Pascal Lamy
©epa
Vandaag komen de ministers van Handel van de Europese Unie informeel bijeen in Brugge. Tot voor kort kreeg zo'n bijeenkomst nauwelijks aandacht. Na Göteborg en Genua en in de aanloop naar de WTO-ministerconferentie in de hoofdstad van Qatar, Doha, ligt dat anders. De Internationale Handel staat de komende jaren weer volop in de belangstelling als bepalende factor in de internationale verhoudingen. Pascal Lamy is op z'n minst gezegd een bevoorrechte getuige.

Internationale handel in goederen is volgens het EU-verdrag een exclusief Europese bevoegdheid waarbij de Europese Commissie gemandateerd is om in naam van de vijftien te onderhandelen. In die zin zit Pascal Lamy in het oog van de storm die de anti-globalisten op gang hebben gebracht.

-- De anti-globaliseringsbeweging is aanvankelijk vooral tegen de Wereldhandelsorganisatie (WTO) van leer getrokken, maar nu is ook de Europese Unie het doelwit. Wat is uw antwoord als commissaris voor Internationale Handel?

Het lijdt geen twijfel dat de Europese Unie een belangrijk element is in de mondialisering, of alleszins een mogelijk instrument in de beheersing ervan. Het was één van de bedoelingen van de oprichters van Europa om er zo'n instrument van te maken. Wat legitimering en democratische controle betreft, is Europa zelfs het beste wat er op dat vlak te koop is in de wereld. De Unie is het laboratorium bij uitstek van de geleide en beheerste mondialisering.

Nu blijkt echter hoe weinig de mensen daarvan overtuigd zijn, om allerlei redenen. De enen zijn ertegen dat Europa de nationale soevereiniteit uitholt waaraan ze zo gehecht zijn, maar dat is volgens mij slechts een minderheid van de beweging. De anderen, het grootste deel, heeft vragen bij de ongecontroleerde manier waarop alles verloopt en bij de ongelijke verdeling van de baten van de mondialisering.

Hun vragen zijn ook de mijne. Maar we hebben niet meteen een antwoord. We moeten een methode zoeken om het proces onder controle te houden, een regelgeving en een techniek voor wat men op nationaal niveau ,,herverdeling'' noemt. De mondialisering stelt in het algemeen en meer in het bijzonder aan al wie zich traditioneel in het ,,linkse'' kamp bevindt, dezelfde vragen als de industrialisering op het einde van de negentiende eeuw.

De oplossing zal in de lijn moeten liggen van wat de sociaal- en de christen-democratie hier in Europa gerealiseerd hebben. Europa is op dat vlak de meest geschikte hefboom om binnen de WTO te wegen op de besprekingen over vrijhandel. We moeten vrijhandel nastreven, op voorwaarde dat die verloopt volgens spelregels die de uitwassen van de vrije markt aan banden leggen.

-- De contestatiebeweging heeft er grote twijfels over of de WTO het geschikte instrument kan zijn om die regels uit te vaardigen en te doen naleven. Als ze dat al zou willen.

De Wereldhandelsorganisatie kan dat als de lidstaten die er deel van uitmaken, dat willen. Maar de WTO kan dat alleen voor alles wat met handel te maken heeft. De Wereldhandelsorganisatie kan geen regels uitvaardigen inzake leefmilieu, volksgezondheid of sociale normen en basisrechten.

Het probleem is dat het internationale systeem zeer disparaat is en weinig gecoördineerd. Na de wereldoorlogen is ervoor gekozen om de internationale regelgeving te laten verlopen via gespecialiseerde instellingen. Het systeem is uiteen gespat. Er is een Wereldbank, een aparte internationale organisatie voor de volksgezondheid, een andere voor de arbeid, een organisatie voor burgerluchtvaart, posterijen... Er is weinig of geen coördinatie. Ik twijfel eraan of het wenselijk is om op wereldschaal een regeringsmodel uit te bouwen volgens het klassieke model van Montesquieu, met een wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht die elkaar in evenwicht houden. Het is wel dringend nodig om op wereldschaal aan het systeem te sleutelen om de coherentie van het gemeenschappelijk beheer van het publieke goed te verbeteren.

Maar de WTO kan geen spil worden van zo'n internationaal systeem omdat de organisatie daar niet voor gemaakt is. De Wereldhandelsorganisatie komt sterk over omdat ze over een mechanisme van conflictbeheersing beschikt dat veel dwingender is dan in de andere, klassieke internationale organisaties. Die zijn op z'n zachtst gezegd zeer zwak op dat terrein.

