André Leysen kondigde deze week zijn afscheid aan als voorzitter van de investeringsmaatschappij Gevaert en het beeldverwerkingsbedrijf Agfa-Gevaert. Een gesprek over Antwerpen (,,zielig wat daar gebeurt''), het werk van zijn zonen (,,we bespreken elkaars problemen'') en de verankering (,,dat interesseert me niet meer''). En over de redding van De Standaard in 1976: ,,Ik zou het opnieuw doen.''

André Leysen wordt in juni 75. Hij loopt wat gebogen door zijn sobere kantoor in het oude hoofdkantoor van Gevaert, in Mortsel. Hij praat nog altijd bijzonder gedreven: hij kruidt zijn uiteenzettingen met gevatte opmerkingen en citeert vlot uit het werk van Victor Hugo en de joodse politiek filosofe Hannah Arendt. Hij vertelt dat hij slecht slaapt en dat hij vaak 's nachts opstaat om op het Internet binnen- en buitenlandse nieuwssites te lezen. Fietsen en joggen doet hij niet meer, maar hij zwemt nog elke dag. ,,Als een ruitenwisser: schoolslag heen en rugslag terug.''

In een hoek van zijn kantoor hangt een potloodtekening van de Duitse kunstenares Käthe Kollwitz: Moeder met twee kinderen . ,,Ik heb verscheidene werken van haar.'' André Leysen is opgetogen dat iemand interesse toont voor het werk. Want voor cultuur heeft hij altijd een bijzondere belangstelling gehad. Hij is onder meer voorzitter van het operahuis De Munt in Brussel geweest. En hij is nog altijd voorzitter van het Antwerpse kunstencentrum DeSingel, de Internationale Beethoven Stiftung in Bonn, de Karel-de-Groteprijs en de Vrienden van het Rubenshuis. ,,Aan dat laatste mandaat ben ik nogal gehecht'', zegt hij lachend, ,,want mijn voorgangers daar werden heel oud. Dat ziet er dus goed uit.''

André Leysen kondigde deze week zijn afscheid aan als voorzitter van de investeringsmaatschappij Gevaert en van de beeldverwerkingsgroep Agfa-Gevaert. De captain of industry gaat het wat kalmer aan doen. Niet dat hij nu thuis gaat zitten niksen, want hij behoudt zijn bestuursmandaat bij onder meer Deutsche Telekom en de energiegroep E.On. Hij behoudt ook zijn zitje in de internationale adviesraad van de beurs van New York. ,,Ik vecht al lang voor het recht op de 60-urige werkweek voor zeventigplussers'', zegt hij ironiserend.

U bent een uitzondering. De meeste Belgen gaan al met pensioen als ze nog maar halfweg de vijftig zijn.

,,In het begin van mijn carrière als ondernemer mocht ik geregeld werknemers decoreren die vijftig jaar in dienst waren. Ik heb eens uitgerekend dat zo iemand in zijn leven 110.000 uren heeft gewerkt. Maar het aantal uren dat iemand in een loopbaan presteert, is sindsdien gehalveerd. Nu zijn dat er zo'n 55.000 á 60.000. Tegelijk is het aantal inactieven fors toegenomen. Dat is een explosieve toestand: dat wordt onbetaalbaar. Ik zie de dag komen dat mijn opvolger voormalige werknemers gaat feliciteren omdat ze al vijftig jaar met pensioen zijn (lacht) .''

U bent ertegen dat werknemers zo vroeg met pensioen gaan. Maar in uw eigen bedrijven gebruikt u zelf het brugpensioen om oudere werknemers te laten afvloeien.

,,Inderdaad, wij zondigen er ook tegen. Ik veroordeel het systeem, maar wij moeten het gebruiken, omdat het bestaat en omdat veel werknemers wensen dat we het gebruiken. Hier botst de theorie met de praktijk.''

Als ondernemer hebt u zich vaak in het maatschappelijke debat gemengd, via voordrachten, opiniestukken in de kranten en de publicatie van boeken. U bent ook voorzitter van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) geweest. Wat heeft u ertoe gebracht het publieke forum op te zoeken?

