BRUSSEL -- In de nasleep van de terreuraanslagen van 11 september worden extra maatregelen genomen om crimineel geld op te sporen en te blokkeren. Daarom beslisten de Europese ministers van Financiën maandag de meldingsplicht voor kapitalen van verdachte oorsprong uit te breiden tot advocaten, notarissen en vastgoedmakelaars. Vooral strafpleiters hebben daar problemen mee. ,,Het schaadt onze vertrouwensrelatie met de klant.''

Om te beginnen'', merkt advocaat Michel Du Tré op, ,,doorkruist de meldingsplicht de vertrouwensrelatie die tussen een cliënt en zijn advocaat moet bestaan. Volgens mij is de meldingsplicht zelfs in strijd met artikel 458 van ons Strafwetboek dat het beroepsgeheim van de advocaat regelt. De wet verbiedt ons gewoon te melden wat een cliënt ons in vertrouwen heeft meegedeeld.''

Fiscaal advocaat Luc Vanheeswijck is het daarmee eens. ,,Het compromis dat de ministers maandag bereikten -- en dat overigens nog door het Europees parlement moet worden goedgekeurd -- heft artikel 458 zowat op. Dat zou vooral een probleem kunnen worden voor strafpleiters.''

,,Waar blijf het recht op verdediging'', vraagt Vanheeswijck zich af, ,,als een advocaat die iemand door een proces wegens vermeende witwaspraktijken begeleidt, gevoelige informatie over zijn cliënt moet doorspelen aan het parket?'' Toch ziet hij geen onoverkomelijke problemen. ,,In de praktijk zal wel een modus vivendi worden gevonden.''

Du Tré sluit zich daar impliciet bij aan: ,,een strenge toepassing van de meldingsplicht zal in veel gevallen de verdediging bemoeilijken.'' Er moet dus wel een werkbare middenweg komen.

Blijkbaar beseffen de Europese ministers dat ook wel, want in hun compromis komt een zinnetje voor dat de meldingsplicht beperkt tot verdacht geld dat ze ontdekken ,,los van een strafzaak waarin ze als partij zijn betrokken.''

Voor een fiscaal advocaat, een notaris en een vastgoedmakelaar liggen de zaken een stuk eenvoudiger. Het Europees compromis van maandag houdt eenvoudig een uitbreiding in van het wettelijke verbod om mee te werken aan verdachte financiële transacties.

,,Die beroepscategorieën'', merkt Van Heeswijck op, ,,moeten nu al erg oppassen dat ze niet medeplichtig worden aan verdachte transacties of transacties met verdacht geld.'' Hij noemt het ook niet meer dan evident dat ene advocaat een cliënt die over crimineel verdiend geld blijkt te beschikken, aangeeft. ,,Met zo iemand kan je geen zaken doen, niet wettelijk en evenmin moreel.''

Artikel 10 bis van de wet van 11 januari 1993 staat notarissen van hun kant niet langer toe betalingen boven de 25.000 euro (1.000.000 frank) in cash te aanvaarden. Zij moeten daarbij rekening houden met de waarde van de verrichtingen in hun geheel. Zo moeten voorschot en saldo allebei met een cheque betaald worden als het totale bedrag meer dan 25.000 euro betreft.

In mei 1999 werd de witwaswetgeving in ons land bij koninklijk besluit ook al uitgebreid tot de casino's. Einde 1999 vond een eerste grondige controle van de sector plaats. Vooral de manier waarop de casino's de wettelijke bepalingen vertaald hebben in hun intern reglement en in hun operationele procedures, werd grondig bekeken.

Overigens is de meldingsplicht op dit ogenblik niet beperkt tot drugsgeld. De Europese richtlijn van 1991, die banken en financiële instellingen een meldingsplicht oplegde voor verdachte transacties boven de 15.000 euro (600.000 frank), was aanvankelijk inderdaad gelimiteerd tot drugsgeld en kapitalen die de opbrengst vormden van zware criminaliteit zoals bankovervallen e.d.

Maar sinds enkele jaren is de wetgeving uitgebreid tot alle misdaadgeld. Er wordt nu wel nog een expliciete vermelding aan toegevoegd dat ook terrorisme een misdaad is.

Het Europese compromis van maandag houdt geen doorbreking in van het Luxemburgse of Oostenrijkse bankgeheim. In beide landen geldt inderdaad een streng verbod op communicatie van welke aard dan ook over de relatie tussen klant en bankier. Een bank mag onder geen beding aan fiscale autoriteiten melden wie op de klantenlijst voorkomt, welk vermogen zij voor een klant beheert of welke transacties hebben plaatsgevonden.

De personeelsleden van KB Luxemburg die in de lente van 1996 gegevens over enkele duizenden klanten in de openbaarheid brachten, werden in Luxemburg meteen opgepakt en veroordeeld tot gevangenisstraffen. In landen als Luxemburg en Oostenrijk wordt niet gelachen met het bankgeheim.

Maar met het melden van verdachte kapitalen, waarvan kan vermoed worden dat ze hun oorsprong vinden in de criminele sfeer, hebben bonafide bankiers en verzekeraars in de fiscale paradijzen niet het minste probleem. Ze moeten dat overigens al jaren doen, en hebben er alle belang bij dat ze hun reputatie niet op het spel zetten als ze een kans willen maken om aan een uniforme Europese fiscaliteit op banktegoeden te ontsnappen.