BRUSSEL -- Bedrijven uit de meeste Europese landen moeten rekening houden met hogere pensioenvoorzieningen wanneer de internationale boekhoudnormen (IAS) vanaf 2005 van kracht worden. Dat blijkt uit een studie in opdracht van het Europese Spaarobservatorium (OEE), een Frans financieel onderzoeksinstituut.

Het onderzoek, uitgevoerd door het Franse actuarissenkantoor Fixage, toont volgens het OEE aan dat er binnen Europa grote verschillen bestaan in de berekening van de benodigde bedrijfspensioenreserves, onder meer door de hantering van andere rentevoeten en andere vooronderstellingen over de loonontwikkeling. Dat moet veranderen met de invoering van de uniforme IAS-boekhoudnormen.

Opvallend is wel dat de huidige boekhoudmethodes in de meeste landen leiden tot lagere pensioenprovisies dan het geval zal zijn onder IAS. De studie ging daarbij uit van een systeem waarbij gepensioneerden 20 % van hun laatste loon krijgen na een loopbaan van 37 jaar.

Alleen de Spaanse bedrijven hebben onder de huidige boekhoudnormen significant hogere reserves (29,5 % meer) dan onder IAS vereist zou zijn. De Britse bedrijven zitten ongeveer op koers; voor Ierse bedrijven bedraagt de discrepantie slechts zo'n 5 %.

In de andere West-Europese landen wordt de omvang van de pensioenreserves systematisch onderschat. In België bedragen ze gemiddeld 84,2 % van het bedrag dat onder IAS vereist is, aldus de studie. In Nederland en Zwitserland is dat 75 %, in Frankrijk 73,8 %. Opvallend is vooral de enorme pensioenkloof in Duitsland: de huidige reserves bedragen er slechts 44,6 % van de vereiste reserves onder IAS.

Het OEE besluit dat de harmonisering van de Europese boekhoudregels ,,zeer significante'' gevolgen zal hebben voor de bedrijven zelf of voor de verzekeraars die hun verplichtingen beheren. In sommige gevallen zal de impact ,,rechtstreeks en onmiddellijk'' gevoeld worden. Ook multinationals die in verschillende landen aparte pensioensystemen hanteren, lopen risico's.

Het probleem stelt zich overigens alleen voor pensioensystemen van het zogenaamde defined benefits -principe, waarbij de hoogte van het uitgekeerde pensioenkapitaal contractueel is vastgelegd. In ons land zijn ongeveer 60 % van de pensioenplannen van dat type.