Het einde van de Generale Maatschappij
Foto: © WDK
OP 31 oktober 2003, een symbolische dag in de Belgische economische geschiedenis, werd een feitelijk gegeven juridisch bevestigd. Die vrijdag is de juridische sterfdatum van de Generale Maatschappij van België, de holding die sinds 1822 het reilen en zeilen van de Belgische economie beheerste.

Concreet stemden de algemene vergaderingen van energiegroep Tractebel en de Generale Maatschappij op de laatste dag van oktober in met een fusie. De twee bedrijven waren toen al 100-procentdochters van de Franse nutsgroep Suez. De naam van de fusieonderneming - een tussenholding in de Suez-ketting - werd Suez Tractebel.

Tot aan het einde van de Tweede Wereldoorlog was de Société Generale een staat binnen de Belgische staat. De Generale had sinds het ontstaan van België bij de meeste grote bedrijven een stevige vinger in de pap. Op het toppunt van haar macht, rond de Tweede Wereldoorlog, controleerde de Oude Dame 800 van de grootste ondernemingen in België en Congo. Dat was toen veertig procent van het Belgische industriële patrimonium. De invloed van de holding was ook sociaal en politiek enorm. Beslissingen in de Brusselse salons aan de Koningstraat konden regeringen maken en breken.

Machtscentrum

Tot ver in de twintigste eeuw handhaafde de Generale zich als economisch en politiek machtscentrum van België. Tot 17 januari 1988. Toen stapte de Italiaanse zakenman Carlo de Benedetti, de topman van het elektronicaconcern Olivetti, bij René Lamy, de toenmalige gouverneur van de Generale, binnen met een doosje pralines en de boodschap dat hij bijna negentie procent van de Oude Dame in handen had en een bod op alle aandelen zou lanceren.

Het Belgische economische establishment was in shock. Enkele partijen probeerden verzet te organiseren. Onder meer André Leysen van de investeringsmaatschappij Gevaert speelde daarin een rol. Sommigen zagen in de Franse holding Suez, een geschikte witte ridder die de aanval van de Italiaan zou helpen afslaan. Suez kon daarbij rekenen op de steun van verzekeraar AG rond Maurice Lippens.

Na maanden van hevige strijd werd het pleit beslecht. Op 14 april 1988 ging de Franse groep Suez, de grootste aandeelhouder, feitelijk met de prooi lopen. Als het Belgisch establishment al hoopte dat de witte ridder respect zou tonen voor de ,,Belgitude'', kwam het bedrogen uit.

Met de controle van Suez werd de euthanasie op de roemrijke Belgische holding ingezet. Beetje bij beetje werden de participaties verkocht. De belangrijkste exits van de jongste jaren zijn Royale Belge (verzekeringen), Alcatel (telecom), Acec (elektrische uitrusting), PRB (munitie), FN (wapens), BN (transportmaterieel), CFE (bouw), CMB (scheepvaart), Generale Bank (bank), Recticel (chemie), CBR (cement), Arbed (staal) en Union Minière, nu Umicore (metalen).

Slechts enkele bedrijven uit het imperium, zoals Umicore, CMB en Recticel wisten hun lot in eigen handen te houden. AG, dat destijds Suez had geholpen om de Generale binnen te halen, mocht als dank het eigen lot in handen nemen. Eerst via een versmelting met het Nederlandse Amev, later door de G-Bank over te nemen. Het legde zo de basis van een grote financiële bank- en verzekeringsgroep in de Benelux.

Maar dat waren de uitzonderingen. Wat niet paste bij Suez werd aan de meest biedende verkocht en de mooiste brokken bleven bij Suez zelf. Dat ook de Generale zelf voor de bijl ging, werd als logisch ervaren. Al sinds 1998, toen de holding van de beurs gehaald werd, had de Oude Dame weinig of geen reden van bestaan meer.

De Generale werd een nutteloze schakel tussen Suez en Tractebel-Electrabel. Want daar was het de Fransen uiteindelijk om te doen: de hand leggen op de Belgische energiesector via de inlijving van Tractebel-Electrabel.

De val van de Generale Maatschappij vond plaats in 1987-1988, maar het is in 1997 dat België de laatste kans miste om de belangrijkste kroonjuwelen uit de Franse invloedssfeer te halen.

Parijs beslist

Suez, dat tussen 1988 en 1997 een financiële aandeelhouder was van de Generale Maatschappij en de deelnemingen Tractebel en Electrabel, veranderde in 1997 plotseling van gedaante. De holding besloot toen te fuseren met Lyonnaise des Eaux, de concurrent van Tractebel die eveneens in milieu, water en afval actief was.

Het was duidelijk dat dit een bedreiging was voor de internationale expansie van Tractebel, een van de meest succesvolle Belgische groepen. Voortaan zou Parijs beslissen over de ontwikkelingskansen van een Belgische groep die een directe concurrent was van een Franse speler.

Toenmalig Tractebel-baas Philippe Bodson probeerde nog de Belgische politiek zo ver te krijgen dat ze in Parijs zou ijveren om het beursgenoteerde Electrabel en Tractebel te laten fusioneren en zo het Belgisch karakter van deze strategische bedrijven zoveel mogelijk te vrijwaren.

De Belgen - onder meer toenmalig premier Jean-Luc Dehaene - lieten zich met een kluitje in het riet sturen. Toen Suez in de eerste jaren van 2000 in een grote financiële crisis verzeilde en een omgekeerde overname (van Suez door Electrabel) op papier mogelijk was, gebeurde opnieuw niets.

In augustus 2005 maakte Suez dan bekend dat het Electrabel volledig zou opkopen. Daarmee viel de Belgische elektriciteitssector definitief in Franse handen, opnieuw zonder dat dit in België veel beroering opwekte.

Toen het Italiaanse Enel in februari 2006 zijn belangstelling voor Suez liet blijken, reageerde Parijs wel even anders. Het duurde precies zes dagen om een fusie tussen Suez en de Gaz de France te forceren en het Frans karakter van onder meer het Belgische Electrabel te vrijwaren. Achttien jaar na de overval van De Benedetti op de Generale Maatschappij, werden de Italianen opnieuw naar huis gestuurd door de Fransen.