Deze dagen vragen alle beleggers zich af of er net als vorig jaar weer een eindejaarsrally zit aan te komen.
Traditioneel behoren de laatste maanden van het jaar op de aandelenbeurzen tot de beste, samen met de eerste van het nieuwe jaar. Maar als de aandelen zich nu aan het klaarmaken zijn voor een sprintje, zijn ze het toch bijzonder goed aan het camoufleren. Na enkele kwakkeldagen doken de aandelenindices gisteren nog eens behoorlijk in het rood. Nochtans vielen de inflatiecijfers over de maand oktober goed mee en dat zowel in de eurozone als de Verenigde Staten. Dat veroorzaakte wel al een rally op de obligatiemarkten, zodat de rente op 10 jaar met 7 tot 8 basispunten daalde tot 3,43 % in Europa en 4,48 % in Amerika. Normaal werkt een dalende rente ook positief voor aandelen, maar nu interpreteren de aandelenmarkten het gebrek aan kerninflatie -prijsstijgingen exclusief energie en voeding- eerder als een bewijs dat ondernemingen de hoge energiekosten niet of slechts gedeeltelijk kunnen doorrekenen aan de klanten. En dat weegt op de marges en dus de winst. Wie dus absoluut een eindejaarsrally wenst, moet zien dat hij de energieprijs naar beneden krijgt. Gisteren toonde de olieprijs zich nogmaals van zijn tegendraadse kant en steeg een drietal uren na de beursopening in Amerika 2%. Of de wekelijkse bekendmaking van de commerciële olievoorradenden in de Verenigde Staten daar voor iets tussenzit, is moeilijk te zeggen. De voorraden ruwe olie daalden, maar de reserves aan stookolie en diesel stegen en hielden de balans in de evenwicht. Belangrijker waren de diverse rapporten die aangaven dat de Amerikaanse vraag naar olieproducten in de VS in oktober duidelijk daalde. Dat de olieprijs toch omhoog ging kan te maken hebben met de OPEC die de vraag naar olie in 2006 naar boven herzag, met name door een hogere vraag in China. Nochtans hebben de oliesjeiks nooit meer geld gehad om te beleggen. Maar dat kan zowel naar aandelen als obligaties gaan.