©pb
BRUSSEL -- De daling van de elektriciteitstarieven voor particulieren en kleine kmo's sedert begin 2000 valt lager uit dan vooropgesteld, omdat de elektriciteitssector en de sociale partners destijds het bedrag van het prijsnadeel tegenover de buurlanden zonder veel verantwoording verlaagden. Van 16,7 miljard naar 11 miljard frank.

Dat valt op te maken uit een rapport van de Creg, de elektriciteitsregulator. De Creg kreeg in mei van de staatssecretaris van Energie, Olivier Deleuze, de opdracht een doorlichting te maken van de manier waarop het Controlecomité voor Elektriciteit en Gas het prijsverschil tegenover de buurlanden had becijferd.

Het Controlecomité is verantwoordelijk voor de vaststelling van de elektriciteitsprijzen voor particulieren en kleine kmo's. De sociale partners en de elektriciteitssector zijn erin vertegenwoordigd.

De Creg besluit dat het Controlecomité degelijk werk heeft afgeleverd in verband met de tariefvergelijking. Maar de Creg stelt tegelijk dat een correctie met 30 procent van de prijshandicap door het beheerscomité een degelijke verantwoording verdient.

De Creg stelt onder meer vast dat de kosten voor de elektriciteitsdistributie niet geanalyseerd werden, terwijl studies duidelijk maken dat de Belgische elektriciteitsector daar juist een kostenprobleem heeft. Tegelijk vraagt de regulator zich af of het wel zo vanzelfsprekend is dat de pensioenlasten van het distributiepersoneel -- 4,24 miljard frank -- uit de prijsvergelijking worden gelicht. Te meer omdat het voor de Creg onduidelijk blijft waarop het bedrag van de pensioenlasten eigenlijk slaat.

De Creg wijst er ten slotte op dat de timing van de regering omtrent het wegwerken van de prijsverschillen met de buurlanden niet gehaald wordt. Medio 2001 moest het prijsnadeel met drie kwart gereduceerd zijn. Het Controlecomité meldde aan de Creg dat na twee tariefreducties nog maar 60 procent van het prijsnadeel is weggewerkt.