Het omkoopschandaal in het Belgische voetbal lijkt almaar verder uit te dijen. De merkwaardigste vaststelling is dat de Chinese gokmaffia blijkbaar niet geïnteresseerd is in de toppers uit onze competitie, maar wel in de mindere goden. Volgens die logica zou het meeste geld circuleren op het laagste niveau; ik moet dat ten stelligste tegenspreken.

Ik heb geen ervaring met de Jupiler League - althans niet met de League - maar ik ben zelf, in een niet zo ver verleden, enkele jaren bedrijvig geweest binnen de Koninklijke Belgische Voetbalbond als ploegafgevaardigde van de preminiemen C van onze lokale voetbalploeg, actief ergens diep in een provinciale reeks. Ik herinner mij uit die periode vooral de totale afwezigheid van een geldcircuit.

Onze spelers traden aan in truitjes waarop reclame gemaakt werd voor een brandstoffenhandel die drie jaar voordien failliet was gegaan. Om de clubkas te stijven werd steevast een ,,Winterfestijn met Kaas en Wijn'' georganiseerd (het rijm was persoonlijk door de voorzitter bedacht), dat al snel het gezelschap kreeg van een ,,Lentefestijn met Kaas en Wijn''. Toen het menu uitzonderlijk aangepast werd, bleken de porties verkeerd ingeschat en was de vol-au-vent na minder dan een uur op. Met inzet van de noodrantsoenen uit de kantine eindigde het etentje alsnog als een kaas- en wijnavond.

Om scheidsrechters te beïnvloeden was er helemaal geen budget. Ik overhandigde de man in het zwart steevast de bescheiden, reglementair voorziene kostenvergoeding plus een drankbon voor na de wedstrijd. Tijdens de rust kreeg hij koffie of spuitwater. Toen ooit een scheidsrechter een blonde Leffe vroeg, drong een extra begrotingscontrole zich op. We hebben destijds in de tweede helft wel een licht toegekende strafschop gekregen, maar voorzichtigheidshalve prijkte in de boekhouding voortaan een post ,,Leffe voor de ref''.

Eén keer ben ik ondervraagd door het gerecht in een voetbaldossier, maar dat had niets met geld te maken. Ik was getuige geweest van de uitval van een vader die vond dat zijn zoon te weinig speelkansen kreeg en er daarom mee dreigde onze trainer vakkundig in elkaar te slaan. Mijn ondervrager leek de zaak niet echt een prioriteit te vinden. Ik vermoed dat ze gepleit wordt rond 2012.

Het dichtst bij een gokschandaal kwamen we met onze jaarlijkse tombola. Die impliceerde telkenmale een bedelronde bij de lokale middenstand om in de nodige loten te voorzien. Er bestond een stilzwijgende afspraak dat bestuursleden die een prijs wonnen, die doorschoven naar de prijzenpot voor het volgende jaar. Dat leverde in het geval van kalenders ooit een gênante situatie op, maar geen dossier voor de Kansspelcommissie.

Was er dan nooit een vuiltje aan de lucht? Gravend in mijn geheugen stuit ik op een nederlaag met 9-0 tegen Eendracht M. Een halfuur lang had onze trainer voor de wedstrijd zijn pupillen proberen in te wijden in de beginselen van de buitenspelval. Ze keken ernaar alsof hij Chinees sprak. Dat verdient verder onderzoek.