De tapijtsector zit in een diepe crisis. Overcapaciteit, krimpende vraag en aanhoudend lage marges doen vragen rijzen over de toekomst van verscheidene Vlaamse tapijtgroepen. ,,Vandaag verdient alleen Balta nog geld'', zegt Pierre Lano, van de gelijknamige tapijtgroep. Waarnemers vrezen dat delen van de sector een langdurige doodstrijd voeren.

Na de val van Louis De Poortere, ooit een toonaangevend tapijtbedrijf, kijken de Vlaamse tapijtboeren uit naar een verdere sanering in de sector. Dat is ooit wel anders geweest. De tapijtsector is samen met de houtsector (Unilin) en het baggerbedrijf (De Nul, Deme) een van de weinige sectoren waarin Vlaanderen een toonaangevende positie bekleedt.

In de tweede helft van de vorige eeuw nam de sector een nieuwe start toen een aantal vlasboeren de vlassector lieten voor wat ze was om actief te worden in tapijt en elders in de houtsector via de productie van spaanderplaten. De vlasboeren van vroeger komen elkaar vandaag opnieuw tegen in de markt van vloerbedekking. Unilin als belangrijke internationale laminaatfabrikant (Quick Step) in de markt van ,,harde vloerbedekking'', Beaulieu als wereldwijde fabrikant van zacht tapijt.

Daar waar het de producenten van harde vloerbedekking nog voor de wind gaat, toont het Beaulieu-imperium steeds grotere barsten. Zelfs in die mate dat de bejaarde stichter, Roger De Clerck, het nodig acht om zelf opnieuw delen van de groep te leiden.

Maar de vraag is of Roger De Clerck, die eigenhandig de grootste Europese tapijtgroep uit de grond stampte, de structurele problemen kan oplossen. ,,De groep wordt ondersteund met de krukken van de vader'', zegt een advocaat scherp. Al jaren vindt de sector geen afdoend antwoord op de uitdagingen. Tapijt heeft een slecht imago, de sector heeft geen antwoord op de concentratie in de distributie en aanhoudende overcapaciteit holt de marges uit. De jongste jaren daalde de vraag naar tapijt jaarlijks met 4 procent, maar zachte vloerbedekking is toch nog goed voor iets meer van de helft van de markt, zegt Pierre Lano van het gelijknamige tapijtbedrijf uit Harelbeke. ,,Het tapijt is in Europa de woonkamer kwijt, met Groot-Brittannië als uitzondering'', meent Lano.

Lano schat dat alle grote tapijtgroepen geld verliezen, met uitzondering van Balta. ,,Lano is niet verlieslatend maar we verdienen ook geen geld terwijl dat toch de inzet is'', zegt Lano. De vooruitgang van Lano (afgelopen jaar plus 10 procent) is uitsluitend te danken aan de overname van een deel van Louis De Poortere.

Lano, omzet circa 100 miljoen euro (4 miljard frank), is één van de weinige Belgische tapijtgroepen die geen volumestrategie maar eerder een nichestrategie voert. Ongeveer een kwart van de omzet is afkomstig van de contractmarkt (hotels, kantoormarkt, projecten...) terwijl dat voor de Belgische tapijtgroepen slechts enkele procenten is. Lano is ook één van de weinige aanbieders die bijvoorbeeld grastapijt aanbieden.

Maar intrede in de contractmarkt is niet evident. Ideal Group (Beaulieu) mikt op de autosector, maar moet vaststellen dat die nog vrij nationalistisch georganiseerd is. De Duitse toeleveranciers bevinden zich vaak in de onmiddellijke omgeving van de autofabrieken wat het voor buitenlandse spelers moeilijk maakt om er binnen te dringen.

Elders in de contractmarkt zijn service, snelle en kleine leveringen en maatwerk belangrijke factoren. Het Nederlandse Desso specialiseerde zich in die markt en buitte de zwakten van de Belgische concurrentie uit. Recentelijk verloor Desso overigens zelf wat pluimen als gevolg van problemen met hoofdaandeelhouder Armstrong.

