Bayer Antwerpen zegt uit het dal te zijn. 60 miljoen investeringen zijn het eerste bewijs dat de chemiefabriek weer op de goede weg zit, stelt topman René De Cleyn.

VOOR de top van de Antwerpse chemievestiging moet het gisteren wel een hart onder de riem zijn geweest toen eerste minister Guy Verhofstadt tijdens de feestviering rond 40 jaar Bayer-Antwerpen beklemtoonde dat hij de geslaagde reorganisatie bij Bayer Antwerpen als voorbeeld heeft genomen voor de reorganisatie van het land die de federale regering onlangs in de steigers heeft gezet.

Bayer Antwerpen heeft moeilijke jaren achter de rug. Het bedrijf werd fors afgeslankt. Eerst door de herstructurering waarbij heel wat arbeidsplaatsen geschrapt werden en daarna door de afsplitsing van een deel van de chemie-installaties in een apart bedrijf (Lanxess).

Daardoor is Bayer-Antwerpen heel wat kleiner geworden. Het bedrijf telt vandaag 980 werknemers en verwacht voor dit jaar een omzet van 950 miljoen euro.

Door die afslanking behoort de chemievestiging van Bayer in de Antwerpse haven niet langer tot het kransje van de allergrootste chemiebedrijven van ons land.

Maar bij Bayer zijn ze vooral opgelucht omdat het chemiebedrijf zijn tweede adem heeft gevonden. Tony Van Osselaer, die deel uitmaakt van de raad van bestuur van Bayer MaterialScience - een van de drie grote divisies van het Duitse chemie- en farmaconcern - verklaarde dat de Belgische dochter weer op de goede weg zit. De gedelegeerd bestuurder van Bayer Antwerpen, Robert De Cleyn, illustreerde het met een grafiek over de productiviteitsprestatie per werknemer.

Enkele jaren geleden pakte De Cleyn met deze grafiek uit om erop te wijzen dat het met de Antwerpse chemiefabriek de verkeerde kant opging. Toen wees hij op een daling van de productiviteit van 493.000 in 2000 naar 480.000 euro per werknemer in 2002. Gisteren pakte De Cleyn uit met cijfers waaruit bleek dat de productiviteit per werknemer in 2004 opgelopen is tot 905.000 euro terwijl dit jaar een verder toename wordt verwacht tot 1,06 miljoen euro per werknemer.

Het is volgens de topman van Bayer Antwerpen de belangrijkste verklaring waarom de chemievestiging in de Antwerpse haven opnieuw in aanmerking komt voor investeringen binnen het Duitse chemie- en farmaconcern.

Zo wordt de komende jaren dankzij 60 miljoen investeringen de productie van polycarbonaat en aniline sterk verhoogd. Het gaat bovendien niet louter om uitbreidingen, maar in het geval van de productie van aniline gaat het ook om de introductie van een nieuwe technologie die binnen Bayer is ontwikkeld.

De uitbreidingswerken zijn aan de gang en zullen de totale jaarlijkse chemieproductiecapaciteit van Bayer-Antwerpen vanaf 2006 opdrijven van 1,1 miljoen naar 1,25 miljoen ton basis- en tussenproducten voor de aanmaak van kunststoffen.

Het gaat vooral over producten die nodig zijn om polycarbonaat en polyurethaan te maken. Polycarbonaat is vandaag vooral bekend als de grondstof om cd's en dvd te maken terwijl polyurethaan vooral dient om kunstschuimen te maken.