Sommige groepen van werklozen zijn erg moeilijk te bereiken. Dat concludeert Fons Leroy, de baas van de VDAB, uit de werkloosheidscijfers van oktober. Maar er wordt aan gewerkt.

Wat zijn voor u de belangrijkste tendensen in de cijfers? Bij bepaalde groepen blijft de werkloosheid hardnekkig: bij de ouderen en de allochtonen, bijvoorbeeld. Daar zien we weinig of geen verbetering. De enige groep waar we een merkbare verbetering zien, is bij de laaggeschoolde vrouwen. Maar dat is het effect van de dienstencheques die zich vooral op deze groep richten. Toch zien we voor het eerst een lichte daling van de cijfers. We doorbreken de stijgende lijn die er al sinds december 2000 is. Dat was voorspelbaar. Maar de werkloosheid blijft hoog. De cijfers liggen nog altijd ruim honderdduizend eenheden hoger dan in 2000.

Zal deze dalende tendens zich doorzetten? We vermoeden dat de tendens zal doorgaan. Onder voorbehoud van grote schokken, zoals de ontslagberichten die vandaag (gisteren, red.) in de pers verschenen. Maar we hebben maatregelen op stapel staan om de hardnekkige werkloosheid aan te pakken. Er komen projecten voor ouderen en voor allochtonen.

Daarnaast zijn er de plannen om de jeugdwerkloosheid in de grote steden aan te pakken. In het voorjaar komen er gerichte acties op maat van die doelgroepen.



Kunt u iets doen om de cijfers naar beneden te halen? Het Vlaamse onderdeel van het generatiepact moet nog ingevuld worden. Dat gaat dan vooral om de ouderen. Voor de allochtonen zoeken we samen met enkele bekende organisaties naar mogelijkheden.

Maar zoals de minister van Werk zei, de overheid is niet helemaal machteloos, ondanks de open internationale economie waarin we werken. We gaan onze activiteiten, zoals de dienstencheques, uitbreiden naar de andere doelgroepen.

Zijn daar al concrete ideeën voor? Er zijn concrete voorstellen. Maar die zullen eerst voorgelegd worden aan de sociale partners. Er moet eerst een draagvlak gecreëerd worden bij die sociale partners.

Bent u tevreden met de cijfers? Neen, ze zijn veel te hoog. We zijn nu druk bezig om alle min-veertigjarigen op te roepen. In juni volgen dan alle min-vijftigjarigen. Die hebben een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Maar na hun toeleidingstraject willen zij ook een job zien. Daarom is het wenselijk dat er extra banen gecreëerd worden. Maar daarvoor is een economische heropleving nodig.



Is dat het teken dat de economie opveert?

Dit is een lichte herleving. Mogelijk de voorbode van een echte heropleving. Maar we beleven nog geen economische opleving zoals in de jaren 1999-2000.