BRUSSEL China wordt geconfronteerd met een massale toestroming van buitenlands kapitaal in anticipatie op de invoering van een flexibeler wisselkoers, die ongetwijfeld zou resulteren in een koersstijging van zijn munt. Of en wanneer Peking de vaste verhouding met de dalende dollar zal opgeven, blijft evenwel een open vraag.

ZHU Min, directeur-generaal van de Bank of China, voorspelde vorige week op de jaarvergadering van het World Economic Forum in Davos dat in de eerstkomende twaalf maanden beslist zal worden de remnimbi binnen een ruimere bandbreedte te laten vlotten. De eventuele koersstijging zal dus beperkt zijn.

Steeds kolossalere kapitaalvolumes, vorig jaar naar raming 57 miljard dollar, worden ook binnengebracht door buitenlandse ondernemingen die in China investeren. Het land was in het afgelopen jaar de topbestemming van buitenlandse directe investeringen, al moet daaraan worden toegevoegd dat die investeringsstroom per inwoner zeker niet hoger is dan die naar andere groeilanden. En veel van die investeringen zijn niet van buitenlandse oorsprong: ze gebeuren in feite met Chinees geld dat via Taiwan of Hongkong wordt gerecycleerd.

Beleggen in China houdt vanzelfsprekend geen geringe risico's in. Het bankstelsel is naar westerse maatstaven bankroet en steeds nadrukkelijker wordt de vraag gesteld of de economie niet op een oververhitting afstevent. Ondanks de weerslag van de sars-besmetting in het begin van het jaar groeide ze volgens de regering over geheel 2003 met 9,1 procent, en in het laatste kwartaal op jaarbasis zelfs met 9,9 procent. Als ze ontspoort, zou dat een wereldwijde weerslag hebben.

Is de Chinese economie oververhit aan het raken? Ja, in sommige regio's en sectoren, zegt het nationaal instituut voor de statistiek. Nee, zegt Stephen Roach, hoofdeconoom van de Amerikaanse zakenbank Morgan Stanley. Het bankkrediet kende vorig jaar weliswaar een sterke expansie en op sommige vastgoedmarkten, zoals die van Shanghai, stijgen de prijzen zeer snel, maar de centrale bank ging tijdig op de rem staan met een krap monetair beleid. Het gevolg was dat het aangroeitempo van de bankkredieten in het laatste kwartaal nog slechts een derde bedroeg van dat van de voorgaande negen maanden. Een bescheiden vertraging van de economische groei zou niet slecht zijn voor China, maar de rest van Azië zou het wel wat moeilijker krijgen.

Wat de druk op Peking betreft om te revalueren, oordeelt Roach dat China als zondebok dient voor de spilzieke Amerikaanse consument die weinig of niet spaart. Het land heeft weliswaar een reusachtig handelsoverschot tegenover de Verenigde Staten, maar zijn globale handelsbalans vertoont slechts een bescheiden surplus. De argumentatie voor een revaluatie van de remnimbi noemt hij een vals probleem, maar men hanteert haar wel om de wrevel tegenover China voedsel te geven, wat tot handelssancties zou kunnen leiden. Daar komt bij dat de Chinese exportmachine voornamelijk door de buitenlandse investeerders en kopers wordt aangedreven. Waarom de munt revalueren, zo vroeg Roach, wanneer wij het zijn die de export verrichten?

Op termijn zal de remnimbi echter gezien het hardnekkige verschil in economische groei met de rest van de wereld zeer waarschijnlijk in koers moeten stijgen. In een rapport getiteld The World's Factory poneert het consultingbedrijf Deloitte dat China voor de vroege 21ste eeuw betekent wat Groot-Brittannië voor de 19e eeuw betekende: zijn binnenlandse markt is belangrijk, en dat zal ook zo blijven, maar meer en meer wordt het de locatie bij uitstek voor het maken van producten die over de hele wereld worden verkocht.

Bovendien wordt het steeds beter. In de vroege jaren negentig werd China gezien als een land met uiterst lage lonen waar bedrijven naartoe trokken om arbeidsintensieve basisproducten te maken. Vandaag is het concurrerend in veel hoogtechnologische sectoren. Het produceert meer dan 50 procent van alle camera's in de wereld, 30 procent van de air conditioners en televisietoestellen, 25 procent van de wasmachines en 20 procent van de ijskasten - en de lijst groeit aan. Er zijn technisch gesofistikeerde productieprocessen waarin China de Verenigde Staten het nakijken geeft.

Deloitte concludeert dat China zijn aandeel in de wereldexport verder zal opvoeren, niet alleen op basis van zijn laag kostenpeil maar ook omdat het een uiterst geschikte vestigingsplaats is voor de productie van een ruime waaier van goederen. Zijn productie en export zullen in toenemende mate uit hoogtechnologische producten bestaan, en een stijgend gedeelte van de export zal komen van Chinese bedrijven, veeleer dan van multinationale ondernemingen. Sommige van die Chinese bedrijven zullen zelf spelers van wereldformaat worden.

Maar tegenover die rijke beloften staan ook aanzienlijke risico's, onder meer de mogelijkheid van een bankcrisis, de sociale onrust die kan worden uitgelokt door verdere privatiseringen en het gevaar dat de westerse landen nieuwe beperkingen op de invoer uit China afkondigen.