Peking heeft deze week enkele belangrijke beleidsbeslissingen genomen, die regelrecht ingaan tegen de economische hervormingen die de Wereldbank en de WTO eisen. Volgens James Kynge en Richard McGregor kiest Peking eieren voor zijn geld: sociale stabiliteit primeert boven economische vooruitgang.

Het demografisch probleem van China zit diep genesteld in de nationale psyche van het land. Dat blijkt zelfs uit het taalgebruik. Zo is er een aloud Chinees spreekwoord dat zegt: ,,Een teveel aan mensen brengt rampspoed mee.'' Een variant daarop: ,,Bergen en zeeën van mensen zorgen voor chaos.'' De angst voor honger zit zo diep in de volksaard ingebakken dat Chinezen het hebben over het aantal ,,monden'' in hun gezin. Doorheen de hele geschiedenis van het land was het de voornaamste prioriteit van de overheid om in de behoeften van de bevolking te voorzien en ondertussen chaos te vermijden. Vandaag telt China 1,3 miljard inwoners. De prioriteiten van de overheid zijn nauwelijks veranderd.

Dat heeft tot een even eenvoudige als opmerkelijke economische wetmatigheid geleid: als de economische groei vertraagt, neemt in Peking de vrees voor sociale onrust toe en schroeft de overheid haar ambitieuze en pijnlijke hervormingsplannen terug. Dat zagen we al gebeuren tijdens de Aziatische financiële crisis van 1998, en nu gebeurt het opnieuw. China trekt zijn staart in; de regering herroept sommige cruciale aspecten van de hervormingen. De verkoop van staatsobligaties op de binnenlandse aandelenbeurzen is stopgezet, faillissementen van grote overheidsbedrijven worden bevroren.

,,Het ziet ernaar uit dat we moeilijke tijden tegemoet gaan, na de aanslagen van 11 september en de groeivertraging in de wereldeconomie'', zegt een regeringsadviseur. ,,Het is dus maar logisch dat we riskante beleidsbeslissingen op de lange baan schuiven.''

China is duidelijk bezorgd om zijn groeiperspectieven, nu de export voelt dat de vraag vanuit Amerika en Japan begint te dalen. Het is ook zonneklaar dat China voorrang geeft aan sociale vrede boven economische hervormingen, zeker nu het land op een politiek scharnierpunt zit: er is immers een machtsoverdracht op komst. Maar als het land nu niet door de zure appel heen bijt, komt het meer dan waarschijnlijk in de problemen als het toetreedt tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO). China moet gewoon zijn logge staatsbedrijven herstructureren en iets doen aan zijn aandelenbeurzen, die op dit moment de vergelijking met een casino kunnen doorstaan.

De recente verschuivingen in het beleid zijn vooral belangrijk omdat ze raken aan de fundamenten van de economische hervormingen: de immense taak om meer dan 300.000 inefficiënte, overbemande staatsbedrijven om te vormen tot moderne bedrijven die de concurrentie op de internationale markten aankunnen. Die staatsbedrijven vertegenwoordigen maar een derde van het bruto binnenlands product (bbp), maar verslinden wel twee derde van de beschikbare kredieten en geven werk aan meer dan de helft van de actieve bevolking in de steden. Het is gewoon noodzakelijk een aantal van die staatsbedrijven op te doeken om overproductie tegen te gaan en middelen vrij te maken voor andere doeleinden. Maar de Chinese overheid is daar niet happig op, bevreesd als ze is dat de werkloosheid te fel zal stijgen. Toch dringt de Wereldbank erop aan dat China de wet op het faillissement aanpast, om het proces te formaliseren.

Deze week bleek echter dat Peking de tegenovergestelde richting uitgaat. Het Chinese hooggerechtshof heeft de provinciale rechtbanken opgedragen geen faillissementszaken meer te aanvaarden, als het gaat om bedrijven met meer dan 50 miljoen renminbi (6,82 miljoen euro) aan activa. Daar vallen zowat alle staatsbedrijven onder. En niemand weet wanneer de langverwachte wet op de faillissementen er eindelijk komt.

De bocht die de Chinese overheid nu maakt, lijkt niet veroorzaakt te zijn door een welbepaald incident, ook al zijn er bijna dagelijks protesten te horen van ontevreden arbeiders die hun baan kwijt zijn. De koerswijziging lijkt eerder ingegeven door een algemeen gevoel van onrust. Li Rongrong, de Chinese minister van Economie en Handel, liet eerder deze week een bijzonder pessimistisch geluid horen. ,,We vrezen dat de economie dit najaar moeilijke tijden tegemoet gaat'', zei hij. ,,En voor volgend jaar ziet het er niet veel beter uit.''

