Tien jaar na Pim Fortuyn: het schaamrood van oranje

‘Is het nu uit met de hufterigheid?'

Op 6 mei 2002 werd Pim Fortuyn vermoord. Nederland belandde op een achtbaan. Er viel nog een dode, Theo van Gogh. De ene crisis ging over in de andere, nieuwe populisten stonden op, het gidsland werd een opgehitst land. Een balans. ‘Waarvoor is de democratie uitgevonden? Toch om de knuppels thuis te kunnen laten.'
‘Is het nu uit met de hufterigheid?'
© Filip Claus
‘Ik was vijf jaar, maar ik herinner het me nog goed', zegt Bob (15). ‘We reden met mijn vader en mijn moeder naar Hilversum, naar de plek waar Fortuyn was neergeschoten. Vooral mijn moeder was daar het hart van in. Ze was toen ook nog een echte racist.' Grijnzend stuitert hij zijn balletje nog iets harder tegen de grond van het verder lege speelpleintje. Op zijn pet staat een opgestoken middenvinger afgebeeld. ‘Nu is mijn moeder nog altijd hartstikke rechts, maar wel minder racistisch. Dat komt door al die buitenlanders die ik op den duur mee naar huis begon te nemen.'



‘Pim was de held van mijn ouders, maar nou weten ze ook niet meer op wie te stemmen. Geert Wilders? Die is niet van deze wereld. Je denkt de buitenlanders niet meer weg. We moeten het ermee doen. Ik heb er leren mee vechten.'



Dat bedoelt Bob letterlijk. ‘Als zij rot doen, doe je maar mee rot. Je laat je niet kennen. Ik heb ADHD, ben al een paar keer van school gestuurd. Volgde een cursus omgaan met agressie, nou gaat het beter. Ik ben best wel beleefd, vind je ook niet?'



‘Je ziet toch steeds meer wijken waar het goed mengt na al die jaren', becommentarieerde Jos de Mul daags voordien onbedoeld Bobs belevingswereld. De Mul doceert ‘filosofie van mens en cultuur' aan de Erasmusuniversiteit Rotterdam. Deze week hield hij er de prestigieuze jaarlijkse Rotterdam Lezing onder de titel Op weg naar het beloofde land. Pim Fortuyn en het politiek messianisme. ‘Fortuyn roerde duchtig in het potje van de vreemdelingen. Maar in de praktijk heeft het niet de dramatiek van de verhalen die je er zo vaak over leest. Bijna vijftig procent van de bevolking in Rotterdam is van niet-Nederlandse herkomst. Marokkaanse meisjes doen het prima op school. Ik verwacht dat de problemen generatie na generatie zullen afnemen. Die tien jaar sinds de dood van Fortuyn zijn een soort schoktherapie geweest voor Nederland. Natuurlijk, er zijn wijken waar het erg fout loopt, met criminaliteit en homopesten. Wil ik absoluut niet bagatelliseren. Maar er zijn ook veel steden en buurten waar het wel degelijk goed mengt.'



Pimland



In Spijkenisse, waar Bob woont, was het mengen van moeten. ‘Ik ben hier de enige nog blanke tiener', pocht hij. Spijkenisse, gelegen achter de haven, is met zijn 72.000 inwoners een forse voorstad. Toch wordt het verscheidene keren per dag treiterig afgesloten van het hart van stadsregio Rotterdam door een ophaalbrug. Zoiets voedt het wij-en-zijdenken. Hier situeerde zich dan ook ‘de harde kern van Fortuyns aanhang', zo blijkt uit het interviewboek 10 jaar zonder Pim . Dit is Pimland. Hier wonen de spreekwoordelijke ‘Henk en Ingrid', Bobs ouders. Anders dan de sociaal-economische, culturele en politieke elite ervoeren zij de paarse jaren van Wim Kok (1994-2002) niet als een zegen. Ze zaten thuis zonder job of in de bijstand. Hun wijk vulde zich met vreemdelingen. En het was ‘fout', bekrompen en erg jaren 30 om daarover te klagen. Dan was je een maatje van de ...

Nog geen abonnee?
Abonneer voordelig om verder te lezen

Lees dS Avond, de digitale krant en Archief+.

Ja, ik neem een proefabonnement

Bekijk onze formules >
Neem een dagkaart >

Reeds abonnee?

Nog niet geregistreerd?

Registreer