Jo Lernout en Pol Hauspie
©fdm
Twaalf jaar hadden Jo Lernout en Pol Hauspie erover gedaan om LHSP uit te bouwen tot de onbetwiste en alom bejubelde Vlaamse technologieparel met wereldfaam. In amper vier maanden werd hun levenswerk tot puin herleid en hun droom aan scherven geslagen. Hollywoord in Ieper: een reconstructie.

Champagne! Op 1 december 1995 realiseerden Jo Lernout en Pol Hauspie een krachttoer: hun bedrijf, Lernout&Hauspie Speech Products (LSHP), noteerde voor het eerst op de Amerikaanse schermenbeurs Nasdaq. ,,Lernout en Hauspie eerste Belgen op Wall Street'', jubelden de kranten. Het aandeel, geïntroduceerd tegen 11 dollar, was tegen het einde van de dag al gestegen tot 16 dollar, en tegen Kerstmis was de koers doorgeschoten tot 31,5 dollar. Hier werd duidelijk een succesverhaal geschreven.

Op 10 december 1987 richtte Jo Lernout met de steun van Pol Hauspie en enkele andere vrienden uit de streek de nv Lernout op. Het bedrijf zou zich toeleggen op spraak- en taaltechnologische producten. Twee jaar later werd de naam veranderd in Lernout&Hauspie Speech Products. Zo zou het voor derden moeilijker zijn om een van de twee managers-oprichters te wippen, luidde de redenering. Jo Lernout en Pol Hauspie geloofden rotsvast dat mensen en computers op termijn met elkaar zouden communiceren door middel van spraaktechnologie. Er wenkte een gigantische, nauwelijks ontgonnen markt. Maar gespecialiseerde kennis van spraaktechnologie hadden ze niet. Geen probleem: wat je niet hebt, kun je kopen.

Het bedrijfje probeerde het in eerste instantie door licenties op buitenlandse spraaktechnologieproducten te nemen, daar wat aan te verbeteren en ze daarna in Europa te verdelen. Terzelfder tijd probeerden Jo Lernout en Pol Hauspie eigen kennis in huis te halen door zelf aan onderzoek en ontwikkeling te doen. Daarvoor trokken ze hooggespecialiseerde vorsers aan en borduurden ze voort op het werk dat verschillende Belgische universiteiten al hadden verricht. Maar het bleef een beetje tasten in het duister.

De twee ondernemers bakenden drie prioritaire werkdomeinen af: de spraakcompressie (de digitalisering van geluid), de 'tekst-naar-spraak' en de spraakherkenning. De 'tekst-naar-spraak' was innoverend: een computer die kon spreken! Het taaltje dat het apparaat voortbracht, was gebroken en had een metaalachtige klank, maar dat zou in de komende jaren wel worden bijgeschaafd. De spraakherkenning zag er zo mogelijk nog revolutionairder uit: een computer die de menselijke stem gehoorzaamde! Meteen leken ontelbare praktische toepassingen binnen handbereik te liggen. Een koffiezetapparaat dat je mondeling kon bedienen was opeens geen sciencefiction meer.

Jo Lernout en Pol Hauspie droomden hardop van het manna dat over het Ieperse bedrijf zou neerdalen. Maar de technologie stond nog niet helemaal op punt. Aangezien er nog geen commercialiseerbare producten waren, slaagde LHSP er nauwelijks in inkomsten te halen, terwijl onderzoek en ontwikkeling handenvol geld kostten. Het bedrijf zat daardoor voortdurend in acute geldnood. Maar met hun lef, overtuigingskracht en verkoopstalent slaagden Jo Lernout en Pol Hauspie er telkens weer in mensen ertoe over te halen hun centen in hun bedrijf te stoppen. Ze schrokken niet terug voor onorthodoxe financieringsmethodes en waren niet te beroerd om heuse bedeltochten te ondernemen.