Volgens de Wereldbank daalt de jaarlijkse groei van China volgend jaar van 7,1 naar 6,8 procent. Vorig jaar dikte de Chinese economie nog met acht procent aan.

De groeivertraging heeft onvermijdelijk gevolgen voor de Chinese staatsbedrijven. In de relatief dynamische privésector komen er ongetwijfeld minder nieuwe banen bij. Ook de onmetelijke rurale economie zal de gevolgen dragen: het leger van 150 miljoen dakloze zwervers die in de steden neerstrijken op zoek naar werk of een aalmoes, zal zeker nog uitbreiding nemen.

Dat is voor de overheid reden genoeg om wat gas terug te nemen en de afslanking van de staatsbedrijven uit te stellen. In die sector werken nog altijd 140 miljoen mensen. 45 miljoen te veel, vindt de Wereldbank.

China staat op het punt toe te treden tot de WTO, en dat maakt het allemaal nog wat schrijnender. Als het zover komt, zal dat een kettingreactie uitlokken van prijsdalingen en marktliberalisering. De internationale concurrentie zal de Chinese staatsbedrijven een klap toebrengen die hen nog lang zal heugen. Peking kan de economische hervormingen dus niet blijven uitstellen.

Li Shuguang is onderzoeker aan de Chinese Instelling voor Hervorming van het Economische Systeem, die deel uitmaakt van de Staatsraad. Volgens hem wil de overheid nu de sterke staatsbedrijven laten fuseren met hun zwakkere soortgenoten. Zo wil men conglomeraten tot stand brengen naar Koreaans en Japans model. ,,China gaat inderdaad dezelfde weg op als Japan in het verleden'', zegt hij. ,,De overheid blijft grotendeels eigenaar van de bedrijven, het culturele en politieke landschap wordt nauwelijks hervormd en de politieke wereld en de bedrijfswereld zijn nauw met elkaar verbonden.''

Professor Li maakt zich zorgen dat het industriële model waarop China nu afstevent, nog meer logge en inefficiënte bedrijven zal opleveren, net zoals in Japan en Korea. Maar het lijkt onwaarschijnlijk dat Peking van mening zal veranderen: er zijn al grote fusies aangekondigd in de sectoren van de binnenlandse luchtvaart, telecommunicatie en auto's.

China stevent dus af op een conflict tussen de verordeningen van de WTO om de economie te liberaliseren en het streven om de werkloosheid binnen de perken te houden. Andy Rothman, chinaspecialist van de afdeling Nieuwe Markten bij CLSA, zegt dat China gewrongen zit tussen de eisen van de WTO en de binnenlandse problemen. ,,Als het conflict op de spits wordt gedreven, zal China zeker de binnenlandse gevoeligheden laten primeren.'' Het risico op sociale onlusten na massale ontslagen zou veel kleiner zijn als China een degelijk stelsel van sociale zekerheid had, als vangnet voor de werklozen. Maar dat is niet het geval. De beslissing van deze week om de verkoop van staatsobligaties op te schorten drukt alle hoop de kop in dat Peking in de nabije toekomst een sociale zekerheid van enige betekenis kan uitbouwen. Tien procent van de inkomsten uit die verkoop was immers bestemd voor de financiering van die sociale zekerheid. Die fondsen vallen nu weg, tenzij de beslissing snel wordt tenietgedaan.

Volgens analisten is de verkoop van staatsobligaties opgeschort om de financiële markten nieuw leven in te blazen. Die waren namelijk dertig procent gedaald sinds de obligaties in juni op de markt kwamen. De belegger reageerde enthousiast op de opschorting. De beurzen noteerden de dag zelf gemiddeld tien procent hoger. Maar er veranderde niets aan de onderliggende problemen van de financiële markten: de beursgenoteerde bedrijven stellen eigenlijk niets voor en hun management en financiële rapportering zijn zo transparant als een betonnen muur. Volgens analisten stuurt de overheid ook het verkeerde signaal naar de kleine belegger. Die denkt nu dat de overheid altijd op de bres springt als de aandelenkoersen te ver zakken. De overheid wou weerom het risico op sociale onrust wegnemen, liever dan de belegger eens te laten kennismaken met de harde wetten van de beurs.

De geschiedenis heeft de Chinese leiders geleerd omzichtig om te springen met het vertrouwen van hun bijzonder talrijke onderdanen. Maar de hervorming naar een vrijemarktsysteem vereist een doortastende aanpak. Blijkbaar komt het in China altijd weer neer op wat de grote leider Deng Xaioping ooit zei: ,,Niets is belangrijker dan stabiliteit.''