De grote Angelsaksische buyoutfondsen schuimen sinds kort nadrukkelijk de Belgische markt af op zoek naar overnames. Ze hebben daarbij honderden miljoenen euro's, soms miljarden te beleggen. ,,Ze zijn gecharmeerd door de Vlaamse stijl van noest ondernemen'', zegt Carl Meyntjens van het Britse advocatenkantoor Ashurst.

CVC Europe, Electra Partners, Alchemy, Bridgepoint, Candover, Industri Kapital, 3i, JP Morgan Partners. Het zijn maar enkele partijen die sinds enige tijd plotseling opduiken in de Belgische markt. Veel van die partijen zijn zware jongens, Angelsaksische topfondsen die op bergen cash zitten. CVC Capital bijvoorbeeld heeft een beheerd kapitaal van 10 miljard euro waarvan circa 40 procent nog niet geïnvesteerd is.

België staat sinds enkele jaren hoog op de prioriteitenlijst van deze megafondsen. ,,De Belgische markt is voor ons zeer interessant om verschillende redenen. Je hebt hier een cultuur van entrepreneurs. Degelijke bedrijven wier kapitaal nog in familiehanden is en waar een opvolgingskwestie lonkt. Het management heeft een internationale focus en zit niet opgesloten in de Belgische grenzen. De cultuur is zeer open, wat een vlot contact en communicatie verzekert'', somt Charles St. John van Electra Partners Europe in Londen op.

St. John citeert vooral uit zijn ervaring met de aluminiumgroep Aliplast van de familie Blijweert. Electra Partners Europe staat op het punt de aluminiumgroep in te lijven voor een transactiewaarde van 205 miljoen euro. Charles St. John vond in Peter Blijweert een gesprekspartner met wie het klikte. Blijweert is een geboren communicator met commerciële feeling die een opportuniteit van op afstand ruikt. Hij weet mensen in te pakken.

,,Een fonds als Electra Partners doet niet anders dan overnamedossiers bestuderen. Ze werken met een gespecialiseerd team en weten wat ze willen. Ze wijken niet teveel van hun concept af. Het zijn veeleisende klanten'', zegt Carl Meyntjens, partner van het advocatenkantoor Ashurst.

Meyntjens stond anderhalf jaar geleden ook het Brits fonds Candover bij in de overname van luierfabrikant Ontex. Met een transactiewaarde van 1,1 miljard euro een zeldzame deal in België, waar de meeste overnames een waarde hebben van minder dan 200 miljoen euro. ,,Wie enkel uit is op 1 billion euro deals, komt in België nauwelijks aan zijn trekken, maar wij opereren in het middensegment van 100 miljoen euro tot 400 miljoen euro.''

Voor lokale spelers als de Gimv, het Buyout Fund (gelieerd aan de Gimv) en het Buyout Fund van Nesbic (gelieerd aan Fortis) blijven dat stevige bedragen. CVC Europe blijft de notoire uitzondering. Dit megafonds, de nummer één of twee in Europa afhankelijk van de invalshoek, is het enige megafonds dat een lokale Belgische structuur heeft. Volgens marktkenners bestaat CVC België uit een klein maar gehaaid team. De andere fondsen werken meestal vanuit Londen, soms vanuit Amsterdam (bijvoorbeeld 3i).

,,Deals als de verlichtingsfabrikant Massive, opgekocht door CVC Capital, hadden een voorbeeldfunctie, zij hebben familiale bedrijven getoond dat je via durfkapitaalfondsen de continuïteit kunt verzekeren zonder dat je in handen valt van je concurrent'', zegt St. John van Electra.

Massive is een voorbeeld uit wat Carl Meyntjens noemt, de ,,tweede golf'' van buyout-interesse in de Belgische markt. Durfkapitaalspecialisten herinneren zich nog de eerste golf. De overname van de groep Rizla door UBS Capital, Mister Minit (UBS), Kipling (UBS) en de aluminiumgroep Alro (Barclays).

Enkel Rizla was een jackpot voor UBS. De handtassenfabrikant Kipling en de aluminiumgroep Alro werden een fiasco. Uiteindelijk kochten de voormalige eigenaars hun bedrijf terug.

