De maatschappij verandert snel. Toch blijft het vaak moeilijk om dingen in beweging te krijgen, om zaken te veranderen. ,,Ik ben het eens met Bill Gates, de topman van Microsoft'', zegt Karel Vinck. ,,We onderschatten wat er in tien jaar kan veranderen, maar tegelijk overschatten we wat we zelf in twee jaar kunnen veranderen.'' Doorbraken realiseren: het is soms gemakkelijker gezegd dan gedaan.

Karel Vinck (62) zet volgende week een punt achter zijn mandaat als voorzitter van het Vlaams Economisch Verbond, de Vlaamse werkgeversorganisatie. En morgen legt hij zijn functie neer van afgevaardigd bestuurder van de non-ferrogroep Union Minière.

Bij zijn aantreden als VEV-voorzitter in 1997 sprak Karel Vinck stoere taal. Hij formuleerde vier doelstellingen, vier doorbraken die hij wilde realiseren: een bewustmaking dat een maatschappelijke ommekeer noodzakelijk is, het doorbreken van het corporatisme van de belangenorganisaties, een nieuwe vorm van overleg tussen vakbonden en werkgevers, het opstellen van een Charter voor Vlaanderen.

In hoeverre is hij erin geslaagd die doorbraken te verwezenlijken? Tijd om een balans op te maken. Is de Vlaamse bevolking zich bewust dat een maatschappelijke ommekeer nodig is?

,,Het besef dat we ons moeten aanpassen, is weer verdwenen. Ik heb de indruk dat die overtuiging vandaag minder leeft dan toen ik vier jaar geleden aan mijn mandaat als voorzitter begon'', stelt Karel Vinck vast. ,,Kijk naar al die eisen die geformuleerd werden op de 1-meivieringen. Door de economische hoogconjunctuur leven we in een euforie. Het lijkt wel of alles kan. Dat is gevaarlijk, want alle problemen waar de Vlaamse en Belgische economie mee kampen, zijn nog niet verdwenen. We zouden beter profiteren van deze hoogconjunctuur om orde op zaken te stellen. De bevolking zou er weinig last van ondervinden.''

,,Als het toch wel dure cao-akkoord voor de non-profitsector en het prijskaartje dat aan de politiehervorming hangt een sneeuwbaleffect veroorzaken en leiden tot gelijkaardige eisen in andere sectoren, kan dat zware gevolgen hebben'', meent Vinck.

Het doorbreken van het corporatisme. Ook gemakkelijker gezegd dan gedaan? ,,Je botst in dit land altijd op de muur van het corporatisme. Dat komt onder meer omdat achter die belangenorganisaties en de standpunten die ze verdedigen, vaak grote financiële belangen schuil gaan. Maar door dat corporatisme kom je bij onderhandelingen meestal uit op een compromis dat niet de beste oplossing is.''

,,We zouden ons moeten afvragen: is er een goede reden dat zoveel beslissingen paritair moeten worden genomen, dat zoveel instellingen paritair worden gerund? Is dat wel efficiënt? Ik denk dat het integendeel rigiditeit en verlamming van onze administratieve structuren veroorzaakt.''

,,Het paritaire overleg en beheer is zogezegd een uiting van ons consensusmodel. Maar wij hebben helemaal geen consensusmodel. We zitten nog altijd met een conflictmodel, zij het misschien in een afgezwakte vorm. Waarom moeten er in een bedrijf vijf verschillende vakbonden zijn, die allemaal hun eigen eisen hebben? Het traditioneel sociaal overleg, dat geconditioneerd en gedefinieerd is volgens het verouderde model van de productie-economie, verloopt dikwijls zo traag, zo moeizaam. Union Minière bijvoorbeeld wil zich profileren als een bedrijf dat producten fabriceert met een hoge toegevoegde waarde en dat diensten levert. Het bedrijf heeft van vroeger een kantine en een wasserij, maar wil die activiteiten afstoten, outsourcen . Waarom kan daar niet over worden gesproken?''

,,Wanneer ik met vakbondsleiders praat, blijkt het regelmatig dat onze analyse gelijkloopt, dat we het min of meer eens zijn over de oplossingen. Maar als diezelfde vakbondsleiders op een podium klimmen, spreken ze een heel andere taal. Ik stel vast dat er weinig doorstroming gebeurt van de vakbondstop naar de achterban.''

