ANALYSE. Waarom de Belgische gezinnen niet euforisch zijn over hun financieel vermogen
België telt vandaag 65.000 euromiljonairs. Foto: © BDW
Belgen bezitten samen 793 miljard euro aan spaargeld en beleggingen. Gezinnen profiteren van beurshausse en fiscale maatregelen. De gewijzigde samenstelling maakt ons vermogen kwetsbaarder voor een nieuwe beurscrisis.

Iedereen droomt er stiekem wel eens van: zo rijk worden dat je voor de rest van je dagen kan gaan rentenieren. Gedaan met de lange wachtrijen in het bankkantoor of de wekelijkse martelgang langs het groeiende park onpersoonlijke automaten in de selfbank.

Wie door erfenis of ondernemingslust een stevig kapitaal heeft vergaard, kan rekenen op een discrete ontvangst in chique herenhuizen, om onder het genot van een goed glas wijn en een dikke sigaar de voortgang van de portefeuille te bespreken.

En hoewel het voor velen bij dagdromen blijft, slagen er steeds meer Belgen in om tot het selecte kransje van superrijken door te dringen. De wereld telt vandaag ongeveer 8 miljoen euromiljonairs. Volgens een recente schatting van Fortis leven er daarvan 65.000 in België. Dat zijn er 20.000 meer dan vijf jaar geleden. Daarnaast hebben nog eens 180.000 gezinnen vandaag al een spaarpotje van tussen 250.000 tot 1 miljoen euro ( DS 28 januari ) .

En niet alleen de toplaag boert goed. Volgens de laatste cijfers van de Nationale Bank ( zie tabel ) hadden de Belgische gezinnen nog nooit zoveel spaargeld en beleggingen als vandaag.

Het totale (bruto) financiële vermogen van de Belgische gezinnen klom in het eerste kwartaal van 2006 naar een recordniveau van 793 miljard euro ofwel gemiddeld bijna 80.000 euro per inwoner. Zelfs als rekening wordt gehouden met de licht gestegen schuldenlast van de gezinnen - voornamelijk door het afsluiten van hogere woonkredieten - is de gemiddelde Belg vandaag rijker dan in het recordbeursjaar 2000.

,,Belg rijker dan ooit", koppen de kranten van De Persgroep daarom nogmaals in koor. Cijfermatig klopt dat natuurlijk wel, maar dat is wellicht niet de belangrijkste conclusie.

Want bovenstaande vaststelling is allesbehalve opzienbarend. Het financieel vermogen van de Belgische gezinnen zit al ruim twee jaar onafgebroken in de lift.

Sterker nog, het bruto financieel vermogen van de Belgen steeg al in juni 2005 boven het vorige record van juni 2000. We zijn dus al drie opeenvolgende kwartalen ,,rijker dan ooit". Toch zagen we de voorbije maanden geen enkel teken van plots opduikende volkseuforie.

De verklaring hoef je niet ver te zoeken. Zo wordt bijvoorbeeld nogal snel vergeten dat de cijfers het voorbije anderhalf jaar kunstmatig opgesmukt zijn door een aantal overheidsmaatregelen, zoals de fiscale amnestie en de forse verlaging van de schenkingsrechten.

Daardoor is een behoorlijke brok zwart geld geleidelijk aan opgedoken in de officiële statistieken. Door de strengere Europese spaarfiscaliteit is de verleiding bovendien minder groot om zwart geld in het buitenland te parkeren.

In bovenstaande cijfers van de Nationale Bank wordt ook geen rekening gehouden met het kapitaal dat de Belgen geïnvesteerd hebben in onroerend goed. En hoewel dat de voorbije jaren fors is gestegen, kan de waarde van uw huis niet zomaar in geld worden omgezet.

Verder is ons financieel vermogen onlosmakelijk verbonden met de gezondheid van de beurzen. En die deden het de voorbije twee jaar erg goed. Zo klom de Bel20-index in 2005 ruim 20 procent hoger.

Maar in mei van dit jaar kwam een abrupt einde aan de zorgeloze beursrit naar boven. De aandelenkoersen klapten in elkaar en deinden sindsdien onrustig op en neer.

En dat zal voelbare gevolgen hebben voor ons gezamenlijk financieel vermogen. Want de voorbije tien jaar is de samenstelling van ons spaargeld en onze beleggingen fors gewijzigd. Het aandeel van vastrentende, risicoloze beleggingen smolt weg als sneeuw voor de zon.

Met 99 miljard euro beleggen we gemiddeld samen slechts 13 procent van onze totale portefeuille in vastrentende effecten als kasbons en obligaties. In 1992 was dat nog een derde van onze spaarcenten.

De aanhoudende daling van de langetermijnrente, die vorig jaar een historisch dieptepunt bereikte, is daar niet vreemd aan. Dankzij de extreem lage rente konden de meeste banken hun klanten met succes naar meer aantrekkelijke beleggingen duwen, zoals aandelen (9 procent), beleggingsfondsen (17 procent) en verzekeringsproducten (23 procent). Niet toevallig producten waarop de banken rijkelijke commissies kunnen verdienen.

De gevolgen laten zich echter raden. Door de fors gewijzigde samenstelling is ons financieel vermogen nu veel gevoeliger voor beursschommelingen dan vroeger. En dat kan zware gevolgen hebben.

De laatste beurscrisis deed tussen juni 2000 en maart 2003 liefst 87 miljard euro aan spaargeld verdampen. Het was de eerste keer sinds 1980 dat het financiële vermogen van de Belgische gezinnen zo'n forse klap te verwerken kreeg.

Een volgende, gelijkaardige beursmalaise dreigt ons nog een stuk meer te kosten. De huidige recordcijfers van onze rijkdom, zijn dan ook niet meer dan een momentopname. Al mag ons dat natuurlijk niet beletten om zo nu en dan eens stiekem weg te dromen.



Nico Tanghe is redacteur economie. Elke dag beantwoordt de redactie een actuele vraag.