BRUSSEL -- ,,De oprichting van een werkgroep die moest onderzoeken of de banken een beleid van kredietschaarste voeren, heeft al effect gehad. De banken hebben hun gedrag aangepast'', zei Aimé Desimpel, voorzitter van de werkgroep. Een kredietobservatorium moet de discussie transparant en objectief maken.

De werkgroep ,,Toegang van de kmo's tot bankkrediet en beursmarkten'' bracht gisteren verslag uit aan minister van Financiën Didier Reynders. Volgens Reynders is het de bedoeling om de komende maanden via een reeks maatregelen een aantrekkelijk financieel klimaat te scheppen.

VLD-volksvertegenwoordiger Aimé Desimpel, samen met Eric André (PRL) voorzitter van de werkgroep, zei gisteren dat in het begrotingsconclaaf al twee belangrijke maatregelen werden genomen om de financiële ruggengraat van kmo's te versterken. Centraal staat de fiscale vrijstelling van winsten die kmo's herinvesteren.

Desimpel merkte enthousiast op dat die maatregel het potentieel heeft om een nieuwe ,,Cooreman-Declercq'' te worden. Het kb ,,Cooreman-Declercq'' stimuleerde in de jaren '80 via fiscale weg de opbouw van eigen vermogen van het Belgische bedrijfsleven. Er was ook een belangrijk particulier luik. De kmo-maatregel waar Desimpel gisteren naar verwees, richt zich uitsluitend tot de bedrijven.

Reynders zei gisteren dat de fiscale vrijstelling op winsten die kmo's herinvesteren naar schatting iets minder dan 50 miljoen euro zou kosten (2 miljard frank). De definitie van wat een kmo is, blijft onduidelijk. De werkgroep pleit er ook voor om bij te dragen aan de werkingskosten van zogenaamde ,,business angels'', dit zijn vermogende particulieren die investeren in beloftevolle bedrijven. Er wordt ook gedacht aan een ,,overheidswaarborg'' die aangesproken kan worden als het betrokken bedrijf failliet gaat.

Desimpel en Eric André menen ook dat het instrument van de privak (een besloten fonds dat investeert in niet-genoteerde vennootschappen) aangepast moet worden. De privak-formule bestaat al verschillende jaren maar er zijn nog maar twee groepen die er gebruik van gemaakt hebben. Desimpel vindt dat de verplichting om 80 procent van de winst uit te keren, te hoog gegrepen is. Een privak zou ook niet langer verplicht beursgenoteerd moeten zijn.

De werkgroep boog zich ook over de problematiek van kredietverlening. Zoals bekend zijn de banken beducht geworden voor kredietrisico's. De voorwaarden zijn niet alleen strikter, het krediet is ook duurder geworden. ,,Er is een daling van het kredietvolume, maar of dat het gevolg is van het beleid van de banken of van een geringere vraag naar krediet, is moeilijk uit te maken'', zei Eric André.

De werkgroep stelt voor om een kredietobservatorium op te richten dat het debat transparant en objectief moet maken. Reynders zei zich te verzetten tegen nieuwe instellingen, maar dat zo'n instrument wel binnen de bestaande structuur (en personeelsploeg) van de Nationale Bank opgericht kan worden.

Desimpel meent dat de banken als gevolg van de politieke bekommernis hun gedrag hebben aangepast. De werkgroep doet ten slotte een aantal aanbevelingen om de toegang van kmo's tot de beurs te vergemakkelijken. Oude ideeën als dubbel stemrecht voor de ,,referentieaandeelhouder'', het oprichten van specifieke beursindexen voor small caps en het aanmoedigen van investeringen in kleine aandelen, duiken opnieuw op.

Vooral het idee van dubbel stemrecht is omstreden omdat het er uitsluitend op gericht is de positie van de controlerende aandeelhouder te versterken en dus beleggingen in risicokapitaal minder aantrekkelijk zou kunnen maken. Ook het idee om via de ,,tweede pensioenpijler'' (groepsverzekeringen) investeringen in (Belgische) kleine aandelen aan te moedigen, is allesbehalve evident.