Belangrijk nieuws voor wie een eigen holding wil oprichten. Na jaren van onzekerheid klaart de fiscale hemel eindelijk op.

Zes jaar geleden kwam het als een donderslag bij heldere hemel: de fiscus belast een verkoop van aandelen aan de eigen holdingvennootschap als een abnormale verrichting: de meerwaarden die de aandeelhouder erop realiseert - en die tot dan toe altijd onbelast waren gebleven - werden zo, door een nieuwe interpretatie van de wet, plotseling belastbaar tegen circa 35 procent.

Consternatie en ongeloof alom bij de fiscalisten: is dit een eenmalige vergissing, een probeersel van een enkele controleur? Zal de rechtspraak volgen?

Jaren van onduidelijkheid volgden: vonnissen in de ene en in de andere richting, en onlangs nog een vonnis van de rechtbank van Leuven van 25 februari 2005 (FJF 2005/223), waar de rechter oordeelt dat:

de holding niet over financiële middelen beschikt om de prijs te betalen;

de betaling zal moeten gebeuren met een bestuurdersvergoeding, betaald door de werkvennootschap (waarom er geen dividenden betaald zouden kunnen worden is onduidelijk);

de holding ook niet over personeel beschikt, behalve de oprichters;

het dus om een constructie gaat, die opgezet is om de verkoop van de aandelen te kunnen realiseren;

de constructie abnormaal is, en bijgevolg de meerwaarde belastbaar is tegen 35 procent.

De minister van Financiën had al een paar keer geantwoord, maar vrij vaag. Nu eens was de verrichting in principe abnormaal, dan weer niet, maar de zaak moest ,,geval per geval onderzocht worden". Met andere woorden: ,,Ik weet het ook niet."

Na enkele beslissingen van de rulingcommissie heeft de minister nu de knoop doorgehakt (PV 27 sept 2005, VAK 2004-5, 16865): de oprichting van een eigen holding kan onbelast, onder bepaalde strikte voorwaarden.

Het moet vooreerst om een inbreng gaan. Bovendien mag de holding de eerste drie jaar geen kapitaalvermindering doorvoeren. Ook de werkmaatschappij mag geen kapitaalvermindering doorvoeren, tenzij als de middelen gebruikt worden voor investeringen of de financiering van andere vennootschappen.

Er mogen ook niet meer dividenden worden uitgekeerd dan vroeger, tenzij, opnieuw, voor investeringen door de holding of voor groepsvennootschappen, maar ook, ,,voor de betaling van aandeelhouders die wensen uit te treden voor zover de dividenduitkeringen worden gebruikt voor de terugbetaling van een lening of de aflossing van een rekening-courant die werd aangegaan voor de uitkoop van sommige aandeelhouders. De terugbetaling van de lening of de aflossing van de rekening-courant moet echter wel over een voldoende lange periode worden gespreid''.

Tenslotte mogen ook de managementvergoedingen niet hoger zijn dan wat vroeger werd betaald, tenzij als er ook prestaties tegenover staan die marktconform worden doorgerekend.

De minister voegt eraan toe: ,,Wat voorafgaat is onmiddellijk van toepassing en kan eveneens voor het verleden worden ingeroepen in om het even welke fase van de procedure." Ook de hangende bezwaarschriften zullen dus in die zin worden opgelost.

Het is een goede zaak dat er meer duidelijkheid is, hoewel er nog vele vragen open blijven.

Rik Deblauwe is advocaat bij Tiberghien advocaten.