BRUSSEL -- Het begon in 1892 in Rillaar, als een kleine lokale spaarkas. Het eindigde in 1998, door de fusie met de Kredietbank, met de totstandkoming van een grote Vlaamse financiële groep. Dat is het verhaal van de Cera Bank, die een belangrijke rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van het Vlaamse platteland. De geschiedenis van de bank werd nu te boek gesteld.

,,Cera, de kracht van de coöperatieve solidariteit'', heet het boek dat onder leiding van professor Herman Van der Wee door drie Leuvense historici -- Leen Van Molle, Martine Goossens en Eric Buyst -- is geschreven over de geschiedenis van de Cera. Het rijkelijk geïllustreerde werk werd deze week voorgesteld.

Het boek bestaat uit drie delen. Het eerste deel schetst de sociale, economische, culturele en ideologische achtergronden die hebben geleid tot de oprichting van de lokale spaar- en leengilden in Vlaamse landbouwkringen en die de Belgische vertaling vormden van het coöperatieve gedachtegoed van de Duitser Friedrich-Wilhelm Raffeisen. De drijvende kracht achter de oprichting van de eerste spaar- en leengilde, in Rillaar, was de Binkomse pastoor Jacob Mellaerts, die mee aan de basis lag van de oprichting van de Boerenbond.

,,De Raffeisenkassen hebben voor doel de toestand hunner leden in alle opzichten te verbeteren naar het gebod van Christus: Gij zult uw naaste beminnen gelijk u zelven'', schreef Mellaerts.

De spaar- en leengilden kenden een moeilijke start, te wijten aan de armoede op het Vlaamse platteland. Daar kwam verandering in toen de Eerste Wereldoorlog de prijzen voor voedings- en landbouwproducten omhoog joeg. Het inkomen van de landbouwers ging de hoogte in, en ze konden meer sparen. De lokale Raffeisenkassen kregen uiteindelijk meer geld binnen dan ze in de vorm van kredieten konden uitlenen. Het overtollige geld werd versluisd naar de Middenkredietkas, een centrale kas in Leuven, die tot doel had de geldstromen tussen de lokale kassen te sturen.

De Middenkredietkas belegde het geld aanvankelijk bijna uitsluitend in staatspapier. Maar na verloop van tijd kreeg de Middenkredietkas het recht om ook in aandelen te beleggen. De instelling groeide uit tot een belangrijke gemengde bank, met aanzienlijke participaties in industriële bedrijven, en die zich wou meten aan de Brusselse ,,haute finance''. Dat brak de instelling zuur op toen de aandelenmarkten op het einde van de jaren twintig in elkaar klapten. De Middenkredietkas ging in 1934 over de kop en trok de lokale spaarkassen mee in de val.

De Boerenbond probeerde te redden wat er te redden viel. Op zijn initiatief werd in 1935 een ,,nieuw'' Raffeisensysteem opgestart. Daarover gaat het tweede deel van het boek. Het begin was moeilijk, want het vertrouwen van de spaarders was zwaar geschokt. Onder impuls van Alfred Rapport keerde de Raffeisenorganisatie terug naar de bron: een spaarkas van en voor de landbouwers. De Tweede Wereldoorlog, die opnieuw de prijzen van landbouwproducten omhoog joeg, bracht weer een periode van bloei.

Maar na de oorlog verminderde het belang van de landbouw in de economie, door de ontwikkeling van de industrie en de dienstensector. De top van de Raffeisenorganisatie begon voorzichtig op die structurele verschuivingen in te spelen. En van een ,,boerenbank'' evolueerde de instelling naar een bank van en voor het platteland, die ook woonkredieten toekende en leningen aan kmo's. De band met de Boerenbond werd een stuk losser.

Ook de traditionele grootbanken, tot dan vooral actief in de stedelijke gebieden, begonnen hun actieterrein uit te breiden naar het platteland en openden kantoren in de dorpen. De Raffeisenorganisatie zag zich verplicht om ook specifiekere bancaire diensten aan te bieden en groeide op die manier in de richting van een algemene bank. Daarover handelt het derde deel van het boek.

De Centrale Raffeisenkas werd op het einde van de jaren zeventig afgekort tot simpelweg Cera, een naam die geleidelijk aan ook overgenomen werd door de lokale coöperatieve kassen. En Cera werd Cera Bank. Een financiële instelling met een dicht kantorennet. Net zoals de andere grootbanken. In 1991 verliet Cera Bank haar hoofdkwartier in de Leuvense binnenstad, in de schaduw van de Boerenbond, om haar intrek te nemen in een nieuw prestigieus kantoor aan de rand van de stad, langs de autoweg.

De eenmaking van Europa en het vooruitzicht van de monetaire unie stelden de Cera Bank voor de uitdaging van de schaalvergroting. Dat leidde uiteindelijk tot de fusie in 1998 met ABB Verzekeringen -- ook uit de invloedssfeer van de Boerenbond -- en de Kredietbank tot de KBC-groep. Dat betekende meteen ook het einde van de Cera Bank als coöperatieve organisatie. De coöperatieve gedachte werd overgenomen door de Cera Holding, die het coöperatieve ideeëngoed op een innovatieve manier probeert in te vullen.

  • Herman Van der Wee, Eric Buyst, Martine Goossens en Leen Van Molle, ,,Cera 1892-1998, de kracht van de coöperatieve gedachte'', Mercatorfonds, 2002, 480 blz.