ANTWERPEN -- Er zijn niet veel 75-jarigen die nog de ambitie hebben de luis in de pels te zijn en rebels te blijven. Het Vlaams Economisch Verbond (VEV) dat dit jaar die verjaardag viert, ambieert dit wel. En onder zijn oud-voorzitters zijn degenen die dat soort gezegende leeftijd ook beginnen te benaderen, daar nog het meest voorstander van.

,,Meer beweging zijn dan organisatie.'' Het is een traditionele uitdrukking bij vakbonden, vooral bij de back-benchers daarin. Het is er een wens-uitdrukking, want het organisatie-zijn, het verdedigen van verworven posities, domineert al jaren in de bonden. In haast alle organisaties met enige anciënniteit trouwens.

Bij een werkgeversorganisatie verwacht je dat soort praat niet. Nochtans was dát de meest terugkerende zin in het gesprek, woensdag, met de acht topondernemers die voorzitter van het VEV zijn of geweest zijn in de periode 1970-2001: Vaast Leysen (1970-'76; J. van Breda & Co), Robert Stouthuysen (1976-'81; Janssen Pharmaceutica nv), Marc Santens (1981-'85; Santens nv), Walter Vanden Avenne (1985-'89; Vanden Avenne-Ooigem nv), Piet Van Waeyenberge (1989-'93; De Eik nv), Johan De Muynck (1993-'97; Van Roey bouwbedrijf), Karel Vynck (1997-2000; Union Minière nv) en Jef Roos, de huidige voorzitter (staalbedrijf ALZ). René De Feyter, jarenlang afgevaardigde-beheerder van het VEV, was er ook bij. Philippe Muyters, huidig afgevaardigde-beheerder eveneens.

De luis in de pels zijn. Rebels blijven. Voorop lopen. Trekken en duwen, niet getrokken en geduwd worden. Dat zijn de termen die deze tien voortdurend gebruiken. Niet alleen in dit verjaardagsgesprek.

Philippe Muyters en Jef Roos: ,,Wij zijn een atypische werkgeversorganisatie. Wij zijn veeleer een visiegroep dan een belangengroep. Het is onze ambitie vooruit te lopen. Te vechten om iets te bekomen en niet om iets te verdedigen. Dat is de reden waarom de buitenwereld altijd argwanend tegen ons aan kijkt. De vakbonden. De politiek.''

,,Toen Vlaanderen zijn eerste autonomie verwierf en verwacht werd dat wij blij zou zijn daarmee en zouden zwijgen, begonnen we het gevecht tegen de wafelijzerpolitiek; terwijl het geloof in de planeconomie en in de steun aan de verlieslatende ondernemingen heerste, kwamen wij op voor een fiscaal gunstige politiek voor gezonde ondernemingen. Omdat alleen gezonde ondernemingen een economie kunnen schragen. Pas in 1981 duikt dat element op in regeerverklaringen'', zeggen Vaast Leysen (1970-'76) en Robert Stouthuysen (1976-'81).

,,De technologische revolutie die we predikten, drong door in de politiek in de jaren tachtig toen de Vlaamse minister-president Gaston Geens Flanders Technology en de Derde Industriële Revolutie in Vlaanderen (DIRV) lanceerde. Een regeringsproject dat pas tot volle wasdom kwam in de jaren negentig toen de regering-Van den Brande het inhaalprogramma wetenschappelijk onderzoek in de steigers zette.''

Zo schuiven de opeenvolgende voorzitters elkaar alle voorlopersprojecten in de schoenen, het hele gesprek door. ,,Lang vóór de groenen in de regering kwamen, pleitten wij voor duurzaam ondernemen. Onder de voorzitters Demuynck en Vynck pleitten we voor een strategisch plan voor Vlaanderen; acht jaar later gaat de Vlaamse conferentie hierover van start.''

De verklaring voor de dynamiek van hun organisatie geven de VEV'ers aan een aantal netjes opgebouwde interne spanningsvelden: tussen de leiding en de studiedienst, tussen de vaste krachten en de ondernemers-voorzitters en -beheerders die de touwtjes in handen houden, tussen de vertegenwoordigers van de bedrijfstakken en de ondernemers-leden die vrijwillig individueel aansluiten en die nog altijd de koord trekken.

De thema's voor morgen? ,,Maximale welvaart en welzijn voor Vlaanderen'', zeggen ze in koor. De staatshervorming blijft daar een belangrijke rol in spelen. Wat heeft dat daarmee te maken? Roos: ,,Omdat het economisch en sociaal beleid die welvaart stimuleert of remt. Neem nu het jongerenbanenplan van minister Onkelinx. Het gebruikt eenzelfde geneesmiddel voor patiënten met totaal verschillende problemen.''

Van Waeyenberge: ,,Ziet men nu niet dat de federale landen overal ter wereld succesvoller zijn dan unitaire staten? Omdat ze een aan elke regio en deelstaat aangepast beleid kunnen voeren.''

Karel Vynck: ,,Ons discours is niet separatistisch. Dit is het middel om te zorgen dat België niet uiteen spat. Als de ene deelstaat een rem is voor de andere en omgekeerd, zal België snel aan zijn einde komen. Als Vlaanderen en Wallonië elk een aangepast beleid kunnen voeren, wordt de ene én de andere er beter van.''

Van Waeyenberge: ,,Dit land is voortdurend bezig met achterhoedegevechten. Zorgen dat wat de historische trend is, nog wat uitgesteld wordt bij ons. Ook Lambermont is in dat bedje ziek. In plaats van de deelstaten de fiscale en economische autonomie te geven die ze nodig hebben, leverde dit akkoord wat gepruts in de marge op waar we niets mee opschieten.''

Marc Santens: ,,Kijk eens achteruit! In de jaren zeventig hebben we elf regeringen gekend. De politieke onstabiliteit was groter dan in Italië. De staatsschuld ook. Na de staatshervorming van 1980 is er een merkwaardige regeringsstabiliteit tot stand gekomen.''

Hoever moet die Vlaamse autonomie nog gaan? Moeten er Vlaamse cao's komen? Philippe Muyters. ,,Natuurlijk. En alle Vlaamse vertegenwoordigers van de sectororganisaties hebben hier in deze zaal ook vóór gestemd.''

Ook Vlaamse lonen? Jef Roos: ,,Ik zou niet graag Waals ondernemer zijn en de nationale Belgische lonen moeten aanvaarden. Als Wallonië geen investeringen heeft, is dit omdat de lonen er te hoog zijn, in vergelijking met de productiviteit.''

Johan De Muynck: ,,De vakbonden willen daar niet van weten.'' Van Waeyenberge: ,,Ook omdat de sociale zekerheid de helft van de loonkosten vertegenwoordigt.'' Als de bonden niet van dat taboe afstappen, komt er nooit een relance in Wallonië, zeggen de tien in koor.

Ze vinden ook dat de vakbonden grondig zouden moeten hervormd en gemoderniseerd worden. ,,Laat ons een stichting oprichten om hen te helpen dat voor te bereiden'', luidt het. Karel Vynck: ,,Het gaat niet alleen om hun gedachtegoed, maar ook om hun organisatie. Sociaal overleg in mijn onderneming betekent praten met vijf vakbonden: arbeiders- én bediendenvakbonden, terwijl wij praten over één werknemersstatuut.''