Delhaize-veteraan zwaait af
Als voorzitter van het VBO (1999-2002) krijgt Gui de Vaucleroy onder meer te maken met de dioxinecrisis. Na afloop van zijn mandaat krijgt hij van de koning de titel van baron.

Foto: Photo News
Eind dit jaar neemt Gui de Vaucleroy afscheid als voorzitter van Delhaize. Hij zal dan 44 jaar voor het bedrijf gewerkt hebben. Portret van een eigenzinnig ondernemer.

GEVRAAGD naar zijn beroep, geeft Gui de Vaucleroy (70) standaard het enig mogelijke antwoord: kruidenier. En bespeurt hij daarop enige verbazing bij zijn gesprekspartner, dan voegt hij er na enkele tellen aan toe: ,,Enfin, in het groot''.

Het is niet moeilijk om je De Vaucleroy voor te stellen als de vriendelijke grutter van om de hoek, die in zijn stofjas een halve kilo gort afweegt terwijl hij op vriendelijke toon de weersomstandigheden becommentarieert. Eigenlijk is het makkelijker om je De Vaucleroy zó voor te stellen dan als de bestuursvoorzitter van een multinational die 19 miljard euro omzet maakt en over ruim 1.500 winkels in acht landen beschikt. Toch is het die hoedanigheid waar hij eind dit jaar afscheid van zal nemen. De Vaucleroy legt op 31 december de voorzittershamer van Delhaize neer wegens het bereiken van de reglementaire leeftijdsgrens, zo maakte het bedrijf donderdag bekend. Gui de Vaucleroy zal dan 44 jaar voor het bedrijf gewerkt hebben.

Dat hij niet de allures van een internationale zakenman heeft, is typisch voor deze ondernemer die adellijke wellevendheid en savoir-faire koppelt aan de discretie die typisch is voor familiale ondernemers. Zijn charisma en doortastendheid hebben ertoe geleid dat hij, naast zijn functies als voorzitter en gedelegeerd bestuurder bij Delhaize, ook gevraagd werd als voorzitter van de distributiefederatie Fedis en het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO).

Net als zijn voorganger Guy Beckers en zijn opvolger, diens zoon Pierre-Olivier, is De Vaucleroy een telg van de Delhaize-dynastie. Meer bepaald is hij de achterkleinzoon van Jules Vieujant, de schoonbroer van de Delhaize-oprichters Jules, Edouard en Adolphe Delhaize. Het nageslacht is verdeeld in acht familietakken, die traditioneel elk één vertegenwoordiger naar het bedrijf sturen. Voor Gui de Vaucleroy werd een uitzondering gemaakt op die regel. Zijn tak was al vertegenwoordigd toen hij toetrad tot de onderneming.

Zoals gebruikelijk in traditioneel geleide familiebedrijven, krijgen nakomelingen die ambitie hebben om actief te worden in het bedrijf eerst de kans zich te bewijzen. Dat geldt ook voor Gui de Vaucleroy als hij in 1960 op 27-jarige leeftijd zijn carrière start bij de financiële afdeling van de groep. In een interview met het blad De Markt vertelt De Vaucleroy hoe hij destijds niet de enige veelbelovende familietelg was die het in het bedrijf mocht gaan proberen. ,,In 1960 hadden verschillende jonge afstammelingen de leeftijd bereikt dat ze hun talenten konden gaan tentoonspreiden. De directie verspreidde hen over de verschillende diensten. Voor mij werd het de boekhouding''.

De jonge Gui, die een degelijke tweetalige onderwijsloopbaan doorlopen had in Brugge en Leuven (toen nog niet Vlaams), maakt blijkbaar indruk op de Delhaize-boekhouders. Na acht jaar wordt hij lid van het directiecomité. Daarna is het lang wachten op de volgende stap: na nog eens zestien jaar wordt hij ondervoorzitter en pas in 1990 maakt Guy Beckers plaats en kan De Vaucleroy doorschuiven naar de topjob van afgevaardigd bestuurder. Hij zal het acht jaar blijven en maakt al snel indruk: in 1991 wordt hij tot manager van het jaar gekozen door de lezers van Trends/Tendances. In 1998 schuift hij door naar de positie van voorzitter van de raad van bestuur.

In de acht jaar dat De Vaucleroy leiding geeft aan Delhaize verdubbelt het bedrijf zijn omzet van 260 miljard frank naar 521 miljard frank. De winst gaat in die periode van ruim 3 miljard frank naar 6 miljard frank, de koers stijgt van omgerekend ruim 30 naar 46 euro. De grote aanjager van die expansie was de Amerikaanse dochter Food Lion, die Delhaize in 1974 had opgericht omdat de grendelwet de uitbreiding in eigen land teveel bemoeilijkte. Tijdens het regime van De Vaucleroy bereikt Food Lion een expansietempo van twee supermarktopeningen per week.