,,In die omstandigheden is het moeilijk om, zoals ik had gehoopt, tot een nieuwe vorm van overleg te komen tussen vakbonden en werkgevers. Om in Vlaanderen een nieuwe doorbraak te realiseren, hebben we geen extra structuren of hiërarchie nodig. De wereld is al complex genoeg. We hebben integendeel nood aan een visie en aan waarde, die dan de basis kunnen vormen voor een beleid. Maar in een conflictmodel is het nagenoeg onmogelijk om zo'n gemeenschappelijke visie te ontwikkelen.''

Toch blijft Vinck ervan overtuigd dat Vlaanderen nood heeft aan zo'n visie. Vandaar zijn oproep, nu bijna aan jaar geleden, voor de organisatie van een Vlaamse Conferentie over de sociaal-economische krijtlijnen, in ruime zin, voor Vlaanderen. Een oproep die slecht onthaald werd, in de eerste plaats door de sociale partners die van oordeel waren dat het sociaal overleg hún terrein was. ,,Maar de problemen waar Vlaanderen mee wordt geconfronteerd, gaan veel verder dan het sociaal overleg. Vandaar dat bij die conferentie ook andere partijen, zoals de universiteiten, moeten worden betrokken.''

De Vlaamse minister-president, Patrick Dewael (VLD), zag wel wat in het voorstel van Vinck. De afscheidnemende VEV-voorzitter rekent erop dat het initiatief dit najaar alsnog op de sporen wordt gezet en dat de conferentie, die bestaat uit een beperkte groep welgekozen mensen, na een half jaar werken tot besluiten kan komen. Karel Vinck is bereid daaraan mee te werken, niet namens het VEV, maar als onafhankelijke ,,wijze''. ,,Ik hoop dat ik daarvoor voldoende geloofwaardig ben.''

Hoewel Karel Vinck zijn vier doorbraken niet helemaal heeft kunnen realiseren, kijkt hij niet ontevreden terug op het gepresteerde werk. Een belangrijke verwezenlijking vindt hij dat hij erin geslaagd is de Vlaamse werkgevers te verenigen achter de doelstelling van duurzame werkgelegenheid, gekoppeld aan twee voorwaarden: een sterk economisch draagvlak en een aanvaardbaar sociaal vangnet. ,,Met duurzaam bedoelen we in de eerste plaats de kwaliteit van de werkgelegenheid, niet het volume'', verduidelijkt hij.

Hij merkt op dat het concept van duurzame werkgelegenheid eigenlijk hetzelfde is als dat van de actieve welvaartsstaat, een concept dat verdedigd wordt door de regering-Verhofstadt en in het bijzonder de minister van Sociale Zaken, Frank Vandenbroucke (SP). Dat verheugt hem. ,,Ik steun de visie van de regering om van België een actieve welvaartsstaat te maken, een visie die de sociale partners samen jammer genoeg niet hebben kunnen ontwikkelen. Hij pleit ervoor dat de regering de sociale partners wel bij de uitvoering van het project betrekt: ,,De regering heeft niet de ervaring en de kennis om die visie ook in concrete maatregelen om te zetten, de sociale partners hebben niet de visie, maar wel de kennis en de ervaring.''

Hoe verloopt overigens de communicatie tussen het bedrijfsleven en de paars-groene coalitie, met partijen zoals Agalev en de SP? ,,Die verloopt goed'', zegt Vinck. Hij herinnert eraan dat hij in februari dit jaar te gast was op de ,,groene trefdag'' van Agalev, waar hij in discussie ging met Ricardo Petrella, notoir tegenstander van de mondialisering. ,,Ik vind het belangrijk dat wij, ondernemers, naar zulke manifestaties gaan. Zo kun je zien dat de wereld anders is dan wij vaak denken.'' De afgevaardigd bestuurder van Union Minière ziet geen onoverbrugbare tegenstellingen tussen het gedachtegoed van groen-links en het bedrijfsleven. ,,In de Angelsaksische wereld maakt het idee opgang dat een onderneming oog moet hebben voor de triple bottom line : een economische doelstelling (winst), maar ook een ecologische (milieubescherming) en sociale (scholing enzovoort). Ik vind dat een goede ontwikkeling. Als er sprake is van onbegrip tussen groen-links en het bedrijfsleven, is dat voor een stuk onze schuld. Ondernemingen moeten transparanter zijn en op een adequate manier communiceren.''