-- Kan u even preciseren welke negatieve effecten van de mondialisering er moeten worden aangepakt?

Ik zie de mondialisering als een historische fase in de ontwikkeling van het marktkapitalisme, met zijn sterke en zwakke kanten. Er is geen alternatief, zeker geen beter. Dat is proefondervindelijk bewezen.

We staan dus voor het probleem van de beheersing van het marktkapitalisme op wereldschaal, zoals dat op nationaal en Europees niveau het geval is. Inzake efficiëntie kan dat misschien nog meevallen op termijn. Maar het systeem moet bovendien legitimiteit krijgen. Ook de Europese Unie wordt nu volop met dat probleem geconfronteerd. Europa zal de komende jaren meer dan ooit het laboratorium van de wereld worden om goede en innoverende oplossingen te vinden. Ik verblijf zestig procent van mijn tijd in andere continenten. Ik kan u verzekeren dat men ons overal nauwlettend bekijkt. Europa geeft de andere continenten zelfs enige hoop op dat vlak, veel meer hoop dan er daarover binnen de Unie leeft.

-- Het probleem van de internationale regelgeving, zoals u het schetst, wordt in die termen nergens aangekaart, zeker niet voor de eerstvolgende ministersconferentie van de WTO in november, in Doha. Het lijkt erop dat het oplapwerk nog een tijdje voortduurt, zonder dat het systeem zelf wordt aangepakt.

Daar ben ik het niet mee eens. Als we bijvoorbeeld discussiëren over de basisregels inzake concurrentie of markttoegang, dan zijn we wel degelijk bezig met een fundamentele aanpak. Als we binnen de WTO de principes van de intellectuele eigendom uitpraten, dan zijn we fundamenteel werk aan het doen. Als we spreken over de toegang tot geneesmiddelen, dan zijn we fundamenteel bezig. Als we over anti-dumpingregels spreken, dan zijn dat fundamentele kwesties waarover we regels opstellen.

-- Maar er wordt niet gesproken over het verder uitbouwen van een betrouwbaarder institutioneel systeem. Dat ontbreekt toch?

Dat is waar. Ook ik denk dat de WTO als instelling nog niet sterk genoeg is. Het is nog maar een internationale organisatie, eerder dan een internationale instelling, afgezien van het mechanisme van de conflictregeling. Dat geeft de WTO een grote zichtbaarheid.

Je kan het vergelijken met een tent die verbonden is met een vrij stevig gebouw. In de tent wordt er onderhandeld over vrijhandel en het gebouw dient voor de conflictbeheersing. De buitenwereld ziet van de WTO echter vooral het gebouw dat de organisatie onterecht als een volwaardige instelling doet overkomen. De tent ziet niemand nog staan. Ooit zal men daarover moeten onderhandelen.

Maar dat mag geen voorwendsel zijn om intussen de gesprekken over regels van vrijhandel stil te leggen. Daarmee kan niet gewacht worden, want het kan nog een tijd duren. Een van de problemen is de diversiteit van de leden van zo'n organisatie. Heel wat ontwikkelingslanden hebben niet eens de mogelijkheden om voldoende geschoolde ambtenaren en diplomaten af te vaardigen. We moeten die realiteit goed onder ogen zien. Het wordt dus een moeilijke oefening van lange adem.

-- Maar is men zich op politiek niveau al voldoende bewust van dat probleem? Hoe lang kan de wereld nog verder zonder een fatsoenlijke beheersing van de uitwassen? De internationale handel draait almaar sneller.

Ik denk dat het rijpingsproces nu volop bezig is. Niemand heeft echter de magische oplossing al gevonden. Wij, hier in het noordelijk halfrond, moeten er ons goed bewust van zijn dat we in dezelfde wereld leven als mensen die het lang niet zo breed en goed hebben als wij en die niet dezelfde bereidheid hebben om hun soevereiniteit af te staan zoals wij ons dat kunnen veroorloven. Want wij beschikken over voldoende democratie, media, financiële middelen, procedures en geschoolde mensen. Dat is voor heel wat landen in de wereld nog lang niet het geval. Vandaar dat heel wat ontwikkelingslanden zeer terughoudend zijn om het debat over soevereiniteit aan te gaan. Daar moeten garanties tegenover staan. Ze moeten er beter van worden. Europa is op dat vlak bevoordeeld door tradities die, over de landsgrenzen heen, vrij gelijklopend zijn. Maar zelfs wij slagen er niet in om de Denen en de Portugezen altijd achter eenzelfde standpunt te krijgen. Op wereldschaal moet dat mogelijk worden met pakweg Pakistan en Canada. Het probleem stelt zich daar dus in het kwadraat.