,,Het is altijd mijn doel geweest om iets terug te doen voor de gemeenschap als ik een zekere welstand had bereikt. Niet door met de schaal rond te gaan, maar door mijn kennis en ervaring ten dienste te stellen van de maatschappij. Alleen maar ondernemer blijven en geld verdienen wordt eentonig. Wat doe je daarmee?''

,,Vanaf mijn vijftigste heb ik een derde van mijn tijd besteed aan dingen buiten mijn bedrijven. Vanaf mijn zestigste de helft van mijn tijd. Ik heb bijvoorbeeld met plezier bij De Munt gewerkt. Niet alleen omdat ik een budget kan beheersen en dat talent bij De Munt goed van pas kwam, maar ook omdat ik genoeg autoriteit had om een fantasierijke en talentrijke man als Gerard Mortier in goede budgettaire banen te leiden. En bovendien een goede vriend van hem te blijven.''

VBO-voorzitters worden op het einde van hun mandaat gewoonlijk met de adellijke titel van baron beloond. U hebt die titel niet gekregen. Voelt u zich daardoor gegriefd?

,,Gezien mijn oorlogsverleden had ik daar ook nooit op gerekend. Toen ik bij het VBO wegging, beloofde Raymond Pulinckx, de toenmalige gedelegeerd bestuurder, dat hij voor een decoratie zou zorgen. Ik heb hem gezegd dat hij dat niet moest doen. Ik wist dat het verkeerd zou aflopen. Maar hij wou niet luisteren. Toen het voorstel in de ministerraad werd besproken, heeft een Waalse minister zich ertegen verzet. En dus was er geen onderscheiding voor mij. Pulinckx heeft zich daarover bijzonder boos gemaakt. Een maand later heb ik dan toch het lintje van commandeur in de Leopoldsorde gekregen. Ik voel me veeleer commandeur in de Pulinckx-orde.''

U bent als ondernemer niet alleen actief geweest in België, u hebt ook een vooraanstaande rol gespeeld in het Nederlandse en Duitse bedrijfsleven. Het lijkt wel of u Europa veel meer als uw vaderland beschouwde dan België. De vooruitgang die de voorbije decennia is geboekt op het vlak van Europese eenmaking, moet u ongetwijfeld plezieren.

,,Mijn carrière overspant een periode van 55 jaar: van 1947 tot 2002. De eerste veertig jaar stond in het teken van de Oost-Westtegenstelling. Het communisme werd hier als dé grote bedreiging beschouwd. De val van de Berlijnse Muur was het keerpunt. Ik herinner me dat ik in 1989 een voordracht voorbereidde voor een belangrijk gezelschap. Daarin schreef ik dat de Muur 'vroeg of laat steen voor steen zou worden afgebroken'. Een Duitse vriend, die de speech op voorhand las, raadde me aan die passage te schrappen. 'Zo wek je alleen maar valse hoop', zei hij. Dat was in augustus. In november viel de Muur.''

,,In één generatie zijn we overgegaan van een Europa dat door geweld werd beheerst naar een Europa van eensgezindheid. Onze kinderen en kleinkinderen zijn in vrede kunnen opgroeien. De jongeren vinden dat nu vanzelfsprekend, maar voor mij heeft dat een speciale betekenis.''

De uitbreiding van Europa gaat ondertussen door richting Centraal-Europa.

,,Ik verwacht niet veel van de Europese Conventie, maar ik vind het een goede zaak dat op die manier het dynamisme van de Europese eenmaking in stand wordt gehouden. Hoe blijven we samen, hoe kunnen we samenwerken? Ik ben een Europese optimist, al verloopt het proces langzamer dan de processie van Echternach. Europa doet vijf stappen vooruit en doet er daarna vier achteruit. Het is een moeilijk proces. Maar laat de politici maar doen. Terwijl zij voortdebatteren, wordt Europa aan de basis economisch aaneengenaaid.''

De ondernemers naaien Europa economisch aaneen, zegt u. Is de verankeringsdiscussie dan achterhaald of niet? Er zijn nog maar weinig echt Europese ondernemingen?

