In België zijn 240.231 zelfstandige vrouwelijke ondernemers aan de slag. Dat is de helft meer dan de 159.741 zelfstandig ondernemende vrouwen in 1980. Dat blijkt uit RSVZ-statistieken die de zelfstandigenorganisatie Unizo gisteren bekendmaakte. De cijfers dateren van 2004. Sinds 2003 zijn meewerkende echtgenoten verplicht om zich ook aan te sluiten bij het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ). Daardoor komt het totaal aantal vrouwelijke ondernemers op 288.633.

In 2004 was één zelfstandige ondernemer op de drie een vrouw, terwijl de verhouding in 1980 nog minder dan één op de vier was. In 2004 daalde het aantal zelfstandige vrouwelijke ondernemers met 2000 ten opzichte van een jaar eerder, terwijl er 5.000 mannen bijkwamen.

Van de meer dan 288.000 vrouwelijke ondernemers werkt 63 procent in Vlaanderen, 29 procent in Wallonië en 8 procent in het Brusselse Gewest. In alle gewesten is de verhouding man-vrouw twee tegen één.

Vrouwen blijken goed vertegenwoordigd in de dienstensector en vrije beroepen, waar respectievelijk 42 en 43 procent vrouw is. Ze zijn het minst aanwezig in de nijverheid (20 procent), visserij (25 procent) en landbouw (31 procent).

(dds)