In 1989 leken hun financiële zorgen voorbij. Drie durfkapitaalfondsen -- de Gimv, BeneVent en de Vlaamse Investeringsvennootschap -- waren bereid 60 miljoen frank te investeren in ruil voor een meerderheidsbelang van 60 procent. Maar het enthousiasme van de durfkapitalisten bekoelde al snel toen ze vaststelden dat Jo Lernout en Pol Hauspie hun peptalk niet waar konden maken. De aangekondigde doorbraken lieten op zich wachten en het bedrijf slaagde er niet in de doelstellingen van het business plan te halen. Bovendien stelden ze vast dat de twee West-Vlaamse ondernemers door creatief boekhouden de gang van zaken rooskleurig maakten dan hij in werkelijkheid was. Twee jaar later hielden de drie fondsen het voor bekeken en ze stapten uit het bedrijf.

Jo Lernout en Pol Hauspie hadden intussen andere, particuliere geldschieters gevonden. Daarbij hadden ze de steun gekregen van veevoederspecialist Fernand Cloet, die zijn relatienetwerk had aangesproken, en van Nico Willaert -- half Belg, half Nederlander -- die zijn werk had laten staan om met zijn ongeëvenaarde verkoopstalent voor LHSP zowel contracten als financieringen binnen te halen. Nico Willaert ontpopte zich tot de derde man van het bedrijf, weliswaar een beetje op de achtergrond.

De oude West-Vlaamse ondernemerswijsheid Pour vivre heureux, vivons cachés was niet aan Jo Lernout en Pol Hauspie besteed. Ze grepen elke kans aan om zich op de voorgrond te dringen. Ze slaagden erin de interesse van de politici te wekken, die zich maar al te graag met dit beloftevolle Vlaamse technologiebedrijf associeerden. Jo Lernout en Pol Hauspie beseften dat politici de sleutel vormden tot bepaalde geldpotten van de overheid. Het was op uitdrukkelijk verzoek van de toenmalige Vlaamse minister-president Luc Van den Brande dat de Gimv eind 1992 het dossier-LHSP opnieuw bekeek en besliste een participatie van 17,4 procent te nemen. Niet onder politieke druk, bezwoer de Gimv, maar na een diepgaande analyse van de markt- en bedrijfsvooruitzchten.

LHSP had intussen zijn strategie omgegooid: de onderneming zou zich toeleggen op de basistechnologie en de ontwikkeling van eindgebruikerstoepassingen stopzetten. Een berekende gok, die een slimme zet zou blijken als de markt voor spraaktechnologie -- eindelijk -- zou openbloeien. De royalties uit licentiecontracten zouden een courante inkomensstroom op gang brengen die het bedrijf vlug in staat zouden stellen zelf zijn verdere groei te financieren en rendabel te worden.

Aan belangstelling voor het werk van LHSP ontbrak het niet. Nogal wat informaticabedrijven waren bang de boot van de spraaktoepassingen te missen en sloten licentieovereenkomsten met LHSP af. De Amerikaanse telecomgigant AT&T, dat in september 1993 een belang van 5 procent in LHSP nam, was een van hen. Het betaalde daarvoor 5 miljoen dollar, toen zo'n 177 miljoen frank, of bijna zeven keer meer dan de Gimv een jaar eerder had betaald. Op basis van die prijs werd LHSP op 3,5 miljard frank gewaardeerd.

De licenties waren er, maar de inkomsten vielen tegen. De traditionele bankiers bleven aan de zijlijn staan. Jo Lernout en Paul Hauspie kwamen tot het besef dat ze een structurele oplossing voor hun kapitaalgebrek moesten vinden. Een beursintroductie, waarom niet? Het Ieperse bedrijf vond een zakenbank bereid om de beursintroductie te verzorgen, en op 1 december 1995 flikkerde LHSP op de Nasdaq-schermen. Jo Lernout en Pol Hauspie hadden geschiedenis geschreven. ,,Wij lijken wel op luchtkussens te lopen'', jubelde Pol Hauspie.

