DÜSSELDORF (bloomberg, afp, dpa) ,,Dit is het enige land ter wereld waar mensen die met succes waarde creëren voor de rechtbank gesleept worden.'' Dat zei Josef Ackermann, de gedelegeerd bestuurder van Deutsche Bank gisteren op de eerste dag van het proces waarin hij samen met vijf anderen terechtstaat wegens ,,Untreue'', misbruik van vertrouwen.

Ackermann staat in het beklaagdenbankje omdat hij vier jaar geleden, als lid van de raad van toezicht van mobilofoonoperator Mannesmann, de uitkering van zo'n 57 miljoen euro aan premies en pensioenregelingen aan het management van Mannesmann mee goedkeurde.

,,Het is cruciaal dat we bonussen kunnen betalen die gebaseerd zijn op de prestaties'', aldus Ackermann voor de start van het proces, gisteren, in een toelichting voor journalisten.

De raad van toezicht van Mannesmann oordeelde destijds dat de bonussen een beloning waren voor het management omdat het de waarde van het bedrijf met ongeveer 50 miljard euro had weten te verhogen tijdens het overnamegevecht met het Britse Vodafone.

De start van het proces werd gisteren vertraagd door manoeuvres van de verdediging. Zij tekenden bezwaar aan tegen de bewoordingen van de akte van inbeschuldigingstelling, en tegen de procedure die gevolgd werd om de rechtbank - bestaande uit vijf rechters - samen te stellen. De rechters verwierpen beide bezwaren.

Het is het eerste proces dat in Duitsland gevoerd wordt over vergoedingen voor het management van een onderneming.

Centraal staat onder meer de vraag welke procedure gevolgd werd bij de beslissing om de vergoedingen uit te keren, en of die beslissing al dan niet was ingegeven door belanghebbenden. De openbaar aanklager beschuldigt de beklaagden er in elk geval van dat de uitkering van de vergoedingen niet in het belang van de onderneming was, wat in Duitsland valt onder de noemer Untreue.Naast Ackermann staan ook Klaus Zwickel, de vroegere topman van de vakbond IG Metall, Joachim Funk, destijds voorzitter van de raad van toezicht van Mannesmann en Jürgen Ladberg, de toenmalige voorzitter van de ondernemingsraad, terecht.

Klaus Esser, de topman van Mannesmann in die periode en Dietmar Droste, de personeelsdirecteur, worden beschuldigd van medeplichtigheid. Alle beschuldigden pleiten onschuldig.

De hoofdbeklaagden riskeren gevangenisstraffen tot vijf jaar. In zeer zware gevallen kan dat oplopen tot tien jaar.