BRUSSEL -- Tenzij agressievere maatregelen worden getroffen, zullen er over twintig jaar in de wereld nog 132 miljoen ondervoede kinderen zijn, zo voorspelt een rapport dat op een conferentie over het wereldvoedselvraagstuk in Bonn wordt besproken. In Afrika dreigt hun aantal aanzienlijk op te lopen.

Het probleem van de ondervoeding van kinderen zal volgens het in Washington gevestigde International Food Policy Research Institute (IFPRI) tegen 2020 met slechts twintig procent afnemen. Volgens directeur-generaal Per Pinstrup-Andersen kan er met bescheiden veranderingen aan het beleid en aan de prioriteiten nochtans perfect voor gezorgd worden dat veel minder kinderen honger hoeven te lijden.

De auteurs van het rapport hebben op basis van het computermodel van het IFPRI projecties uitgewerkt voor de productie en het verbruik van zestien belangrijke voedingsgewassen. Ze onderzochten ook de verwachte weerslag van diverse beleidskeuzen, onder meer een liberalisering van de handel en opvoering van de investeringen in landbouwonderzoek, gezondheidszorg en onderwijs.

Ze concluderen dat Latijns-Amerika in de komende twee decennia de ondervoeding van kinderen vrijwel zal weten uit te schakelen en dat China haar zal halveren. Maar niet in alle regio's mag een dergelijke vooruitgang worden verwacht: over twintig jaar zullen nog steeds een derde van alle hongerige kinderen in India wonen, en in Afrika zal hun aantal met 18 procent toenemen, tenzij krachtig wordt opgetreden. In dat continent lijdt nu één kind op de drie honger, en de migratie naar de steden maakt het probleem nog nijpender. In 2020 kan 39 tot 49 procent van alle Afrikaanse kinderen ondervoed zijn.

Uit alternatieve scenario's blijkt evenwel dat beslissingen die vandaag worden getroffen een verreikende weerslag kunnen hebben op de toekomstige voedselbevoorrading. Een vermindering van het aantal ondervoede kinderen met 42 procent wereldwijd kan worden verzekerd door een bijkomende investering van slechts 10 miljard dollar per jaar. Dit komt neer op de militaire uitgaven van minder dan een week, noteert Mark Rosegrant, de belangrijkste auteur van het rapport.

De sleutel ligt bij het realiseren van hogere rendementen. Een hectare landbouwgrond levert in Europa gemiddeld zesmaal meer graan op dan in Afrika. Weinig Afrikaanse boeren gebruiken meststoffen of irrigeren hun gronden. Een andere belangrijke uitdaging is te zorgen voor betere transportmogelijkheden.

De Afrikaanse regeringen zullen volgens het rapport in de komende twintig jaar 133 miljard dollar moeten investeren om de voorspelde scherpe toename van de ondervoeding te voorkomen. Dat geld moet worden geïnvesteerd in onder meer research gericht op het ontwikkelen van voedingsgewassen die op de vaak marginale gronden in Afrika kunnen gedijen, en in wegen, irrigatie, onderwijs en zuiver water. Volgens Rosegrant spannen slechts een handvol Afrikaanse regeringen -- hij citeert die van Uganda, Botswana, Ghana en Mozambique -- zich terdege in om de voedselsituatie voor hun inwoners te verbeteren.

De conferentie in Bonn zoekt strategieën om de veiligheid van de toekomstige voedselbevoorrading te verzekeren en de apathie te doorbreken die jaarlijks miljoenen kinderen tot de hongerdood veroordeelt. Ze werd georganiseerd door IFPRI en de Duitse regering.