* * *

De periode van kommer en kwel lag achter de rug. In februari 1996 kon LHSP meedelen dat in het vierde kwartaal van 1995, het verlies voor de eerste keer kleiner was geweest dan de omzet. Bovendien waren twaalf nieuwe licentiecontracten ondertekend, wat het totaal op 82 bracht. In het eerste kwartaal van 1996 vervijfvoudigde de omzet. Maar winst was er nog altijd niet.

In mei, een half jaar na de beursintroductie, bracht LHSP een tweede pakket aandelen naar de Nasdaq. De introductieprijs bedroeg 38 dollar. In zes maanden was de koers van het aandeel bijna verviervoudigd. En er kwam nog meer goed nieuws: in augustus kon het bedrijf meedelen dat het in het tweede kwartaal van het boekjaar voor het eerst in zijn bestaan een bescheiden winst had geboekt. Het nieuws was goed voor dikke krantenkoppen.

De investeerders van het eerste uur konden beginnen te oogsten. In sommige delen van West-Vlaanderen kwamen de verhalen op gang. De ene had dankzij de meerwaarde op zijn LHSP-aandelen een dure Mercedes kunnen kopen, de andere had een luxueuzere villa kunnen bouwen. Deze verhalen wekten de nieuwsgierigheid van andere beleggers, die aan alle kanten werden aangemoedigd om ook in LHSP te stappen. De kranten maakten op hun beurspagina's een plaatsje vrij voor de koers van LHSP op Nasdaq. Het aandeel won snel aan geloofwaardigheid. Als er één technologieaandeel was dat elke goede huisvader en elke beleggingsclub in portefeuille moesten hebben, dan was het wel LHSP. De banken lieten hun wantrouwen varen. Opeens stond het voor de topbankiers chic om zich op concerten of in de voetballoges in het gezelschap van Jo Lernout of Pol Hauspie te laten opmerken.

Succes werkt aanstekelijk. Nadat Hubert Detremmerie, voorzitter van het directiecomité van Bacob, een punt achter zijn bankierscarrière had gezet, werd hij financieel adviseur en lid van de raad van bestuur van LHSP. Hij zat er in het gezelschap van de Brusselse zakenadvocaat Louis Verbeke, de bezieler van het Vlerick-netwerk, een man die de grenzen van de deontologie in de advocatuur had verlegd door aandeelhouder te worden van het bedrijf waaraan hij juridisch advies verschafte.

LHSP werd stilaan volwassen, en had nood aan meer managementervaring. In de herst van 1996 werd Gaston Bastiaens binnengehaald als chief executive officer (afgevaardigd bestuurder). Bastiaens had bij Philips mee aan de wieg gestaan van de interactieve cd. Daarnaast had hij bij Apple mee de Newton , een digitale zakagenda, ontwikkeld en had hij de leiding van het Amerikaanse softwarehuis Quarterdeck gehad. Zijn track record was niet echt glorieus, maar toch stevig. En hij kende de Aziatische en de Amerikaanse markt.

Voor het spraaktechnologiebedrijf was 1996 het jaar van de definitieve doorbraak. Koning Albert kwam naar Ieper om persoonlijk met deze bedrijfparel kennis te maken. En het weekblad Trends verkoos Jo Lernout en Pol Hauspie tot 'Managers van het Jaar 1996'.