,,Ik ben in 1978 aan het hoofd gekomen van Agfa-Gevaert. Het was mijn opdracht de patstelling tussen de Belgische aandeelhouders en de Duitse aandeelhouder, Bayer, te doorbreken. Ik ben daarin geslaagd. Maar door de zilvercrisis, in 1981, kwam het bedrijf in financiële problemen. Om de overleving van Agfa-Gevaert te verzekeren, heb ik toen voorgesteld om de fotogroep helemaal aan Bayer te verkopen. Dat leverde me het verwijt op een landverrader te zijn.''

,,Ik heb in 1999 Agfa-Gevaert terug naar ons land gehaald door bij de beursintroductie met de investeringsmaatschappij Gevaert een belang van vijfentwintig procent te kopen. Ik ging ervan uit dat die operatie in België op gejuich zou worden onthaald. Dat er een grote vreugde zou zijn over de terugkeer van de verloren zoon. Maar er was nauwelijks enige reactie. Niet bij de politici, niet in de pers.''

,,De beurskoers van Gevaert was al enige tijd ongeveer gelijk aan de intrinsieke waarde van het aandeel. Tot aan de Agfa-Gevaertdeal, tenminste. Sindsdien kampt het aandeel met een disagio (verschil tussen de beurskoers en de intrinsieke waarde) van vijfentwintig procent. De beurs heeft Gevaert afgestraft voor zijn investering in Agfa-Gevaert.''

,,Verankering? Dat interesseert me niet meer. Bedrijven moeten gewoon Europees denken en investeren waar groei mogelijk is. Achteraf bekeken had Gevaert dat beter niet gedaan, althans op korte termijn bekeken.''

Bedrijfsleiders hebben het graag over duurzaam ondernemen en ethiek in het zakenleven. Maar de schandalen volgen elkaar op: Lernout & Hauspie, Enron, het misbruik van voorkennis door Cor Boonstra, de baas van Philips, de overdreven uitstapvergoeding voor Percy Barnevik, de topman van ABB.

,,Ondernemers moeten ervan afzien te streven naar wat juridisch nog net verdedigbaar is. Integriteit moet de maatstaf zijn. Bij het zakendoen komen in steeds sterkere mate advocaten kijken, die almaar langere nota's schrijven en hogere erelonen vragen. Je woord geven gaat in die techniciteit helemaal verloren.''

Laten de ondernemers zich niet te veel opjagen door de financiële markten? Zet het volkskapitalisme ze niet extra onder druk? ,,Volkskapitalisme? Zwijg me ervan. Kapitalisme is nu eenmaal kapitalisme, maar de variant van het volkskapitalisme is gevaarlijk. De ervaringen van de jongste jaren bewijzen dat. Ik ben niet principieel tegen het volkskapitalisme. Maar ik zie dat de kleine beleggers worden opgejaagd door informatie die ze niet kunnen verwerken.''

,,Ik ben ertegen dat over de beurs een hype wordt gecreëerd. Aandelen worden door vedetten aan de man gebracht. Hoe werkt het mechanisme? Zakenbankiers die een beursintroductie willen verzorgen, maken de bedrijven wijs dat ze veel waard zijn om de opdracht binnen te rijven. Als dat eenmaal is gelukt, komen ze af met de waarschuwing dat het allemaal niet zo makkelijk zal zijn. De onderneming moet beloven de komende vijf jaar uitstekende financiële resultaten voor te leggen om tijdens de roadshows de geïnteresseerde beleggers te kunnen overtuigen. Als het duur geprijsde aandeel dan eenmaal naar de beurs is gebracht, wordt de koers meestal vrij vlug gecorrigeerd.''

,,Het volkskapitalisme zou strenger gereglementeerd moeten worden om te vermijden dat de speculatie de overhand krijgt. Maar ik vrees dat dat een vrome wens zal blijven. De beurs is nu eenmaal de beurs.''

Ons land is de voorbije halve eeuw heel welvarend geworden. Onlangs bleek uit een studie dat elke Belg, van de jongste tot de oudste, voor ruim 76.000 euro aan financiële middelen bezit. Wij hebben het nog nooit zo goed gehad als nu. En toch is er bijzonder veel ontevredenheid en chagrijn.

