Dresdner Bank was grootste financier van SS
Het rapport van de historici is erg belastend voor het verleden van de Dresdner Bank. Foto: © EPA
Uit historisch onderzoek blijkt dat de Duitse Dresdner Bank nauwe banden had met het nazi-regime.

De Dresdner Bank werkte tijdens de nazi-periode vrijwillig samen met de verantwoordelijken van de massamoord en heeft daarmee een zware historische schuld op zich geladen. Dat concludeert een team van tien historici dat het verleden van de Dresdner Bank onderzocht heeft (DS 18 februari). ,,We aanvaarden de waarheid, ook als ze ons pijn doet'', reageert de directie van de bank, die nu deel uitmaakt van het Allianz-verzekeringsconcern. Vijftig jaar na de oorlog minimaliseerde ze nog haar rol in het Derde Rijk. Pas in 1997 gaf ze, onder zware druk, de opdracht tot een onafhankelijke studie. Vier boekdelen, samen ruim tweeduizend bladzijden dik, werden zopas gepubliceerd onder de titel Die Dresdner Bank im Dritten Reich. De leiding van de bank bestond niet uit anti-semieten. ,,Het ging om een sluipende barbarisering van de ondernemingsmoraal. En het is ook niet dat er geen alternatieven waren. Uitgerekend bij haar verwerpelijkste transacties was het voor de bank beslist mogelijk geweest anders te handelen'', aldus de historicus Johannes Bähr.

In 1931, na het uitbreken van de Grote Depressie, was de Dresdner Bank door nationalisatie voor het faillissement behoed. Voor de eerste vier jaar na de machtsovername door de nazi's kan ze dan ook inroepen dat ze een bank in staatshanden was en dus onvermijdelijk sterk onder de invloed van het regime stond. Maar in 1937 werd ze weer geprivatiseerd, en van dan af was ze wel degelijk betrokken bij de uitbuiting en de uitroeiing van het joodse volk en bij het plunderen van de buurlanden. Tussen 1933 en 1945 verachtvoudigde de Dresdner Bank haar winst voor belastingen.

Ze ontsloeg haar joodse werknemers, die ongeveer vijf procent van haar personeelsbestand uitmaakten, en was overal in het land betrokken bij de Arisierung, de doorgaans verplichte overdracht van joods eigendom aan niet-joden. Daardoor floreerde ook de kredietafdeling, want de overname - tegen een zacht prijsje - gebeurde doorgaans met geleend geld.

Geen enkele andere particuliere onderneming onderhield zulke nauwe banden met de SS. De Dresdner Bank kende de staat voor omgerekend 160 miljoen euro kredieten toe. Omgekeerd transfereerde de SS-leiding aanzienlijke tegoeden naar rekeningen bij de bank. ,,Wij zijn de bank van de SS'', pochte het directielid Emil Meyer in 1941.

Geen enkele andere Duitse bank opende zoveel vestigingen in de bezette gebieden. Bovendien had ze een belang van 26 procent in het constructiebedrijf Huta uit Breslau (nu Wroclaw in Polen), dat crematoria en barakken in het uitroeiingskamp Auschwitz-Birkenau bouwde. Weliswaar was dat slechts een van haar talrijke participaties en er is geen bewijs dat de bankleiding van die activiteit op de hoogte was. Maar wegens haar nauwe banden met de SS wist ze al van bij de start van de Endlösung, in het voorjaar van 1942, dat ze zaken deed met massamoordenaars. Een lid van haar directiecomité, Karl Rasche, werd na de oorlog op een proces in Neurenberg trouwens tot zeven jaar opsluiting veroordeeld.

Op de vraag wat hem het meest had geschokt bij het doorploegen van het archiefmateriaal, antwoordde Bähr: ,,De reacties bij de bank in de jaren vijftig op de vragen naar schadeloosstelling voor de slachtoffers van het Derde Rijk. Elk bewustzijn van begaan onrecht ontbrak. Het stereotiepe beeld was er weer een van de jood die zijn hand openhoudt.''