BRUSSEL -- Het Belgische advocatenkantoor Loeff Claeys Verbeke betaalt een zware prijs voor zijn fusie met het Britse kantoor Allen & Overy. Ruim 12 jaar werk van topadvocaat Louis Verbeke kwam net voor de eindstreep in het gedrang. Verwacht wordt dat het kantoor na nieuwe afvloeiingen werk gaat maken van een versterking.

Waarnemers zijn het erover eens: Loeff Claeys Verbeke staat aan de vooravond van de beoogde fusie met het Britse Allen & Overy, een van de Britse topkantoren uit de zogenaamde magic circle . Of het de moeite waard zal blijken te zijn, is een andere vraag.

De fusiepoging is een lijdensweg gebleken voor een kantoor dat in circa twaalf jaar tijd bijna vanuit het niets oprukte naar de Belgische top. De gedreven ambitie van zakenadvocaat Louis Verbeke, in combinatie met de charismatische Thierry Claeys, stuwde het kantoor vooruit. ,,Jonge Turken'' als Philip Ghekiere (beursintroducties) en Axel Haelterman (fiscaliteit) kregen er ruimte om een eigen succesvolle praktijk uit te bouwen.

Drie jaar geleden legde Louis Verbeke tijdens het ,,Como-conclaaf'' in Italië de lat nog hoger. Het toen nog Belgisch-Nederlandse kantoor moest de ambitie hebben in de World Champion's League te spelen. LCV had onder meer hechte banden met het Franse Gide en het Britse Allen & Overy.

Louis Verbeke besefte dat, om de volgende stap met succes te kunnen doen, de interne cohesie van LCV -- het product van een fusie in 1989 tussen het Belgische Braun Claeys Verbeke Sorel met het Nederlandse Loeff & Van der Ploeg -- versterkt moest worden. Een doorlichting van een auditkantoor moest het pad effenen.

Gaandeweg werd de fusie met het Britse Allen & Overy voorbereid. Vorig jaar leek alles in een stroomversnelling te komen. Er lag een blauwdruk op tafel waardoor het Beneluxkantoor aansluiting zou krijgen met een Brits topkantoor dat een stevige poot had in Frankrijk.

Op het laatste moment begonnen de Britten moeilijk te doen. De partners van Allen & Overy realiseerden zich dat, als al die Belgische en Nederlandse partners zouden toetreden, het gemiddeld inkomen per partner fel zou dalen.

Allen & Overy koos daarom voor de al in Frankrijk met succes beproefde tactiek: neem enkel de partners aan boord die je interesseren. In de praktijk waren dat de Nederlandse advocaten van Loeff, want de Nederlandse markt met haar grote bedrijven zoals Unilever, Akzo, ING, is interessanter dan het Belgisch kmo-gebeuren. Allen & Overy ging in zee met ongeveer de helft van het Nederlandse Loeff, terwijl de andere helft aansloot bij het belastinghuis Loyens & Volkmaar.

De breuk met de Nederlandse partners betekende dat Louis Verbeke goed tien jaar werk verloren zag gaan. De meerderheid van de Belgen, die de naam Loeff konden blijven behouden, besloot om vast te houden aan hun fusieplannen. De zakelijke advocatuur zat in de greep van fusies tussen Angelsaksische en continentale kantoren. Parallel daarmee positioneerden de grote adviesgroepen, de Big Five , zich in de advocatenmarkt.

Het doorgaan met de fusieplannen betekende dat Loeff Claeys Verbeke een deel van zijn praktijken zou moeten opofferen. De Britten waren slechts geïnteresseerd in onderdelen zoals het corporate en M&A-werk (fusies en overnames).

Verschillende topspelers verlieten het kantoor. Met Antoine Braun en Benoît Michaut onderging de praktijk intellectuele eigendom een aderlating. Eerder al had LCV zijn specialist beursintroducties, Philip Ghekiere, verloren aan Capco. In de tak arbeidsrecht richtten Herman Van Hoogenbempt en Filip Tilleman een eigen Antwerps kantoor op. Fiscale tovenaar Axel Haelterman trok naar Freshfields, Paul Hermant (vennootschapsrecht) werd zelfstandig, idem voor het Luiks kantoor.

Nu scheurt ook het Kortrijks kantoor rond Jef Lievens zich af en de praktijk arbeidsrecht rond een van de founding fathers, Thierry Claeys. Het vertrek van Claeys komt hard aan. Het Kortrijkse kantoor had onlangs al enkele advocaten verloren, onder wie Eric Dursin, die handelsrechter werd in Kortrijk. In de tak arbeidsrecht, goed voor 25 advocaten, zou alleen Pieter De Koster de stap naar Allen & Overy doen.

De afgeslankte kern van LCV zou alsnog met Allen & Overy fuseren, maar is aan versterking toe. Eenmaal onder de paraplu van de Britten, rijst de vraag in welke mate de Belgische markt bereid is Britse tarieven van 15.000 frank tot 25.000 frank per uur te betalen.

Andere Belgische topkantoren zoals De Bandt-van Hecke moeten nog hun fusieperikelen doorslikken. Verwacht wordt dat ook zij een prijs zullen moeten betalen, alleen lijkt het prijskaartje van LCV erg fors.