/ Het verhaal van Sylva Van der Stricht
GRAFBLOEMEN

GRAFBLOEMEN. Misschien had hij zelf wat meer moeten haten

Sylva Van der Stricht is de weduwe van Marc Mortier, die in mei 2004 plots overleed, na een briljante loopbaan en een triest afscheid als directeur van Flanders Expo. ,,Eigenlijk heeft hij me geleerd om mensen lief te hebben.'' foto Marco Mertens
GRAFBLOEMEN. Misschien had hij zelf wat meer moeten haten
Veertien dagen voor zijn dood heeft hij een hartinfarct gehad. Maar dat wist hij zelf niet. Spierpijnen, zei de dokter. Hij kreeg medicatie, het beterde. Tot hij op de trap in ademnood begon te raken. Dit keer stuurde de huisarts hem naar een hartspecialist. Te hoog cholesterolgehalte, zei de specialist. Hij moest op dieet. Ik was doodongerust, ik had hem nog nooit zo gezien.



Van de arts moest hij vierentwintig uur in observatie. 's Nachts keerde ik terug naar huis. Een heel bange nacht. De volgende morgen belde ik hem. ,,Alles oké'', zei hij, ,,kom me rond de middag maar halen.'' Om één uur stond ik daar. Zijn kamer was leeg. Ze hadden hem in allerijl naar een ander ziekenhuis gebracht. Waarschuw de kinderen maar, zei de arts. Ik wist niet wat ik hoorde. Hij kon toch niet zomaar doodgaan, zo'n goeie man, vijfenvijftig jaar nog maar?



Hij was in coma. Hoge koorts ook, door een ziekenhuisbacterie. Toch hebben ze hem nog geopereerd aan zijn hart. Drie dagen later is hij gestorven. Hij is 's nachts gestorven. Twee van onze kinderen waren erbij. Ik niet. Het zal misschien vreemd klinken, maar ik kon het niet - ik wist dat ik het niet had aangekund. Ik wilde onze laatste contacten als mijn laatste herinneringen bewaren. Ik wilde hem als een levende bewaren, niet als een dode.



Twee momenten herinner ik me voor altijd. Toen we bij het ziekenhuis arriveerden, merkte hij ineens de etalage van een begrafenisondernemer op. Daar schrok hij van. Alsof hij iets voorvoelde, ik weet het niet. Het mooiste moment kwam toen ik 's avonds zijn kamer verliet om naar huis te gaan. We hadden afscheid genomen. Seconden later bleef ik plots stilstaan in de gang. Ik keerde terug naar zijn kamer, ik zei: 'Ik zie je graag, Marc.' Hij glimlachte. 'Ik jou ook, Sylva', zei hij. Dat moment wilde ik bewaren, niet zijn dood. Ik wilde het niet geloven. Een autopsie? Het kon, maar ik heb geweigerd. Ik wilde niet, al weet ik nog altijd niet waaraan hij nu precies gestorven is.



Op zijn doodsprentje stond een gedicht van Ida Gerhardt. Daar zat heel mijn gevoel in. Zeven maal om de aarde te gaan/Als het zou moeten op handen en voeten/Zeven maal om die ene te groeten/Die daar lachend te wachten zou staan.







Ik was een zeer bang kind. Een schuw kind. Vreemd eigenlijk, want mijn zussen en ik zijn in een heel warm milieu opgevoed. Ik heb echt een zorgeloze jeugd gehad. Hoe komt het dan dat ik zo bang ben van nature? Marc heeft dat eruit gehaald. Maar onderhuids is het blijven zitten. Want sinds zijn dood zijn die schrik en die schuwheid teruggekomen. Het komt allemaal terug. Bang voor wat? Ik kan het nauwelijks zeggen, het is zo'n algemeen gevoel. Van achterdocht in menselijke contacten tot schrik voor het donker, het zit er weer allemaal in.



In die zin was Marc zowat mijn tegenpool. En daardoor heeft hij me als het ware gedwongen om minder angstig in het leven te staan. Hij hielp me mijn schuwheid te ...

Nog geen abonnee?
Abonneer voordelig om verder te lezen

Lees dS Avond, de digitale krant en Archief+.

Ja, ik neem een proefabonnement

Bekijk onze formules >
Neem een dagkaart >

Reeds abonnee?

Nog niet geregistreerd?

Registreer