,,Wij zijn in het stadium aanbeland dat de mensen voor het eigen plezier, de instant satisfaction , kiezen. En voor de afzondering. Daardoor staan ze ook steeds sceptischer tegenover de instellingen. Kijk naar de recente gemeenteraadsverkiezingen in Nederland: daar gaat maar de helft stemmen, terwijl stemmen toch een primordiaal recht is. Die houding speelt allerlei demagogische figuren en partijen in de kaart. Mensen als Pim Fortuyn in Nederland en het Vlaams Blok in Antwerpen. Dat is een zorgwekkende ontwikkeling. Want democratie is een staat van genade die balanceert tussen de dictatuur en de anarchie. We zijn een beetje aan het afglijden naar de anarchie.''

Wat vindt u van de eerste paarsgroene regering? In een van uw opiniestukken bij het begin van deze legislatuur schreef u: ,,Men zal verandering zaaien en na de euforie onbeweeglijkheid oogsten.'' ,,(verrast) Heb ik dat echt zo geschreven? Het is soms pijnlijk om herinnerd te worden aan iets dat je gezegd of geschreven hebt, maar in dit geval valt dat nog mee (lacht) . Ik zat blijkbaar juist. Want het valt me toch op dat de hervormingsdrang stoom verliest.''

,,Als u me zo aan mijn woorden van toen herinnert, leek ik toen wel heel sceptisch over paarsgroen. (grijnst) Ik zal het er nog eens over hebben met de liberale vleugel van mijn familie (zijn zoon Christian is VLD-gemeenteraadslid in Antwerpen) .

U hebt vroeger overwogen om zelf in de politiek te stappen. Bent u ooit gevraagd door een partij?

,,Ik ben enkele keren 'gepolst'. Vanuit verschillende politieke hoeken. Ik weet dat mensen als ik wel eens aangesproken worden omdat we een zekere bekendheid hebben. De partijen hopen dat zo'n BV stemmen oplevert. Daar ben ik tegen. Ik stel trouwens vast dat de zogenaamde BV's op de verkiezingslijsten mij doorgaans totaal onbekend zijn.''

,,De mentaliteit in de politiek is toch anders dan in het zakenleven, vrees ik. Ik heb niet genoeg geduld om aan politiek te doen. Als ik een probleem zie, wil ik het snel en degelijk oplossen.''

De Antwerpse politiek zou anders wel een paar sterke figuren kunnen gebruiken

,,,Ik moet voorzichtig zijn met wat ik zeg, want ik wil geen moeilijkheden met mijn zoon, Christian. Ik vind het wel zielig wat in Antwerpen gebeurt. De stad zou zeker beter bestuurd kunnen worden.''

Uw twee zonen, Christian en Thomas, zijn ook in het bedrijfsleven gestapt. Zo vader, zo zoon?

,,Ik had niks anders verwacht. Ze hebben allebei hun weg gemaakt, op hun manier. Ze zijn eerst buiten het familiale verband in zaken gegaan. Christian heeft eerst bij GB gewerkt en is daarna begonnen met Xylos, een informaticabedrijf. Thomas maakte carrière bij Union Minière, nu omgedoopt tot Umicore, waar hij gedelegeerd bestuurder is. Pas later zijn ze in de familiebedrijven gekomen: Christian bij Ahlers, dat toen al niet meer tot de familie behoorde, en Thomas in de Vlaamse Uitgeversmaatschappij (VUM).''

,,Ze leiden hun eigen leven. Ze verschillen van elkaar. Thomas is meer mijn richting uitgegaan. Christian wil geregeld iets anders doen. Hij begint graag iets nieuws. Ook dat herken ik: meer dan vijf jaar hetzelfde doen, verveelt mee.''

Komen ze u nog geregeld om raad vragen?

,,Dat hoeft niet. Maar we bespreken wel elkaars problemen.''

U hebt ook twee dochters. Was voor hen geen carrière in het bedrijfsleven weggelegd?

