De sterke terugval van de aandelenmarkten en de economische groeivertraging wogen vorig jaar zwaar op de resultaten van het Uitgeversbedrijf Tijd, dat onder meer de ,,Financieel Economische Tijd'' publiceert. De verkochte oplage van de krant daalde met tien procent, de advertentie-inkomsten gingen achteruit. Tegelijk had de groep de handen vol met een interne reorganisatie. ,,Maar nu liggen de bouwstenen klaar voor een verdere ontwikkeling'', zegt algemeen directeur Hans Maertens.

Uitgeversbedrijf Tijd keek in 2002 aan tegen een verlies van 2,2 miljoen euro, zelfs als geen rekening wordt gehouden met de slechte resultaten van het tv-stations Kanaal Z, waar Tijd in de loop van vorig jaar uitstapte. Ongeveer de helft van het verlies is veroorzaakt door uitzonderlijke lasten en herstructureringskosten. In de kernactiviteiten van de groep -- informatieleverancier TijdBeursMedia, de krant De Financieel Economische Tijd en de beleggingsbladen -- was er een beperkt operationeel verlies. De omzet daalde van 60 naar 52 miljoen euro, onder meer als gevolg van een aantal desinvesteringen. Het is het tweede jaar op rij dat Tijd in het rood belandde. In 2001 was er een verlies van 5,3 miljoen euro. De uitgever, gespecialiseerd in financieel-economische informatie, heeft zwaar te lijden van de beurscrisis en de economische malaise. Dat weegt op de advertentie-inkomsten. En omdat heel wat beleggers zich afkeren van de beurs, daalt ook de verkochte oplage van de Financieel Economische Tijd, het vlaggenschip van de groep. In 2002 verkocht de Tijd dagelijks gemiddeld 43.839 exemplaren, tien procent minder dan het voorgaande jaar. Het aandelenblad De Belegger speelde een kwart van zijn abonnees kwijt.

Maar Hans Maertens, sinds april vorig jaar algemeen directeur van het Uitgeversbedrijf Tijd, ziet geen reden tot paniek. ,,We zijn het schip opnieuw in de goede vaart aan het brengen'', zegt hij. ,,Dit jaar moeten alle bedrijfsonderdelen minstens break-even halen.''

Maertens, een pragmaticus die op een rustige, maar vastberaden manier richting doel gaat, is meer ontspannen dan enkele maanden geleden. ,,We praten met het directiecomité eindelijk opnieuw over groei en allerlei initiatieven. Dat is leuker dan de saneringslogica waar we vele maanden in gezeten hebben.'' Maar hij neemt meteen ook de twijfel weg. ,,De cultuur van kostenbeheersing mag niet verdwijnen.''

Het is een stijlbreuk met een niet zo ver verleden, toen Tijd intern de slogan high quality, high price cultiveerde. Aan de kwaliteit moet niet geraakt worden, vindt Maertens, integendeel. Hij beseft dat de kleine aandeelhouder die de jongste jaren zware verliezen leed, niet alleen teleurgesteld is in de beurs en zijn bankier, maar ook in de informatievoorziening. ,,Het debacle van Lernout & Hauspie heeft ons onrechtstreeks veel pijn gedaan''.

Maertens, die in 1987 bij de krant begon op de politieke redactie en er de sociale berichtgeving verzorgde, heeft de organisatiestructuur van de groep het voorbije jaar grondig aangepast. ,,We waren een inktvis waarvan de ene tentakel korter, dikker of langer was dan de andere.''

Het beestje werd uit elkaar gehaald, verdeeld in business units met elke een winst- en verliesverantwoordelijkheid en een meer correcte toewijzing van kosten.

Dat het vlaggenschip van het huis, de krant De Financieel Economische Tijd , afgelopen jaar een licht verlies leed, is voor Maertens daarom een relatief gegeven. ,,Die divisie droeg ook heel wat kosten van diensten die verzorgd werden voor andere afdelingen.''

Voor de uitgever was het de jongste twee jaar pijnlijk ontwaken. Op het beste jaar ooit van het bedrijf, 2000, volgde het slechtste jaar ooit. De periode viel samen met aandeelhouderstwisten, onzekerheid over de toekomst -- Tijd werd in 2000 door de aandeelhouders in het uitstalraam gezet -- en spanningen aan de top, met ultiem een managementwissel.

,,Die aandeelhoudersdiscussies vormden een ware schok voor het bedrijf. Dat heeft verlammend en afremmend gewerkt. Het management was meer bezig met de relatie met de raad van bestuur en de aandeelhouders dan met het managen van het bedrijf'', zegt Maertens.

In een zoektocht naar een strategische partner kwam Tijd in 2000 uit bij het Financieele Dagblad in Nederland, maar gesprekken over een alliantie leverden niets op. Daarop werd uitgekeken naar andere mogelijke partners. De Persgroep (Het Laatste Nieuws, De Morgen) en Roularta (Trends, Knack) , gesteund door het toenmalige management van Tijd, deden een overnamevoorstel, waarop ook andere overnamekandidaten zich meldden. Maar na protest van het personeel, krabbelde de hoofdaandeelhouder, het Vlaams Economisch Verbond (VEV), terug en besloot het begin 2001 de krant niet te verkopen. Maar de hele episode had wonden geslagen. Eind 2001 verliet algemeen directeur Paul Huybrechts het bedrijf, begin 2002 volgde gedelegeerd bestuurder Jan Lamers dat voorbeeld.

