Het generatiepact leidde tot een aantal interviews en debatten op de VRT die blijkbaar vooral een politiek correct beeld moesten oproepen over de wensen van de Belgen voor hun pensioen. Maar wie inzicht wil in de pensioenmaterie kan beter te rade gaan bij het dossier ,,Pensioenbarometer'' op de website van Axa.

De resultaten voor België zijn vergelijkbaar met die voor andere Europese landen, voor de Verenigde Staten, Japan en Australië. Men ontkomt niet aan de conclusie dat de ervaringen en wensen van de meeste westerlingen heel gelijklopend zijn met die van de Belgen.

Over alle materies plaatst de enquête de antwoorden van de actieven naast die van de al gepensioneerden. Het is frappant dat actieve Belgen liefst met 56 jaar met pensioen zouden willen. Maar de gepensioneerden zien dat liever drie jaar later, en ze staan ook positiever tegenover het verhogen van de feitelijke pensioenleeftijd.

Wereldwijd geven gepensioneerden de leeftijd van 59 jaar op als de feitelijke gemiddelde pensioenleeftijd. Maar overal wordt ook ijverig met pensioen gegaan vóór de leeftijd van 65 jaar. En de Belgen zijn op dat gebied helemaal geen koplopers, want 71 procent van de Amerikanen en nog meer Canadezen gaan vrijwillig met vervroegd pensioen.

Maar geen overhaaste conclusies! Op de vraag of ze na pensionering nog een betaalde professionele activiteit zouden willen uitoefenen antwoordt de helft van de actieve Belgen positief. Maar het wordt moeilijk gemaakt, want slechts 8 procent zegt passend werk gevonden te hebben, tegen 15 procent Amerikanen en 40 procent Japanners.

Wat met het beeld van de afgeleefde werknemer die naar zijn pensionering snakt? Tachtig procent van de Belgen (en 98 procent van de Amerikanen) vindt dat 65 jarigen nog best kwalitatief werk kunnen leveren. De Belgen vinden zichzelf nog best in staat om vijf jaar langer te werken, en vinden iemand pas ,,oud'' vanaf 75 jaar. Amerikanen vanaf 81 jaar!

Belgen net als Amerikanen weten dat het pensioeninkomen kleiner is, maar de grote meerderheid verwacht dat ze hun levensstandaard en levenskwaliteit zullen kunnen handhaven uit andere vermogensbronnen. Dat 10 procent van de ondervraagden verwacht dat het pensioeninkomen volstrekt onvoldoende zal zijn, versterkt de geloofwaardigheid van de enquête.

Er worden vele instrumenten gebruikt om het pensioen op te bouwen. Naast het wettelijk pensioen en de eigen woning, zijn dat spaarrekeningen, privé- en groepsverzekeringen. Belgen kiezen net zoals andere wereldburgers voor producten die erg veilig zijn. Opvallend is dat in België de rol van aandelen en obligaties relatief zwak is. Slechts 14 procent van de Belgen tegen 22 procent van de Amerikanen verkiest producten met een hoger rendement en meer risico zoals aandelen en obligaties. Ook pensioenplannen van de ondernemingen en sparen via de werkgever spelen in België niet dezelfde sterke rol zoals in Duitsland. Is de WAP niet aantrekkelijk genoeg om aan te slaan?

Voor mij is de échte verrassing van deze enquête dat, alhoewel Belgen enorm geven om het wettelijk pensioen, niettemin 42 procent (tegenover 48 procent Amerikanen) liever zelf de volledige verantwoordelijkheid voor hun pensioen zouden willen opnemen. Wettelijk pensioen, zelf doen?

www.axa.be Emiel Van Broekhoven doceert personal finance aan de Universiteit Antwerpen