Minder werkuren dan gedacht
DE gemiddelde Vlaming presteert in werkelijkheid minder werkuren dan dat hijzelf denkt. Dat is een van de opvallende resultaten van het tijdsbudgetonderzoek door de TOR-werkgroep aan de VUB (zie inzet). Dat tijdsbudgetonderzoek bekijkt de begrippen arbeid en arbeidsduur erg ruim. In feite worden drie soorten betaalde arbeid in rekening gebracht: arbeid in loondienst, als zelfstandige, maar ook activiteiten in het grijze (en zwarte) klusjescircuit. Voorts wordt ook de tijd meegerekend die werklozen besteden aan het solliciteren en actief zoeken naar een baan. Onbezoldigd vrijwilligerswerk wordt niet mee gerekend.

Gemiddeld : Elke Vlaming tussen 18 en 65 jaar die officieel actief is op de arbeidsmarkt (loontrekkers plus zelfstandigen) werkt gemiddeld 36 uur en 22 minuten per week.

Dat is meer dan bij de vorige enquête, in 1999. Toen kwamen loontrekkers en zelfstandigen samen aan gemiddeld 35 uur en 52 minuten, of een half uur minder dan in 2004. Beide groepen zijn langer gaan werken.

Als ook de groep van de niet-officieel actieve Vlamingen wordt meegeteld, bedraagt de gemiddelde arbeidsduur 34 uur en 18 minuten.

In loondienst: Voor de loontrekkers gaat het om gemiddeld 33 uur en 7 minuten. Dat cijfer is het resultaat van voltijds en deeltijds werkenden. Vooral het grote aantal deeltijds werkende vrouwen haalt de gemiddelde arbeidsuur omlaag.

Er is een groot verschil tussen de werknemers in de privé-bedrijven en die in overheidsdienst (ambtenaren, maar ook het onderwijs en politiediensten). Bij de privé-werknemers halen de mannen gemiddeld 38 uur werktijd. Of ruim vijf uur meer dan de ambtenaren. Ook bij de vrouwen is er een wezenlijk verschil.

Zelfstandigen : Voor zelfstandigen gaat het om gemiddeld 48 uur en 23 minuten. Zelfstandigen werken dus wekelijks gemiddeld vijftien uur langer dan werknemers in loondienst. Helemaal bovenaan de ranglijst staan de mannelijke zelfstandigen met een werkweek van ruim 53 uur. Bij vrouwelijke zelfstandigen gaat het om bijna 40 uur, of meer dan het gemiddelde van de mannelijke werknemers die in loondienst voor de privé of de overheid werken.

Slechts een op de vier van alle zelfstandigen werkt minder dan 36 uur per week, terwijl bij de loontrekkers de helft minder dan 34 uur per week werkt. Omgekeerd is een kwart van de zelfstandigen goed voor een werkweek van meer dan 61 uur.

Man/vrouw : Het verschil in arbeidsduur tussen mannen en vrouwen is groot. Mannen halen gemiddeld 38 uur en 44 minuten, vrouwen 29 uur en 5 minuten. Deeltijds werk bij veel vrouwen is de verklaring.

Hierbij moet een belangrijke opmerking worden gemaakt. De tijd die vrouwen aan het onbetaalde huishoudelijke werk besteden, overtreft vele malen dat van de mannen. Zodat de totaaltijd van verrichte arbeid door vrouwen (betaald en onbetaald, buitenhuis en in het eigen gezin) dat van de mannen overstijgt.

Leeftijd : De arbeidsduur verschilt sterk tussen de leeftijdsgroepen. Het mag niet verbazen dat de meest werkende leeftijdsgroep die tussen 30 en 40 jaar is, met een wekelijkse arbeidstijd van bijna 43 uur. Bij de mannelijke 55-plussers die nog aan de slag zijn, bedraagt de werkweek gemiddeld 34 uur. Dat is een pak minder dan de veertigers en jonge vijftigers, maar evenveel als de dertigers. Bij de vrouwen zijn de verschillen in arbeidsduur naargelang de leeftijd, veel minder groot. Tussen 25 en 55 jaar werken vrouwen gemiddeld 30 uur per week. De jongsten en oudsten halen 24 uur.

Gezin : De arbeidsduur verschilt ook sterk naargelang de gezinssituatie van de betrokkenen. Ook hier zijn de verschillen veel groter bij mannen dan bij vrouwen. De grootste werkbeesten zijn mannen met een werkende partner. Zij halen gemiddeld meer dan 40 werkuren per week. Alleenstaande mannen doen het kalmer aan, met minder dan 37 uur betaalde arbeid. Kostwinners (mannen met een niet-werkende partner) zitten daar tussenin.

Bij de vrouwen zijn het ook diegenen met een werkende partner die het meeste werkuren doen. Veel meer alleszins dan alleenstaande vrouwen.

Perceptie : De gegevens uit het dagboekje met tijdregistratie geven volgens de VUB-onderzoekers het meest accurate beeld van de werkelijk gepresteerde arbeidstijd. Er is alleszins een groot verschil met de gegevens uit een enquête die bij dezelfde personen werd gedaan. Als hen gevraagd wordt de gepresteerde arbeidsuren zelf in te schatten, denken de Vlamingen steevast dat ze enkele uren meer hebben gewerkt dan dat ze in werkelijkheid doen.

Als de reële arbeidsduur voor loontrekkers iets meer dan 33 uur per week bedraagt, denken diezelfde werknemers dat ze er meer dan 37 uur hebben opzitten. Of een overschatting met liefst vier uur, of omgerekend 11 procent.

Bij de zelfstandigen doet zich hetzelfde verschil voor tussen realiteit en perceptie. Zelfstandigen denken bijna 56 uur te hebben gewerkt, terwijl het in feite gaat om goed 48 uur. Een overschatting van 13 procent.

Dat verschil is volgens professor Ignace Glorieux van de VUB vooral te verklaren doordat er bij zelfstandigen een ,,erg vage grens bestaat tussen het gezinsleven en het huishouden enerzijds en de werktijd in de eigen zaak anderzijds. De winkelier die even in de keuken een boterham gaat eten, heeft het gevoelen dat hij nog altijd aan het werk is, terwijl dat strikt genomen niet meer het geval is.''

Dit is de eerste aflevering in een reeks van drie. Morgen: wanneer werken we?

Bladzijde 1: Vlaming overschat eigen werktijd.