Met zijn uitspraak ,,Vlaanderen kan niet verder aanvaarden dat het in zijn sociaal-economische dynamiek wordt geremd. Als er op nationaal vlak geen consensus komt tussen werkgevers en vakbonden over het sociaal-economisch beleid, moeten de onafwendbare gevolgen worden getrokken in het raam van de discussies over de staatshervorming'' bij de aanvaarding van zijn VEV-mandaat in 1997, ontpopte Karel Vinck zich meteen tot de nieuwe boeman voor Wallonië. PS-boegbeelden Philippe Busquin en Robert Collignon hadden het over ,,Vlaamse imperialisme'' en zegden dat ,,Wallonië geen protectoraat was van Vlaanderen''.

Maar zo'n vaart liep het niet. ,,Een apart Vlaams akkoord? We zouden het niet gekund hebben. De nationale werkgeversorganisatie verzette zich daar tegen, de vakbonden ook. De top van de vakbonden zoekt voortdurend naar compromissen. Hij wil niet dat er te grote verschillen ontstaan tussen Vlaanderen en Wallonië. Maar het dreigement heeft geholpen. De Union Wallonne des Entreprises, onze Waalse zusterorganisatie, kon het gebruiken om zaken gedaan te krijgen.''

Met het Vlaams banenplan 1997 werd bovendien een bescheiden succesje geboekt. En in het centraal akkoord van 1998 konden enkele regionale accenten worden gelegd, maar niet genoeg naar de smaak van Vinck. Hij is van mening dat de regio's de mogelijkheid moeten krijgen om zwaardere eigen accenten te leggen in zo'n centraal akkoord. Voor Wallonië kan de bestrijding van de werkloosheid bijvoorbeeld een prioriteit zijn, terwijl de Vlaamse sociale partners misschien voorrang willen geven aan onderzoek en vorming. Vinck vreest echter dat die regionale logica bij een volgend centraal akkoord, waarover dit najaar onderhandeld wordt voor de periode 2001-2002, opnieuw zal worden verlaten. ,,Vlaanderen en Wallonië hebben een verschillend sociaal-economisch profiel. Het is bijvoorbeeld nefast voor Wallonië om dezelfde loonpolitiek te volgen als Vlaanderen, aangezien de productiviteit daar lager ligt. Toch hebben de vakbonden en de nationale werkgeversorganisatie het moeilijk om een onderscheid te maken tussen Vlaanderen en Wallonië. Wij moeten als Vlamingen nog dikwijls vechten voor onze zaak. De federale structuur in België is nog niet stabiel.''

Internationalisering en globalisering is een onmiskenbare tendens in de economie. Heeft een regionale werkgeversorganisatie, zoals het VEV, in zo'n omgeving nog wel veel zin? ,,Meer dan ooit'', antwoordt Vinck ferm. ,,Regio's die succes hebben, blijkt uit onderzoek, steunen op een socio-culturele homogeniteit. En kijk hoe Europa evolueert: steeds meer zaken worden ofwel op Europees niveau beslist ofwel op regionaal niveau. Vooral het nationale niveau komt in het gedrang.'' Vinck heeft er geen moeite mee om te erkennen dat het VEV niet meer die Vlaamse strijdvereniging is die het ooit was. ,,De doelstellingen van de Vlaamse Beweging zijn nagenoeg gerealiseerd. Het VEV heeft zich geïntegreerd in de overlegstructuren. We willen niet alleen uitpakken met straffe uitspraken, we willen uiteindelijk ook iets realiseren.''

Karel Vinck benadrukt overigens dat het goed gaat met het VEV. De organisatie telt meer leden dan ooit. Ze slaagt er ook in de nieuwe generatie van jonge Vlaamse ondernemers aan te trekken, al zijn die niet zo actief in het VEV omdat ze hun handen meer dan vol hebben met hun job.