Maar De Vaucleroy maakt ook veel werk van uitbreiding in Europa. Op het moment dat hij de leiding van Delhaize overneemt, is net een jaar eerder de Berlijnse muur gevallen. Er heerst een enorm optimisme over de kansen in het tot het kapitalisme bekeerde Oost-Europa. Delhaize blijft niet achter bij die ontwikkeling. Al in 1991 verrast De Vaucleroy vriend en vijand door de opening aan te kondigen van de eerste winkel van Delvita, de Delhaize-dochter in Tsjechië. Later zal Delhaize nog een reeks acquisities doen in Oost-Europa, dat De Vaucleroy tot aan het eind van zijn bewind als een beloftevolle regio blijft zien. Ook in Frankrijk en Griekenland doet De Vaucleroy overnames. Het Franse PG blijkt door allerlei omstandigheden de verwachtingen niet te kunnen waarmaken en is alweer uit de groep verdwenen. Het Griekse Alfa-Bèta daarentegen is momenteel een van de beter presterende dochters. Toch blijven de activiteiten in Zuid- en Centraal-Europa zorgenkindjes. Vorig jaar werd er netto 10,6 miljoen euro verloren. Desondanks blijft Delhaize er investeren.

De Vaucleroy loodst Delhaize ook door een van de meest ophefmakende episodes van de bedrijfsgeschiedenis. Terwijl de Amerikaanse dochter Food Lion al onder vuur ligt van de vakbonden wegens het niet correct behandelen van de werknemers, zorgt de televisieketen ABC op 5 november 1992 voor een opdoffer waarvan het bedrijf pas na jaren weer volledig zal herstellen. In prime time zendt het televisiestation een reportage uit waarin te zien is hoe er geknoeid wordt met de versheidsdatum van de producten. Vlees waarvan de versheidsdatum al verstreken is, wordt herverpakt en van een nieuwe sticker voorzien. De opnamen zijn gemaakt door personeelsleden met een verborgen camera.

Food Lion ziet zijn omzet meteen inzakken en op de beurs krijgt het dan nog apart genoteerde bedrijf een stevige klap. Delhaize laat het weerwerk over aan de flamboyante Food Lion-directeur Tom Smith. Die start een juridische strijd met ABC die jaren zal duren. Aanvankelijk krijgt Food Lion gelijk, maar in twee latere arresten wordt de toegekende schadevergoeding, aanvankelijk ruim 4 miljoen euro, teruggeschroefd tot een symbolische 2 dollar. De episode maakt van De Vaucleroy geen vakbondsvriend, ook al omdat de nu wegens fraude in ongenade gevallen Brusselse BBTK-secretaris Albert Faust de Amerikaanse conflicten ook hier dik in de verf zet. In 1994 komt Delhaize nogmaals in aanvaring met de vakbonden als er door stakingen een half miljard frank (12,5 miljoen euro) aan omzet verloren gaat. Het conflict heeft te maken met het ontslag van personeelsleden die zich te goed doen aan champagne die voor de winkels is bestemd.

De Vaucleroy kan zich opnieuw uitleven op sociale dossiers als hij tussen 1999 en 2002 voorzitter van het VBO is. Hij krijgt er onder meer te maken met de dioxinecrisis. Als de regering in 2001 voorstelt het stakingsrecht te wijzigen ten nadele van de ondernemingen, reageert De Vaucleroy als door een adder gebeten. Na zijn VBO-voorzitterschap wordt De Vaucleroy door koning Albert bedankt met een adellijke promotie. In plaats van jonkheer mag hij zich voortaan baron noemen.

Dat betekent echter niet dat De Vaucleroy is toegetreden tot de Brusselse incrowd die, getooid met adellijke titels, de spreekwoordelijke hoofdstedelijke salons bevolkt en van daaruit de NV België leidt. Zijn onafhankelijke opstelling wordt zeer duidelijk als hij in 2001 Etienne Davignon en Maurice Lippens de deur wijst als zij kapitaal komen inzamelen voor SN Brussels Airlines. De nochtans zeer Belgicistische De Vaucleroy verklaart en public dat luchtvaart nu eenmaal niet tot de kernactiviteiten van Delhaize behoort. Hij voegt er nog net niet aan toe dat zijn beroep kruidenier is. In het groot.