De financiële markt heeft een kort geheugen. De grote buyouts uit de tweede golf, Massive, vatengroep Blagden, luierfabrikant Ontex en Aliplast, baden nog in een sfeer van optimisme. Toch hoor je nu al geruchten dat Ontex afgelopen jaar zijn budget niet haalde. Het weekblad Trends hing recent een kritisch beeld op, maar één jaar na de overname is het wellicht nog te vroeg voor het opmaken van een definitieve balans. Uiteindelijk is het op het ogenblik van de exit dat de echte balans opgemaakt wordt.

Het Britse Candover, dat Ontex voor de neus van Paribas Affaires Industrielles (PAI) wegkaapte, gaat nu al de geschiedenis in als de duurste buyout ooit in België met een overnameprijs van meer dan acht keer de operationele cashflow.

Sceptici zeggen dat ook Electra Partners een stevige prijs betaalt voor Aliplast, één van de snelst groeiende Belgische bedrijven. De biedprijs overtreft de omzet die afgelopen jaar uitkwam op 205 miljoen euro. Nu is omzet geen goede maatstaf om iets over de prijs te zeggen, maar bankiers zeggen in koor dat Electra allesbehalve een koopje doet.

,,Een koopje was ook niet waar we op uit waren. De tijd van koopjes is voorbij. We betalen wat het bedrijf waard is. Bovendien praat je hier over een bedrijf met hoge groei'', zegt Charles St. John waarmee hij suggereert dat de gehanteerde ratio's automatisch geabsorbeerd worden door de groei van het bedrijf, tenminste als de groeiverwachtingen realiteit worden.

,,En we wilden dit bedrijf hebben'', voegt St. John eraan toe. ,,Aliplast bewees zowel overnames als 'greenfield-operaties' internationaal aan te kunnen en dat charmeerde de Britten'', zei Johan Verstrepen, algemeen directeur van Aliplast recent.

,,Een buyout, een overname van een bedrijf via een specifiek overnamevehikel, is een product geworden'', zegt Carl Meyntjens van Ashurst. Bij een management buy-out (MBO) is het blijvend engagement van de directie essentieel. Grote financiële fondsen als Cinven, Electra en CVC hebben niet de ambitie om zelf het bedrijf te runnen maar beperken zich tot het strikt opvolgen of de budgetten gehaald worden, en het identificeren van groeikansen.

Typisch voor een buyout is dat het bedrijf grotendeels zijn eigen overname financiert. De toekomstige cashflow moet de overnameschulden terugbetalen. Die zijn vaak goed voor de helft tot 70 procent van de overnameprijs.

Meyntjens treedt de stelling van St. John bij dat een buyout een techniek is om bij een verkoop van het bedrijf de onderneming uit de handen van de concurrent te houden. Voor Bart Van Malderen, gedelegeerd bestuurder van Ontex, was dat het uitgangspunt. Het bedrijf verkopen aan groepen die hij jarenlang met hand en tand had bekampt, zoveel mentale soepelheid was uitgesloten, gaf Van Malderen aan.

Uiteindelijk verkocht de familie Van Malderen haar aandelen Ontex aan Candover maar herinvesteerde Bart Van Malderen circa 100 miljoen euro in de overname. ,,Hij had een dubbele rol: een sleutelpersoon in de directie als manager, maar ook financiële investeerder naast Candover'', zegt Meyntjens. ,,Via een buyout houd je als voormalig eigenaar dan wel je bedrijf uit handen van de concurrentie, maar vervolgens ben je minderheidsaandeelhouder in je eigen bedrijf. Psychologisch is dat niet neutraal'', zegt Meyntjens.

Volgens Meyntjens krijgen buyouts steeds meer een institutioneel karakter. ,,De omvang van de bedragen neemt toe. Vroeger had het management iets te zeggen, vandaag mogen ze blij zijn als ze mogen meedoen.''

CVC Capital en Bridgepoint tekenden recent voor de eerste betekenisvolle ,,secondary buyout'' in België. Een buyout op een buyout. Beide financiële groepen verkochten hun belang van gezamenlijk 80 procent in de vatengroep Blagden aan het middelgrote Britse buyoutfund Alchemy Partners. Daarmee wordt Blagden voor de tweede keer het voorwerp van een overname door een financieel fonds.

