoeksrechter in Brugge is geweest. Vulsteke en Heimans zouden elk grofweg een tiental partijen in verdenking stellen.

In oktober 2005 legt Dexia-advocaat Hans Rieder een bom onder het onderzoek door te stellen dat er fouten zijn gebeurd bij de aanstelling van Heimans. De onderzoeksdaden van Heimans (inclusief inverdenkingstelling van Dexia en het voormalig auditcomité van L&H) en daarmee het voorrecht van rechtsmacht zouden vervallen. Rieder gaat tot in Cassatie maar krijgt ongelijk.

26 juni 2006: Heimans maakt het dossier formeel over aan het parket van het hof van beroep.

17 juli 2006: het parket laat 6 verdachten vallen en gaat door met 22 partijen.

(pdd)