Volgens VLD-senator Lano heeft de tapijtsector zichzelf de das omgedaan door te lang tapijt als een goedkoop volumeproduct te positioneren. De grootdistributie maakt volgens hem dezelfde fout. ,,Ze discussiëren alleen nog over prijzen, kortingen en bonussen en praten niet meer over het product. Tapijten kunnen zeer goed op elkaar gelijken maar technisch erg verschillende kwaliteiten hebben. Men laat de consument aan zijn lot over. Het personeel van de grootdistributie kiest de weg van de minste weerstand. Men informeert de klant niet meer.''

Voortrekker van de lage-prijzenstrategie was de groep Beaulieu. Maar Beaulieu is vandaag al lang niet meer de goedkoopste. In centraal Nederland produceren ,,gereformeerde'' fabrikanten als Condor polypropyleentapijt tegen onwaarschijnlijk lage prijzen. Nederland is een belangrijkere producent van tapijt dan bijvoorbeeld Frankrijk.

Steeds goedkoper proberen te produceren, is geen antwoord op de uitdagingen, zeggen specialisten die pleiten voor een consolidatiebeweging. ,,Ofwel gaat de overcapaciteit verdwijnen doordat er spelers bezwijken, ofwel komt er een herschikking van het productieapparaat door fusies'', zegt een financier. Ego's en trots staan fusies in de weg, waardoor de Vlaamse groepen het allemaal op eigen kracht proberen uit te zweten.

Zo'n proces kan lang duren. De doodstrijd van Louis De Poortere duurde vrijwel twaalf jaar. Sectorkenners voorspellen al verschillende jaren het einde van Associated Weavers. Dat bedrijf staat officieus al enkele jaren te koop maar niemand die geïnteresseerd lijkt. Zowel Domo Group als Lano hebben nog ooit een al dan niet innige blik op het dossier gegooid zonder dat dit tot iets leidde.

Pierre Lano is overtuigd dat voor er opnieuw Vlaamse groepen bezwijken, er eerst nog bloed gaat vloeien in het buitenland. ,,De sector is geconcentreerd in Zuidwest-Vlaanderen wat betekent dat hier sterke knowhow aanwezig is, die wordt ondersteund door een volledige cluster die zich uitstrekt tot de machinebouw.

Van de tapijtgroepen als Balta, Ideal, Domo, Berry, Ter Lembeek, Beaulieu Kruishoutem, McThree Carpets, Associated Weavers en Nelca zijn er slechts enkele die hun huishouden in orde hebben. Een financier meent dat Filip Balcaen, CEO van Balta, zijn zaakjes het best in orde heeft. ,,Balta hanteert consequent een concept van totaaloplossingen voor interieurdecoratie. Balcaen beseft welke weg hij met zijn groep moet inslaan.''

Balta, de grootste individuele tapijtgroep in Europa die circa 3.200 werknemers telt en goed is voor een jaaromzet van 500 miljoen euro, maakte recentelijk zijn intrede bekend in de sector van harde vloerbedekking. Balta en Triax (de fusie van Dekaply en Spano/Vanden Avenne) hielden de joint venture Tinterio boven de doopvont. De financiële inzet is groot en tot nu toe zijn maar weinig details bekend over het project.

,,Het financieel risico in de laminaatmarkt is groter dan in tapijt. Als tapijtboer moet je zeer goed weten waar je uitkomt als je in die sector wil investeren'', waarschuwt Lano. De Berry Group (omzet 310 miljoen euro) van Beaulieu investeert al sinds 1994 in harde vloerbedekking maar de groep valt er vooral op door zijn juridische veldslagen. De heftigheid waarmee die gevoerd worden, suggereert dat het voor Berry een kwestie is van leven en dood.

Verschillende laminaatfabrikanten worden door Berry juridisch bestookt met het argument dat ze inbreuken plegen op het kliksysteem. Tot nu toe verloor Berry als zes procedures tegen Unilin, de producent van Quick Step, maar in Duitsland en de VS draait de juridische molen voort.