Het scherpte de ambities alleen maar aan. ,,LHSP moet de wereldwijde standaard worden inzake spraaktechnologie'', klonk het. Grootspraak? De twee West-Vlamingen realiseerden in september 1997 opnieuw een stunt door een strategische alliantie met de Amerikaanse softwaregigant Microsoft aan te kondigen. De integratie van de LHSP-spraakmodules in het Windows-besturingssysteem van Microsoft zou het Ieperse bedrijf -- eindelijk -- toegang geven tot de massamarkt en van LHSP de onbetwiste marktleider maken. Dat het geen loze praatjes waren, bewees de investering van 1,7 miljard frank die Microsoft deed en waarmee het een belang van 8 procent in LHSP verwierf. Toen Microsoft-topman Bill Gates op 4 februari 1998 een bezoek aan de Belgische hoofdstad bracht, bleven de twee Vlaamse wonderboys de hele dag opvallend dicht in de buurt van Bill Gates, zodat het voor iedereen duidelijk zou zijn dat Bill hun buddy was. De beleggers waren in de wolken. Wie zegt dat bomen niet tot in de hemel groeien?

* * *

Het ene euforische persbericht na het andere werd de wereld ingestuurd. De beurskoers klom, en met goedkoop geld -- opgehaald via kapitaalverhogingen -- trok LHSP op het overnamepad. Het spraaktechnologiebedrijf begon links en rechts vertaalbureaus op te kopen: Mendez Translations, Lexitrans, Transligua, enzovoort. LHSP was vooral geïnteresseerd in hun uitgebreide databanken voor geautomatiseerde vertalingen. De combinatie van geautomatiseerde vertaling en spraaktechnologie zou een einde kunnen maken aan de babylonische spraakverwarring in de wereld. Stel je voor: een Vlaming in Antwerpen telefoneert met een Chinees in Peking. Door spraakherkenning komt het gesprek bij de computer, die het Nederlands in het Chinees vertaalt. De man in Peking krijgt daarna door een tekst-naar-spraaktoepassing een stem te horen die in het Chinees weergeeft wat de man in Antwerpen vertelt. En vice versa. Geniaal, nietwaar?

Maar spraaktechnologie bleef in de eerste plaats een wereld van beloften. De echte doorbraak liet op zich wachten. Jo Lernout en Pol Hauspie kwamen tot het besef dat meer mensen en meer bedrijven zich op de ontwikkeling van spraaktechnologietoepassingen zouden moeten toeleggen. Ze wilden daartoe mee de aanzet geven met een investeringsfonds dat durfkapitaal zou verschaffen aan jonge bedrijfjes. Zo ontstond het Flanders Language Valley Fund, kortweg FLV Fund. Bovendien zou rond een -- nog te bouwen -- hoofdkwartier van LHSP in Ieper een bedrijvencentrum voor spraaktechnologische bedrijven moeten komen: Flanders Language Valley. Dat concept moest bovendien op andere plaatsen in de wereld herhaald worden. De vzw SAIL Trust -- SAIL staat voor Speech (spraak), Artificial Intelligence (artificiële intelligentie) en Language (Taal) -- zou daar een stimulerende rol in spelen en de oprichting van zogenaamde Sail-ports in het buitenland promoten.

Door hun overtuigingskracht en hun aanstekelijke enthousiasme slaagden Jo Lernout en Pol Hauspie erin mensen met wie ze vroeger serieus overhoop hadden gelegen, aan te trekken om de schouders onder die initiatieven te zetten. Mensen zoals investeringsmanager Philip Vermeulen van de Gimv, die de leiding van het FLV Fund kreeg, of bedrijfsrevisor Paul Behets, die regelmatig zijn ongenoegen had laten blijken over de manier waarop Jo Lernout en Pol Hauspie hun jaarrekeningen opstelden. Hij werd managing director van SAIL Trust.

LHSP zocht naarstig verder naar lucratieve marktsegmenten voor de spraaktechnologie. Na enkele kleinere deals sloeg LHSP in maart 2000 een grote slag met de overname van het Amerikaanse Dictaphone, de marktleider voor dicteerapparatuur in de VS. Door de transactie van 40 miljard frank, deels betaald in aandelen, verdubbelde LHSP in een klap in omvang.