,,Bettina is dokter-gynaecoloog. Ze heeft drie kinderen. Sabine heeft in De Munt gewerkt en houdt zich nu bezig met interculturele studies. Ze zijn goed in wat ze doen. Sabine heeft vier Vietnamese kinderen geadopteerd, en die zijn volledig opgenomen in de familie. We hebben vijftien kleinkinderen. De zaterdag is onze bezoekdag: dan komen er altijd wel een paar langs. 's Zondags is het rustdag voor de grootouders.''

U bent, na de redding van De Standaard in 1976, meer dan twintig jaar voorzitter van de Vlaamse Uitgeversmaatschappij geweest. Wat vindt u van de ontwikkelingen in het Vlaamse medialandschap?

,,Ik heb mijn mening over media-aangelegenheden gedelegeerd aan mijn jongste zoon Thomas, die mij als voorzitter van de VUM is opgevolgd. Ik lees weinig Vlaamse kranten, op de VUM-kranten na, en ik kijk bijna geen televisie. Ik raak met moeite ingelicht over het Belgische gebeuren.''

Manu Ruys, de voormalige hoofdredacteur van De Standaard, zegt dat de krant de jongste jaren is geëvolueerd van een cultuurproduct naar een louter commercieel product.

,,Ruys was te scherp in zijn oordeel. Hij ging te ver. Wat wil hij dan? Als er geen krant meer is, zijn er ook geen redacteurs meer.''

Ziet u nog een verdere concentratie in de Vlaamse krantenwereld? ,,Wie met wie dan? Er blijven nog maar drie groepen over: de VUM, de Persgroep en Concentra. En als buitenbeentje de Financieel-Economische Tijd . De kranten hebben hun partijpolitieke etiket afgeworpen. Ze lijken steeds meer op elkaar. Verdere concentratie mag niet tot verschraling leiden. De pers leeft van de diversiteit.''

Zou u het kunnen aanvaarden dat De Standaard in buitenlandse, bijvoorbeeld Nederlandse, handen zou komen?

,,Ja, zolang de onafhankelijkheid gegarandeerd blijft. Maar dat is vandaag geenszins aan de orde.''

Het lijkt wel of het u niet meer bezighoudt?

,,Ik ben vorig jaar weggegaan bij de VUM. De krantenbusiness is nu de zaak van Thomas. Ik kan goed afscheid nemen. Als het afgelopen is, blijf ik er niet lang om treuren.''

Waarom hebt u destijds De Standaard na het faillissement gered? Zou u het opnieuw doen als zich vandaag hetzelfde voordeed?

,,Ik heb het gedaan uit weloverwogen lichtzinnigheid. En ja, afgezien van mijn leeftijd, zou ik het vandaag opnieuw doen.''

Als u terugkijkt op uw beroepsloopbaan, wat beschouwt u dan als uw grootste succes?

,,Dat is een moeilijke vraag. Dat zal wel de redding van De Standaard zijn. Mijn bijdrage tot de aansluiting van Gevaert bij Almanij heeft me veel voldoening gegeven. De fusie van de Kredietbank met ABB en Cera ook. Het weer op zijn pootjes zetten van Agfa-Gevaert was bijzonder moeilijk, maar het interessantste was ongetwijfeld mijn werk bij de Treuhand, de instelling die met de privatisering van de Oost-Duitse staatseigendommen belast was. In vier jaar hebben we 14.000 bedrijven verkocht. Meestal moesten we er nog geld bovenop geven. Het was een heel gevarieerde klus. Ik ben daarvoor tachtig keer in Berlijn geweest. Ik heb er veel opgestoken. We hebben zelfs een olifant verkocht. Wist u dat een Afrikaanse olifant minder begaafd is dan een Aziatische? En dat hij daarom maar half zoveel waard is?''

En uw grootste mislukking?

,,De investering in de bouwgroep Holzmann, waarmee Gevaert 200 miljoen euro heeft verloren. Ik ben er nog volop mee bezig. De participatie is volledig afgeboekt, maar we proberen toch zo veel mogelijk van de investering te recupereren. De zaak-Holzmann is een zware ontgoocheling: ik had vertrouwen in bepaalde mensen, maar dat vertrouwen werd beschaamd. Maar uit zulke dingen leer je.''