-- Een concreet discussiepunt dat de anti-globalisten sterk naar voren schuiven, is de invoering van de Tobintaks op speculatieve kapitaalbewegingen. De Europese Commissie heeft er nog geen standpunt over ingenomen. Of hun standpunt is allerminst duidelijk. De Franse premier, Lionel Jospin, wil de taks wel Europees aankaarten.

Het is waar dat de Commissie erover nog geen duidelijk standpunt heeft ingenomen. Het was ook niet geprogrammeerd. We hebben er dus nog niet over gesproken en ik kan dus alleen een persoonlijke visie geven. De Franse eerste minister wil de taks inderdaad op Europees niveau aankaarten...

-- ...om hem te begraven?

Ik wil tegenover niemand een intentieproces maken en zeker niet tegenover Lionel Jospin.

Ten gronde heb ik een grote sympathie voor de onderliggende idee van zo'n taks. Maarhoe ga je zoiets concreet toepassen? Ik geef de Tobintaks dus weinig kans om ooit in werking te treden. Als politiek verantwoordelijke ben ik daarom ook zeer terughoudend om de geloofwaardigheid van de Commissie op het spel te zetten voor iets dat toch nooit kan werken.

Ik erken het probleem en de deugdelijkheid van de grondidee achter de Tobintaks. Maar ik geloof er niet in. Al wil ik toegeven dat alle belastingen, historisch gesproken, twijfels oproepen inzake haalbaarheid. De mirakelbelasting moet nog uitgevonden worden. De stabiliteit van de internationale wisselmarkten en de financiering van de ontwikkelingshulp worden dus best via andere wegen opgelost. De wapenhandel en het leefmilieu bieden mogelijkheden. Ik verkies een ecotaks maar men antwoordt me dan dat de VS er niet van wil weten. En wat is dan het voordeel van de ecotaks tegenover de Tobintaks? We zijn er nog lang niet uit.

-- Over de Verenigde Staten gesproken: hoe ziet u de verhouding tussen de VS en Europa evolueren? Er lijken almaar grotere spanningen te ontstaan nu de Europese Unie meer en meer als een sterk economisch blok op wereldschaal wordt gezien.

Ik ben er niet zeker van dat de betrekkingen verslechteren. Wel is er een deel van de Amerikaanse publieke opinie dat denkt dat het uitgroeien van de Europese Unie tot een economische macht een slechte zaak is voor Amerika. Dat is niet de mening van de meerderheid in de VS. De huidige administratie en het grootste deel van de media zien het anders. De VS en de EU zijn voor hen de olifanten van de internationale handel. Ze moeten zich onderling bewust zijn van hun verantwoordelijkheid. Ruzies tussen hen zijn niet goed voor de rest van de kudde. Het overgrote deel van de Amerikaanse publieke opinie kiest nog steeds voor de multilaterale optie. Dat is ook onze optie. We hebben overigens zeer veel gemeenschappelijke belangen te verdedigen. Zelfs al heeft de Europese Unie een reflex die traditioneel meer op de ontwikkelingslanden is gericht, toch dwingt het gemeenschappelijk belang ons tot constant overleg.

-- Ziet u, in vergelijking met Seattle, toenadering in de standpunten na de bijeenkomst van vorige week in Mexico van een beperkte groep landen over een nieuwe WTO-onderhandelingsronde?

Ja, ik zie toenadering over de start van een nieuwe ronde. Ik denk dat we op de goede weg zijn. De Europese Unie toont zich al langer flexibel op een aantal domeinen en ook de Amerikanen zijn opgeschoven naar een gezamenlijke agenda. Ook bij de nieuw-ontwikkelde landen is er beweging.

Maar landen als Indië blijven moeilijk doen over de toepassing van de vorige akkoorden. Ik heb hen in Mexico gezegd dat de Unie bereid is om te praten over tussenoplossingen. De Unie heeft zich ertoe verbonden om ook de VS, Canada en Japan daarvan te overtuigen. Dat het in de goede richting evolueert, heeft overigens ook te maken met de wolken die momenteel boven de economie hangen. Een tweede mislukking zoals in Seattle zou een zeer diepe wonde slaan.