Dezelfde maand nog verwierf LHSP ook Dragon, een van de belangrijkste Amerikaanse producenten van spraakherkenningstechnologie en een concurrent van LHSP. De aandelenkoers van het Ieperse bedrijf swingde de pan uit en het aandeel klom tot 65 dollar. Aangezien LHSP de afgelopen jaren twee keer een aandelensplitsing had doorgevoerd, was het aandeel, dat bij de beursintroductie in 1995 gewaardeerd werd op 11 dollar, nu 260 dollar waard. Of bijna 25 keer meer. Met een beurskapitalisatie van zowat 450 miljard frank behoorde LHSP tot de vijf grootste Belgische bedrijven.

* * *

,,Uw rekenmachientje is kapot'', snauwde Gaston Bastiaens begin dit jaar tegen een analist van het Amerikaanse effectenhuis Lehman Brothers. De man had op een vergadering van financiële analisten beweerd dat Bastiaens de resultaten van het bedrijf positiever voorstelde dan ze in werkelijkheid waren. De twijfels van de analist kregen een echo in de gezaghebbende Amerikaanse beurskrant The Wall Street Journal , die ook vraagtekens plaatste bij de opmerkelijke omzetgroei die LHSP afficheerde.

The Wall Street Journal had altijd al kritisch bericht over LHSP. In Ieper werd dat weggelachen. ,,De krant laat zich gebruiken door short sellers , speculanten die belang hebben bij een koersdaling van het aandeel-LHSP'', luidde het. Maar ook de Securities and Exchange Commission (SEC), de strenge Amerikaanse beursautoriteit, had het verhaal in The Wall Street Journal gelezen en vroeg LHSP de omzetgroei te detailleren. Niks aan de hand. LHSP had het al eerder met de SEC aan de stok gehad, in verband met zijn boekhoudmethoden. Daardoor was het bedrijf begin 1999 verplicht geweest zijn jaarrekeningen retroactief voor 1997 en 1998 aan te passen.

In juli kwam LHSP op de proppen met een geografische verdeling van zijn omzet. Daaruit bleek dat de omzet in de VS stagneerde, maar dat het bedrijf vooral in Singapore en Zuid-Korea een bijna fenomenale groei had gerealiseerd. Het bedrijf schreef dat toe aan onder meer het succes van Bumil, een Koreaans informatie- en communicatiebedrijf dat het in september 1999 had overgenomen.

Maar de verduidelijking die LHSP over zijn omzet had gegeven, nam het wantrouwen niet weg. The Wall Street Journal , die zich in het dossier had vastgebeten, beschuldigde het Vlaamse technologiebedrijf er op 8 augustus van dat het loog over contracten en klanten in Korea. De twijfel was gezaaid. Paniekverkopen op de beurs duwden de koers van het aandeel-LHSP -- dat de voorgaande maanden niet was ontsnapt aan de algemene malaise van de technologieaandelen -- met een kwart naar beneden. Dat LHSP de dag daarop mooie kwartaalcijfers publiceerde, kon het tij niet doen keren.

,,De beste manier om die nonsens te weerleggen, is een volledige audit door een onafhankelijk bureau'', kondigde Bastiaens half augustus aan. KPMG, de vaste bedrijfsrevisor van LHSP, kreeg de opdracht om al de activiteiten in de diverse afdelingen door te lichten, ,,om de markt gerust te stellen''. Maar de grond onder LHSP was beginnen te schuiven. Gaston Bastiaens zelf werd daar het eerste slachtoffer van. Op 25 augustus werd hij als chief executive officer opzijgezet en vervangen door de Amerikaan John Duerden, de voormalige topman van Dictaphone. Het was bedoeld als een krachtig signaal: LHSP was vastbesloten orde op zaken te stellen.

