Hard law versus soft law
Foto: © BDW
BRUSSEL - De code-Lippens gaat uit van zelfregulering en een ,,comply or explain'' benadering: bedrijven die bepaalde principes niet toepassen, mogen uitleggen waarom. Sommige Franstalige socialisten pleiten voor een restrictievere aanpak. ,,Comply or explain'' zou de deur openlaten voor excessen. We vroegen de mening van de professoren Hilde Laga, Walter Van Gerven en Hans De Wulf tijdens een rondetafel over deugdelijk bestuur.

ER is geen eenduidig antwoord op de vraag hard law versus soft law . Op het eerste gezicht is hard law aangewezen, omdat het doel van de code is het vertrouwen van de beleggers te herstellen in de leiding van beursgenoteerde bedrijven. De leiding van onze grote bedrijven moet in goede handen zijn, want zij zijn het die verantwoordelijk zijn voor de welvaart in ons land'', zegt Hilde Laga. Ze stelt vast dat vrijwel alle landen opteren voor zelfregulering. De codes tonen opvallende gelijkenissen, met als rode draad dat er een onafhankelijk toezicht moet zijn op het management.

De eenmaking van de Europese vennootschapswetgeving verloopt gemakkelijker via zelfregulerende codes, zo blijkt. ,,Toch mag je er niet te snel van uitgaan dat het 'maar' een code is. Soft law migreert geruisloos naar hard law via de interpretaties van rechters. In 2003 werd de Hollandsche Beton Groep (HBG) veroordeeld toen de Amsterdamse ondernemingskamer het gedrag van het bestuur toetste aan breed maatschappelijk gedragen opvattingen'', merkt Laga op.

Zegt Hans De Wulf: ,,Het verschil tussen hard en soft law is in de praktijk niet zo groot. Het is zeker niet denkbeeldig dat rechters in de toekomst teruggrijpen naar de code om het algemeen zorgvuldigheidsbeginsel te concretiseren. Vanuit Europa is er druk om per land één code te hebben. De vraag is: hoe dwing je de naleving ervan af? Het principe van comply or explain heeft het voordeel dat je kan afwijken, maar wiens taak is het om hierop toe te zien? De Commissie voor het Bank- en Financiewezen (CBFA)? Of is het een taak voor de externe commissaris?''

Laga pleit ervoor om het principe ,,toepassen of uitleggen'', in de wet te verankeren. ,,Als een bedrijf meent een principe niet te moeten toepassen, dan moet duidelijk zijn dat dit in het belang van het bedrijf is. Het is geen vrijblijvend à la carte gegeven.''

Voor Walter van Gerven, oud-voorzitter van de bankcommissie en voormalig onafhankelijk bestuurder bij onder meer de BBL en Janssen Pharmaceutica, moeten de door de commissie-Lippens opgestelde teksten de kans krijgen een ,,levende tekst'' te worden tijdens een inloopperiode. Dat de tekst uiteindelijk niet vrijblijvend mag zijn, is voor Van Gerven evident. ,,Als het systeem van vrijwillige naleving niet blijkt te werken, moet in een wettelijke afdwingbaarheid worden voorzien.''

Behoorlijk handelen

Van Gerven zegt iets tegen de naam ,,corporate governance'' te hebben. ,,Het zijn modewoorden die verhelen waarover het echt gaat, met name behoorlijk handelen van iemand die aangesteld is om de belangen van anderen te behartigen. Of het nu gaat om een publieke functie (ambtenaar of politicus) of een private functie (vennootschapsbestuurder, ouder of leraar), de lat waarmee behoorlijk handelen wordt gemeten, ligt voor personen die een gezagsfunctie uitoefenen hoger dan voor personen die tegenover elkaar in een positie van gelijkheid zitten. Wie in een gezagspositie verkeert, kan zijn bevoegdheid afwenden en moet daarom onderworpen worden aan een zwaardere zorgvuldigheidsplicht.''

Er valt volgens Van Gerven veel te leren uit het publiek recht. Hij geeft het voorbeeld van de Europese grondwet. Die is officieel niet bindend, maar wordt in de praktijk wel als leidraad gebruikt bij de toepassing en interpretatie van bestaande regels. Daarom is hij voorstander van algemene beginselen in plaats van gedetailleerde regels waar men over elk woord kan vitten. Net als overheden moeten ook bestuurders weten wat van hen verwacht wordt, en daarom is een gedragscode nuttig.'' Zegt De Wulf: ,,Dwingende wetten zijn alleen nuttig in situaties die je duidelijk kan vatten in een wettekst, maar heel vaak is dat niet het geval. Je kan niet op alles anticiperen.''

Integriteit

Laga: ,,Geen enkele regel kan de integriteit van een persoon inschatten of opleggen. De discussie over deugdelijk bestuur legt te veel het accent op criteria inzake formele onafhankelijkheid van de bestuurders en te weinig op de integriteit. Een Chinees spreekwoord stelt dat 'de vis begint te rotten/stinken aan de kop'. Met andere woorden: alles start met de integriteit van de leidinggevende personen. Hoe kunnen we ons ervan verzekeren dat de (beursgenoteerde) bedrijven worden geleid door integere mensen?''

De code-Lippens doet alvast enkele suggesties: profielschetsen van (kandidaat-)bestuurders moeten op voorhand vrijgegeven worden. De werking van de raad van bestuur moet regelmatig geëvalueerd worden. Maar toch lijkt het wel een discussie van de kip en het ei: als de raad van bestuur integer is, zal integere info naar buiten komen. De kwaliteit van het toezicht van bestuurders wordt dan weer bepaald door de kwaliteit van de informatie die ze zelf krijgen.

De Wulf ziet een paradox: als een schandaal losbarst, schiet men eerst op de revisor en de CBFA, maar pas in laatste instantie op de leiding van het bedrijf, terwijl vaak daar het probleem zit.

Van Gerven: ,,Integriteit kan je aanmoedigen door gedragscodes. Je hebt bureaucratische codes - een soort catechismus van verbodsbepalingen, hoe ga je om met cadeautjes of Visakaarten - en ethische waarin inspirerende waarden en objectieven vanuit een brede ethische visie worden aangegeven.''

(pdd, kdr)