,,Het is toch onwaarschijnlijk dat twee bedrijven uit dezelfde gemeente in de VS miljoenen dollars spenderen aan advocaten in verband met juridische procedures'', zegt Frans De Cock, één van de topmannen van Unilin en CEO van Unilin Decor. Duitsland en de VS zijn meteen de twee belangrijkste afzetgebieden voor laminaat. Wie daar de juridische strijd wint, trekt de laminaatmarkt naar zich toe.

De vraag is of de laminaatproducenten zich niet schuldig gaan maken aan dezelfde prijsconcurrentie die de geloofwaardigheid van tapijt onderuit haalde. Frans De Cock zegt dat het fenomeen van prijsdumping tot nu toe beperkt is tot de bouwmarkten. ,,We voeren met Quick Step een duidelijk merkenbeleid gebaseerd op kwaliteit en toegevoegde waarde'', geeft De Cock aan.

Laminaat wint nog altijd terrein op tapijt, maar ook in de harde vloerbedekking gaat het moeilijker. Volgens De Cock is dat het gevolg van de druk op de consumentenbestedingen in Centraal-Europa. ,,In Duitsland, een markt met 80 miljoen consumenten, gaat het zeer slecht. De Oostenrijkse markt is nauw verweven met de Duitse terwijl ook Italië niet ontsnapt.''

Unilin heeft alvast het voordeel op Berry Group dat het goed geleid wordt en financieel soliede blijft. Toch houdt men in Wielsbeke met alles rekening. Beaulieu-stichter Roger De Clerck springt Berry Group geregeld financieel bij. Tegenwoordig grijpt hij ook in het dagelijks beheer in.

Waarnemers menen dat Beaulieu na de opsplitsing in zes delen opnieuw toe is aan een gedeeltelijke samenvoeging. Een hergroepering zou de basis kunnen vormen van de noodzakelijke sanering van de markt van getuft tapijt en enkele zwaktes van het Beaulieu-imperium opvangen.

Zo is bij Domo de tapijtpoot te klein in verhouding tot de chemiepoot. Toen Jan De Clerck halfweg de jaren negentig een deel van Leuna overnam voor de productie van caprolactam, leek dit de kroon te zetten op de verticale integratie van Beaulieu. Jan De Clerck besloot het bedrijf voor zichzelf te houden, wat kwaad bloed zette binnen de familie.

De groep van Dominiek De Clerck, lang aangestipt als een zwakke schakel, ging enkele jaren geleden door een pijnlijke sanering. Na jarenlange problemen bij het Duitse Schaeffler en het Verlipack-fiasco was de groep financieel uitgehold. Ook hier sprong vader De Clerck financieel bij. Ondertussen blijkt dat voorlopig de financiële lekken gedicht zijn.

Zonder noodzakelijke hergroepering stevenen enkele spelers af op een langdurige doodstrijd waarbij elk economisch herstel aangegrepen wordt om de noodzakelijke maatregelen niet te nemen, zegt een financier. In de distributie is de concentratie ondertussen wel een feit. De Vlaamse tapijtboeren zullen op een bepaald ogenblik moeten inzien dat een beetje harder werken alleen niet volstaat. Misplaatste trots en mismanagement waren de bepalende factoren in de teloorgang van Louis De Poortere.

Op 23 maart 1999, aan de vooravond van het faillissement van De Poortere, vatte Roger De Clerck de uitdagingen van zijn bedrijf als volgt samen. ,,Er zijn geen twee waarheden. Niet destijds bij de start, niet gedurende de veertig jaar van ons bestaan en ook vandaag niet. Het is dan ook noodzaak terug te grijpen naar de basisprincipes die onze ontwikkeling hebben mogelijk gemaakt, willen wij vermijden te worden teruggebracht tot de staat waarin collega-bedrijven nu verkeren. Het zal werken blijven, zoals in onze startjaren, met zaterdagvergaderingen, en iedere middag werklunch, waar strategieën uitgewerkt en beslissingen genomen worden. Voor de rest iedereen op de vloer met twee voeten in de zaak waarbij de moderne technieken en computers een middel en geen doel mogen zijn.''