DE NIEUWE ENERGIEMAKERS (1). Albertkanaal is de toekomst
Foto: © verhoogen.be
Vlaanderen telt nog ruim 300 watermolens, maar als energiebron spelen ze geen rol van betekenis meer. De toekomst van de kleinschalige waterkracht ligt op het Albertkanaal.

Zelfs als in alle oude watermolens in Vlaanderen en Brussel een kleine waterkrachtcentrale wordt geïnstalleerd, leveren ze nog maar een bijdrage van 0,003 procent van de elektriciteitscapaciteit in ons land. Het gaat om een elektrisch vermogen van 4,2 megawatt.

Die 0,003 procent halen is bovendien volledig uitgesloten, want het vergt eerst een restauratie van zo'n 320 watermolens in heel Vlaanderen. En zelfs als daarvoor het geld wordt gevonden, is het nog niet vanzelfsprekend om overal waterkrachtcentrales te bouwen. Want in Vlaanderen en heel Europa is een discussie aan de gang over de hinder die kleinschalige waterkrachtcentrales kunnen betekenen voor het visbestand. Turbines maken bijvoorbeeld vismigratie zo goed als onmogelijk, terwijl waterwielen en hydraulische schroeven kansen bieden.

Het inventarisatiewerk van de watermolens in Vlaanderen en Brussel door Dirk Vansintjan en zijn ploeg wees al in het midden van de jaren negentig uit dat de toekomst van kleinschalige waterkracht in Vlaanderen veel meer ligt bij de sluizen en de stuwen op de Vlaamse rivieren en kanalen. Van de 232 sluizen en stuwen worden er vandaag 44 beschouwd als potentiële waterkrachtcentrales. Vijftien bevinden zich in de provincie Antwerpen, tien in Oost-Vlaanderen en negen in Limburg.

Als die sluizen en stuwen ook zouden fungeren als waterkrachtcentrale, dan kan een vermogen van 10,8 megawatt opgewekt worden. Dat de vijf sluizen op het Albertkanaal met telkens een verval van bijna tien meter het grootste elektriciteitspotentieel bieden, blijkt uit de verdeling per provincie. Antwerpen en Limburg zijn samen goed voor bijna 70 procent van het stroompotentieel. ,,Potentieel is het Albertkanaal goed voor een elektriciteitsproductie die dubbel zo groot is als wat de honderden watermolens in Vlaanderen aan stroom kunnen opwekken'', stelt Vansintjan.

Hij ging bij de inventarisatie van de watermolens nog een stapje verder en wees erop dat op de Maas ter hoogte van Maaseik zelfs een waterkrachtcentrale met een vermogen van 10 megawatt mogelijk is. Er waren toen plannen voor de bouw van een stuw. Een buitenbeentje is het idee om een getijdecentrale met een vermogen van 4,3 megawatt te bouwen aan de spuikom in de haven van Oostende.

Maar van de al die kleinschalige waterkracht langs Vlaamse rivieren en kanalen is tot nog toe niets in huis gekomen. Zoals bij de watermolens botst de bouw van waterturbines aan sluizen en stuwen met de vismigratie.

In 2000 werd voor het eerst in Vlaanderen een openbare aanbesteding uitgeschreven door de overheid voor 96 sites met een potentieel voor het opwekken van hydraulische energie. ,,Er is weinig uitgekomen omdat er grote weerstand ontstond tegen de snelheid waarmee het project gerealiseerd moest worden. Het dreigde ten koste te gaan van de vismigratie. Het resultaat van die overhaasting is dat de kansen heel klein geworden zijn dat er nog kleinschalige waterkracht mogelijk is op de rivieren'', vreest VansintjanHet enige concrete resultaat was de bouw van vijf centrales op het kanaal Leuven-Dijle. Met als gevolg dat de kleinschalige waterkracht anno 2006 nog steeds beperkt is tot enkele gerestaureerde watermolens en enkele sluizen, samen goed voor een halve megawatt elektrisch vermogen.

Het gevolg van de onderbenutting is dat Nederland meer kleinschalige waterkracht heeft dan Vlaanderen. De Nederlandse waterkrachtcentrales bevinden zich voornamelijk op de Maas. Vansintjan ziet wel een kentering. ,,Tien jaar geleden was alleen de watermolen van Rotselaar rendabel.'' Tot voor enkele jaren konden alleen de grote watermolens op een rendabele manier elektriciteit opwekken. Door de invoering van de groene stroomcertificaten en de voortdurende stijging van de elektriciteitsprijs kunnen ook kleinere watermolens een goede prijs krijgen voor de stroom die ze opwekken.

De hernieuwbare energieproducent Ecopower stimuleert momenteel eigenaars van dergelijke kleine watermolens om elektriciteit te produceren. De drijvende kracht is opnieuw Dirk Vansintjan. Terzelfder tijd onderneemt hij momenteel pogingen om de kleinschalige waterkrachtprojecten voor het Albertkanaal terug vlot te trekken. Er ligt momenteel een voorstel ter studie bij de uitbater van dit kanaal waarbij elektriciteit maken gecombineerd wordt met het garanderen van de stroomafwaartse vismigratie én de scheepvaart in droge zomers.

(pse)

www.ecopower.be www2.vlaanderen.be