BRUSSEL De discrete familiale Antwerpse groep Extraction De Smet, gespecialiseerd in de extractie en raffinage van plantaardige olie, valt grotendeels in buitenlandse handen. Extraction De Smet is een belangrijk Belgisch exportbedrijf met uitgesproken internationaal karakter. Eigenaar Jean-Marie Gille, behoudt een minderheidsaandeel van 30 procent. De verkoop is met de nodige portie geheimzinnigheid omgeven.

EXTRACTION De Smet is een typisch middelgroot Belgisch bedrijf dat in zijn sector wereldwijd een sterke reputatie uitbouwde. Vooral in de sector van olieslagers is het een naam als een klok. De groep heeft al installaties gebouwd in meer dan 150 landen. De start gaat terug tot 1946 toen de Antwerpse ingenieur Jean-Albert De Smet de allereerste continu werkende solventenextractor ontwikkelde voor de verwerking van zaden. Gaandeweg breidde Extraction De Smet het aanbod uit tot uitrustingsgoederen voor het volledige proces van binnenhalen van de zaden tot de tafelolie in de fles.

De installaties van De Smet kunnen zo'n 55 grondstoffen aan waarvan vooral sojabonen, zonnebloem-, raap- en katoenzaad en palmolie het populairst zijn.

De West-Europese olie- en vettenmarkt is een verzadigde markt die maar weinig groei kent waardoor dat het bedrijf zich vooral internationaal ontplooide. De groep koos daarbij voor een directe aanwezigheid in een twintigtal, meestal verre landen. Zo is De Smet al sinds 1958 actief in India (Bangalore) en zijn er kantoren in onder meer Shanghai, Mexico, Sao Paolo, Singapore en Kuala Lumpur. Latijns-Amerika en Azië zijn de belangrijkste groeimarkten.

Het bedrijf, met zijn wortels in de Franstalige Antwerpse bourgeoisie, koesterde al die jaren zijn gesloten familiaal karakter. Ooit had de familie Saverys een belang van 20 procent maar dat pakket werd halfweg de jaren negentig overgenomen door de familie De Smet en Jean-Marie Gille, schoonzoon van de stichter.

Tegenover de know how van De Smet stond een zwakke kapitaalstructuur. De jongste jaren kende de groep regelmatig druk op het werkkapitaal en werden de grenzen van de externe financiering afgetast.

Twee jaar geleden besloot het bedrijf om via een privé-plaatsing het kapitaal te versterken. Wat aanvankelijk de verkoop van een minderheidsbelang moest zijn, is recent uitgemond in de verkoop van een meerderheidsbelang van Extraction De Smet.

Volgens insiders gaat het om 70 procent van de aandelen. Koper is een machinebouwer voor de katoenindustrie, de groep Lummus uit Georgia (die onder meer Beaulieu of America op zijn klantenlijst heeft). Belangrijke nuance is dat Lummus niet direct koopt, maar dat het de Amerikaanse privé-aandeelhouder is, die al belangen heeft in de agro-industrie.

Lummus zelf werd in 1863 opgericht maar ging in november 1992 failliet na een ontspoord diversificatiebeleid. Vijf maanden later nam het een doorstart.

De Smet Group houdt de contracting-activiteiten in de suikerraffinage (engineering voor sleutel-op-de-deur-projecten) buiten de verkoop.Van de circa 500 medewerkers, waarvan de belangrijkste kern allen ingenieurs zijn, zijn er circa 400 betrokken bij de verkoop. Door de verkoop verwerft Jean-Marie Gille middelen om de resterende activiteiten financieel te versterken. Vooral sleutel-op-de-deur vraagt veel financiële slagkracht.

Extraction De Smet (vorig jaar omgedoopt tot De Smet Technologies & Services) had zijn thuisbasis jarenlang in het Antwerpse Edegem maar verhuisde begin vorig jaar naar Zaventem. Door de verkoop van Extraction De Smet (waar Gille voorzitter van de raad van bestuur blijft) is de groep tot nader order in veilig financieel water. De banken volgden het dossier al een tijdje van nabij op. Daarbij was voor het bedrijf vooral de inzet om de kredietlijnen open te houden. De groep beschikt anderzijds over een uitstekend gevuld orderboekje. De sleutel-op-de-deur-divisie (general contracting) realiseerde recent zowel in de olie- als suikersector enkele grote projecten.