Bernard Van Hool (1902-1974), boerenzoon, probeerde in 1947, na twaalf stielen en dertien ongelukken, zijn geluk als constructeur van autobussen. De oorlog was net voorbij, en Bernard Van Hool was ervan overtuigd dat het toerisme zou opleven en de vraag naar autocars zou stijgen. Samen met zijn vier oudste zonen begon hij aan het avontuur, zijn andere zonen kwamen later ook in het bedrijf.

Van Hool bouwde niet alleen luxueuze autocars, maar ook bussen voor het openbaar vervoer en industriële voertuigen. De onderneming groeide uit tot een van de grote onafhankelijke bussenbouwers op wereldvlak, die het opnam tegen reuzen als Mercedes, Volvo en Renault, en kreeg met haar luxecars een stevige voet op de Amerikaanse markt. Dat Van Hool een ,,Vlaams'' bedrijf is, bleek soms een nadeel. Want alleen om die reden greep de bussenbouwer uit Lier in 1993 naast een bestelling voor 311 bussen van de Waalse openbare vervoersmaatschappij.

Van Hool vandaag:

  • 20 miljard frank omzet
  • 3.800 werknemers
  • Van Hool realiseert 85 procent van zijn omzet in het buitenland