Volgens specialisten een indicatie van de vele middelen waarop een aantal durfkapitaalfondsen zitten. ,,En dat de industriële kopers vandaag relatief onzichtbaar zijn in de markt. De durfkapitaalfondsen zetten vandaag de toon'', zegt Meyntjens. Of zoals een waarnemer het zegt: durfkapitaalfondsen kopen en verkopen bedrijven; als er geen industriële kopers zijn, kopen ze dan maar van elkaar.

Electra Partners heeft 2 miljard euro kapitaal onder beheer. Het fonds Electra Partners Europe, goed voor een omvang van 1 miljard euro, is nog maar voor de helft geïnvesteerd. Op het resterende half miljard euro liquiditeiten zit een belangrijke financieringshefboom. Van de overnamewaarde van 205 miljoen euro van Aliplast wordt bijvoorbeeld slechts 72 miljoen euro gefinancierd via kapitaal uit het fonds Electra Partners Europe.

De megafondsen halen vooral hun geld op bij institutioneel kapitaal zoals pensioenfondsen en verzekeraars. Soms ook bij vermogende families alhoewel verschillende onder hen zelf meer en meer optreden als ,,hoofdsponsor'' van één specifiek fonds.

Spelers als JP Morgan Capital en Electra Partners vinden de overnamedoelwitten meestal via tussenpersonen. Zeker in de Belgische markt met haar vele familiebedrijven is het niet evident om vanuit Londen de juiste doelwitten op te sporen. CVC Capital is met zijn kantoor in Brussel daarop een uitzondering.

ABN Amro organiseerde voor de familie Blijweert een zogenaamde ,,controlled auction''. Een veilingproces waarbij een beperkt aantal partijen uitgenodigd worden om te bieden. Verlichtingsfabrikant Massive werd verkocht zonder georganiseerde veiling, een fenomeen dat steeds zeldzamer wordt. Bij een strak georganiseerde veiling bieden de financiële fondsen tegen elkaar op. Voor de verkoper een garantie dat de beste prijs bekomen wordt.

Waarschuwt een specialist: ,,De markt raakt oververhit, de financiële discipline verdwijnt. Men heeft de neiging te veel te betalen''. Een buy-outfonds mikt in regel op minstens 20 tot 30 procent rendement op de ingezette eigen middelen. Dossiers die niet aan die criteria lijken te kunnen voldoen, worden resoluut geklasseerd. Onder meer Carestel, Quick en Brantano zijn enkele bedrijven die de afgelopen jaren door buyoutfondsen werden bestudeerd zonder dat het tot een overname-akkoord kwam. Carestel is nu in de fase van gedeeltelijke ontmanteling.

Fondsen die hun rendementscriteria niet halen, rijden zichzelf vast. Bij het lanceren van een nieuw fonds vinden ze geen kapitaalverschaffers meer. Bij het ophalen van vers geld wordt kritisch naar de staat van dienst gekeken. Bij jongere fondsen die relatief snel hun middelen geïnvesteerd hebben, stelt zich het probleem dat de behoefte aan een vervolgfonds er is zonder dat het geïnvesteerde fonds al heeft kunnen desinvesteren.

Het BuyOutFund en Nesbic Buyout zijn twee relatief recente fondsen die grotendeels geïnvesteerd zijn, maar waar desinvesteren nog te vroeg komt. Het Nesbic buyoutfund heeft een zestal participaties en ziet nog ruimte voor twee deelnemingen. Dat betekent in principe een jaar werk. De Gimv is dan weer volop bezig met het lanceren van een buy-outfonds voor de Duitse markt via zijn dochter Halder.

Daar waar bij MBO's (management buyouts) expansiefinanciering voorop staat, is dat helemaal anders in het geval van bedrijven als Real Software en Ubizen die omschreven worden als ,,turn around gevallen'' - een eufemisme voor probleemgevallen waar men hoopt op beterschap.

Opvallend is dat bij Ubizen een financieel consortium rond Kennet Ventures, Apax Partners en KBC-Investco het lijkt te moeten afleggen voor Betrusted uit de VS, dat wel industriële synergie kan aanbieden. In deze dossiers is de financiële inzet vrij beperkt. De one billion euro deal is uiterst zeldzaam in België. ,,Maar ik verwacht er nog een dit jaar'', zegt Meyntjens.