Hans Maertens kwam in april 2002 aan het hoofd van Tijd, dat vanuit verschillende hoeken werd belaagd. Elf september 2001 leidde tot een verzwakkende economie, dalende beurzen en wankel consumentenvertrouwen. De kernmarkt van Tijd, de financieel-economische informatie en berichtgeving, kwam onder druk. ,,En die druk is er in 2003 nog steeds'', zegt Maertens, die wel een stabilisatie meent te zien en enkele signalen van beterschap in een paar activiteiten.

Maertens stond tegenover een dubbelde uitdaging: het schip op koers houden en de geschonden relatie met de aandeelhouders herstellen.

De bijsturing van het schip betekende vooral dat er flink gesnoeid werd in de wildgroei van de voorgaande jaren. De haast ontelbare initiatieven van TijdBeursMedia, de elektronische dataleverancier, werden fors gereduceerd. Zo'n twintig werknemers moesten afvloeien. Ook in andere afdelingen van het bedrijf verdwenen nog eens twintig banen. Tijd schroefde de kosten met 10 tot 15 procent terug. Het belang in callcenter Paratel werd verkocht, de participatie in het zwaar verlieslatende Kanaal Z werd aan partner Roularta gelaten. ,,Het uitgevershart bloedt als je zo'n beslissing neemt'', zegt Maertens daarover. ,,Maar je moet realistisch blijven.''

Toch klinken de troepen intern niet bijzonder optimistisch. Heel wat medewerkers zagen de jongste twee jaren zekerheden sneuvelen waarvan ze dachten dat ze verworven waren. Voor Uitgeversbedrijf Tijd, waarvan de aandeelhouders nooit veel aandacht hadden voor rendement -- laat staan dat ze een dividend verlangden -- is de confrontatie met de reële wereld soms ontnuchterend.

Aan de top van het bedrijf leeft wel het gevoel dat het ergste achter de rug is. ,,We hebben het bedrijf focus gegeven'', zegt Maertens. ,,En bouwstenen voor de toekomst gelegd.'' Maertens wil weg uit de hoek waar de klappen vallen en werkt aan een tegenaanval. In de krantendivisie staat het project ,,maandagkrant'' daarbij centraal. De idee dat De Financieel Economische Tijd zich nog nadrukkelijker op de markt van De Standaard moet begeven, leeft al sinds eind de jaren tachtig maar is nog nooit zo intens nagejaagd.

,,Over het recept wil ik niets kwijt'', reageert Maertens op de vraag naar het kostenplaatje van de maandagkrant. Ook de raad van bestuur van Tijd speelt op veilig. ,,Er is afgesproken om het project te lanceren zodra de economie weer aantrekt. Maar ik vraag me af of we er toch niet eerder mee van start moeten gaan'', zegt Maertens. ,,Ik ben jaloers op Het Financieele Dagblad dat ermee begon tijdens de hoogconjunctuur.'' De maandageditie van die Nederlandse krant is voor Maertens het bewijs dat het mogelijk is om een zinvol maandagproduct voor te leggen.

Het project past in de verbreding van de krant. ,,Zie het zoals een ei. Je hebt de dooier en daar omheen het wit en de schaal. De dooier is de financieel-economische berichtgeving, een krant op maandag is het wit en de schaal.'' Maertens wil ermee af van het imago dat de Financieel Economische Tijd een beurskrant is. ,,Het is een gespecialiseerde kwaliteitskrant. En die kan het zich niet veroorloven drie dagen van de markt te blijven.''

Opvallend is dat Uitgeversbedrijf Tijd ook blijft vasthouden aan zijn rol van elektronische verspreider van financiële informatie. Dat gebeurt via TijdBeursmedia (TBM) dat onlangs de overname bekendmaakte van het handelsfonds en activa van de Nederlandse sectorgenoot FirstQuote Stockdata. TBM is naar eigen zeggen marktleider in de Benelux. De overname betekent dat TBM een klantenportefeuille van 3.000 eenheden verwerft.

Maertens spreekt tegen dat een kleine speler als Tijd zich op glad ijs begeeft in een markt die gedomineerd wordt door grote groepen als Reuters en Bloomberg. ,,Er zal altijd behoefte zijn aan partijen met lokale marktkennis. Bovendien zien we dat de financiële huizen besparen op hun dure terminals en overstappen naar goedkopere producten als die van TBM.'' Maertens heeft het jongste anderhalf jaar sterk het mes gezet in het personeelsbestand van TBM waardoor een einde zou moeten komen aan de jarenlange verliezen.

Ook het beursblad De Belegger heeft nood aan vernieuwing. Dit blad werd jarenlang als een gemakkelijke melkkoe beschouwd, maar evolueerde onvoldoende met de markt mee. De troef van De Belegger -- de belegger kon aan de hand van het blad consequent zijn aandelenportefeuille opvolgen -- werd in een periode van aanhoudende beursverliezen, de belangrijkste zwakte. De Belegger gaat zich nu meer op personal finance toeleggen, naar het voorbeeld van andere beleggingspublicaties.