De Wereldbank verwacht stabiele groei in de VS en Japan, maar een geleidelijke verbetering in Europa.

De groeiversnelling in het eurogebied, van 1,1 procent dit jaar naar misschien 1,4 procent volgend jaar en 2 procent in 2007, zou worden aangedreven door de lage rente, de uitgestelde investeringen en de minder hoge koers van de euro. Die elementen zouden het drukkende effect van de hoge olieprijzen meer dan goedmaken.

In de VS daarentegen zouden de dure olie en het verstrakkende geldbeleid een grotere weerslag hebben dan de voorbije dollardepreciatie. De Amerikaanse economie zou in de komende twee jaar kunnen groeien tegen een kruissnelheid van 3,5 procent, minder dan de 4,2 procent van 2005, maar nog altijd een heel stuk beter dan Europa.

De gemiddelde groei in de ontwikkelingswereld zou een bescheiden verdere verzwakking te zien geven, van een piek van 6,8 procent in 2004 en 5,9 procent in 2005 tot 5,5 procent in 2007. China en India zouden zeer sterk blijven presteren.

Die betrekkelijk positieve vooruitzichten kunnen door tegenvallende ontwikkelingen worden doorkruist. De evolutie van de olieprijzen is onvoorspelbaar, zeker nu er nog zo weinig ongebruikte productiecapaciteit is. Het toekomstige pad van de rente, die ondanks de recente stijging nog steeds zeer laag is, vormt een andere bron van onzekerheid.

De expansie van de wereldhandel is dit jaar fors vertraagd, maar zal vermoedelijk weer versnellen. De export van de hoogontwikkelde landen steeg in 2005 nog slechts met 4 procent. China zal daarentegen, mede wegens het wegvallen van de textielquota, zijn export in één jaar met 24 procent opvoeren.

De dollarwaarde van de Chinese textieluitvoer nam in de eerste helft van het jaar met 50 procent toe. Ook landen als India, Sri Lanka, Turkije, Bangladesh en Cambodja maken gretig gebruik van de mogelijkheden die de vrijmaking van de textielhandel biedt. Dat gebeurde ten nadele van de landen die het meest van het oude quotasysteem profiteerden, zoals Kenia, Myanmar, de Filipijnen, Nepal en Tadzjikistan. Geen van alle zijn dat grote textielexporteurs.

Dat de ontwikkelingswereld de jongste jaren zo sterk presteerde, schrijft de Wereldbank toe aan de doorgevoerde economische hervormingen. Het verbeterde macro-economische beleid wordt weerspiegeld in lagere inflatie. De handelsliberalisering (de gemiddelde invoertarieven zijn sinds de jaren tachtig verlaagd van 30 naar minder dan 10 procent), flexibeler wisselkoersen en lagere begrotingstekorten drongen de onzekerheid terug en verbeterden het investeringsklimaat. Ook de privatiseringen speelden een sleutelrol.

De bank gaat ervan uit dat het gemiddelde inkomen per inwoner in de ontwikkelingslanden in de komende tien jaar met 3,5 procent per jaar toeneemt, meer dan tweemaal sneller dan de 1,5 procent van de jaren negentig. In Oost-Azië en het voormalige Oostblok kan de extreme armoede tegen 2015 geëlimineerd zijn. Wereldwijd kan het aantal mensen dat het met minder dan een dollar per dag moet stellen gedaald zijn tot ongeveer 620 miljoen, tegen een miljard in 2002 en 1,2 miljard in 1990.

De hoofdbrok van het jaarlijkse Wereldbank-rapport over de internationale economische vooruitzichten is ditmaal gewijd aan de internationale migratie. Volgens de bank kan die zowel voor de migranten en hun gezinnen als voor de landen van herkomst en van bestemming substantiële welvaartswinsten opleveren. Ze formuleert terzake een aantal beleidsaanbevelingen.

Gezinsenquêtes wezen uit dat de financiële transfers van migranten de armoede in Guatemala met 20 procent zouden hebben verlaagd, in Uganda met 11 procent, in Bangladesh met 6 procent en in Ghana met 5 procent. Het netto-effect van de emigratie van hooggeschoolden op het land van herkomst valt onmogelijk te ramen.

Het rapport verwijst zijdelings naar een onderzoek dat de bank heeft uitgevoerd naar de financiële transfers van de Afrikaanse diaspora in België. Zelfs twintig jaar na hun aankomst blijken migranten nog aanzienlijke bedragen aan hun familie in het thuisland te blijven overmaken. In een typisch migrantengezin sturen verscheidene leden geregeld geld op, meestal naar meer dan één bestemmeling. Aan transactiekosten van België naar Congo of naar Senegal kan nochtans 10, 12 procent tot zelfs 20 procent van de hoofdsom opgaan; twee derde van de Senegalese migranten zegden dat ze meer geld zouden opsturen als er minder kosten aan verbonden zouden zijn.

Global Economic Prospects 2006. Economic Implications of Remittances and Migration.

www.worldbank.org