'Olla Vogala' nog even in woordenboek

BRUSSEL - De specialisten Oud-Nederlands van de Lage Landen reageren verdeeld op de bewering van de Gentse hoogleraar Luc De Grauwe dat het prilste vers van de Nederlandse literatuur, 'hebban olla vogala', geen Oud-Nederlands maar Oud-Engels is. Taalkundig heeft De Grauwe een sterk argument, maar het materiële bewijs, het handschrift, blijft volgens veel collega's doorwegen voor het Nederlands.
Professor De Grauwe, een expert Germaanse taalkunde, onderzocht het vers tegen de gangbare opvattingen niet als Nederlands maar als Engels. Hij kwam tot het besluit dat op een na alle woorden Oud-Kentse woordvormen zijn ( DS 28 oktober). De verzen werden door een monnik neergepend in de abdij van Rochester in Kent.



Frits van Oostrom, hoogleraar aan de Universiteit van Utrecht, zegt in het NRC Handelsblad dat hij onder de indruk is van analyse van De Grauwe, maar hij deelt de conclusie niet. Struikelblok blijft het feit dat het handschrift niet Engels is. ,,Alleen al om die reden blijft er voor een Vlaamse monnik in een Engels klooster toch heel veel te zeggen'', zegt Van Oostrom.



Het handschrift waarin het zinnetje in 1931 ...

Nog geen abonnee?
Abonneer voordelig om verder te lezen

Lees dS Avond, de digitale krant en Archief+.

Ja, ik neem een proefabonnement

Bekijk onze formules >
Neem een dagkaart >

Reeds abonnee?

Nog niet geregistreerd?

Registreer