BRUSSEL -- Op 1 januari ruimt de frank de baan voor de euro. Twee maanden later, op 28 februari, verdwijnt de Belgische munt definitief uit het straatbeeld. Want dan verliest de frank officieel zijn waarde als wettelijk betaalmiddel. Het is het einde van verhaal van 172 jaar.

De frank werd bedacht in 1830. Als onafhankelijke staat koos België voor een nationale munt. Dat was geen overbodige luxe. Want de Zuidelijke Nederlanden waren toen al jaren één grote monetaire chaos. Zo circuleren binnen onze grenzen Nederlands en Frans geld én munten van het prinsbisdom van Luik. Ook de munten van de oude Oostenrijkse Nederlanden werden nog aanvaard. Toch duurde het nog twee jaar, tot juni 1832. Toen werd de Koninklijke Munt opgericht en de eerste Belgische frankstukjes geslagen.

De eerste zilveren munten hebben een waarde van 0,25, 0,50, 1, 2 en 5 frank. Er worden ook koperen munten van 2, 5 en 10 centiemen geslagen en gouden exemplaren van 20 en 40 frank. Al werden die laatsten niet in omloop gebracht door de hoge goudprijs.

De biljetten zijn een ander verhaal. Die werden al langer uitgegeven door privé-banken. Het eerste bankbiljet dateert van in 1783, toen België een onderdeel was van Oostenrijk. Ze werden toen uitgegeven door de Banken van Oostende en Brussel. In 1822 wordt een derde uitgever opgericht, de Nederlandsche Maatschappij ter begunstiging van de Volksvlijt, die de revolutie van 1830 overleefde als Generale Maatschappij van België .

Met de oprichting van de Nationale Bank van België (NBB) in 1850 komt ook aan die verwarring een einde. Vanaf dan mag enkel nog de NBB biljetten uitgeven. De Bank beslist uiteindelijk om coupures van 20, 50, 100, 500 en 1.000 frank uit te geven. Veiligheid speelde ook toen al een grote rol. Zo werd elk biljet apart gedrukt en door gouverneur François-Philipe de Haussy persoonlijk ondertekend.

Met de komst van Leopold II breekt een nieuw hoofdstuk aan voor de frank. Er komen nieuwe gravures op de muntstukken en er worden ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van België speciale stukken van 1 en 2 frank in omloop gebracht.

Tijdens het interbellum wordt een nieuwe reeks munten geslagen in een legering van koper, zink en nikkel. Onder de Tweede Wereldoorlog circuleert in ons land niet alleen de frank, maar ook Duits geld. Ook worden tijdens de oorlogsjaren biljetten van mindere waarde tijdelijk uitgegeven.

Na de oorlog vindt prins Karel, de toenmalige regent van ons land, dat de frank toe is aan een opwaardering. In 1948 worden de oude munten door een decreet uit de omloop gehaald en vervangen door zilveren munten van 20, 50 en 100 frank, stukken van 1 en 5 frank in een koper-nikkellegering en bronzen munten van 10 en 20 centiemen.

De muntstukken van 25 centiemen in een koper-nikkellegering doen vanaf 1964 hun intrede, net als het biljet van 20 frank. Twee jaar later wordt het biljet van 50 frank in omloop gebracht. In 1969 volgt de munt van 10 frank in nikkel.

De op één na laatste halte komt er in jaren tachtig. Er komt een nieuw 5-frankstuk in 1986, nieuwe munten van 50 frank in 1987, het 1 frankstuk krijgt een facelift in 1989. De voorlaatste reeks biljetten wordt in 1978 in omloop gebracht. Het gaat om de bankjes van 100 frank (met architect Hendrik Beyaert), 500 frank met de afbeelding van de beeldhouwer Constant Meunier, 1.000 frank (de componist André Grétry op de cover ), 5.000 met een afbeelding van dichter Guido Gezelle en 10.000 frank met een portret van koning Boudewijn en koningin Fabiola.

In de jaren negentig eindigt de Nationale Bank in schoonheid. De biljetten krijgen hun laatste nieuwe look , het kleedje waarin ze vandaag zullen verdwijnen. Een nieuwe reeks kunstenaars verving de oudere. Met Ensor, Sax, Magritte en Permeke koos de Nationale Bank resoluut voor meer internationale uitstraling.

Inmiddels is de frank aan zijn doodstrijd begonnen. De productie van de oude frank-muntjes is al in september 1998 stopgezet. In plaats daarvan is alle aandacht naar de nieuwe euro's uitgegaan. Vandaag heeft de Koninklijke Munt zo'n 1,95 miljard euromunten geslagen. De Nationale Bank drukte sinds juli 1999 al zo'n 550 miljard euro-biljetten. Het laatste biljet in Belgische frank rolde in april 2000 van de persen.