Maar er was nog meer slecht nieuws op komst. De Amerikaanse beurswaakhond SEC kondigde op 21 september aan de boeken van LHSP aan een nauwkeurig onderzoek te zullen onderwerpen. Verschillende beurshuizen beslisten daarop het aandeel niet langer te volgen, waarmee ze impliciet te kennen gaven alle vertrouwen in het bedrijf te hebben verloren. Als om het bedrijf de doodsteek te geven, kwam The Wall Street Journal de dag daarop met nieuwe onthullingen. Ditmaal ging het om een dubieus franchisesysteem dat LHSP, met de hulp van het FLV Fund, in Singapore zou hebben opgezet om zijn omzet kunstmatig op te krikken. ,,Een vuile aanval die wij zullen afslaan'', reageerde een gepikeerde Jo Lernout. ,,Men probeert onze mooie technologie goedkoop in handen te krijgen, maar dat zal niet doorgaan. Over my dead body .'' De theorie dat er een Amerikaanse complot was om de Vlaamse spitstechnologie in te pikken was gelanceerd. Maar de beleggers kozen eieren voor hun geld en dumpten massaal hun aandelen.

Om de gemoederen te bedaren, organiseerden Jo Lernout en John Duerden op 27 september een persconferentie. Pol Hauspie was ,,wegens ziekte'' afwezig. Maar de boodschap dat de fundamentals van het bedrijf stevig waren, werd niet gehoord, omdat het bedrijf diezelfde dag een winstwaarschuwing publiceerde: in het derde kwartaal van het boekjaar zouden de resultaten met rode inkt worden geschreven. De beurskoers kelderde.

Het beloofde auditrapport liet op zich wachten. De markt zag dat als een slecht teken. Nieuwe aantijgingen van The Wall Street Journal op 27 oktober, over de eigenaardige boekhoudpraktijken van satellietbedrijfjes rond LHSP, haalden nog een stuk van de beurskoers. Van de 450 miljard frank die het bedrijf op basis van de beurskapitalisatie in maart waard was geweest, schoot nog nauwelijks 50 miljard over.

Op 9 november namen Jo Lernout en Pol Hauspie ontslag als voorzitters van de raad van bestuur. De Nederlander Roel Pieper, die voor Tandem Computers en voor Philips had gewerkt, en die enkele maanden vroeger was aangetrokken als bestuurder, nam hun plaats in. Jo Lernout bleef wel vice-voorzitter, Paul Hauspie gewoon bestuurder. Ook Nico Willaert, de nummer drie, zette een stapje opzij, net als de financieel directeur. Er werd nu op de tandem Duerden-Pieper -- twee buitenlanders -- gerekend om het Vlaamse bedrijf van de totale ondergang te redden. Maar het aandeel zakte verder naar de dieperik omdat het bedrijf tegelijk had meegedeeld dat een eigen interne audit ,,fouten en onregelmatigheden'' in de boekhouding van de laatste drie jaar had vastgesteld. De Amerikaanse technologiebeurs Nasdaq schortte de notering van het aandeel op.

Pieper beloofde een snelle herstart. Maar de audit van KPMG, die het bedrijf vrij had moeten pleiten, liet nog altijd op zich wachten. LHSP onderhandelde met de banken over een herschikking van zijn schulden, maar de banken stelden zich bijzonder onbuigzaam op. Op 22 november raakte bekend dat het aan LHSP gelieerde FLV Fund voor 1,4 miljard getild was door de topman van LHSP Korea. Om zijn eigen hachje veilig te stellen, knipte FLV Fund meteen alle banden met LHSP door. De Easdaq-beurs schortte de handel in het FLV Fund op.

Ook bij LHSP Korea zelf kwam een omvangrijke fraude aan het licht. Op 23 november namen Nico Willaert, Gaston Bastiaens en Pol Hauspie ontslag uit de raad van bestuur. Met Pol Hauspie verdween een van de twee stichters van het toneel. Bovendien kwam ook nog het nieuws dat Dictaphone, waarvoor LHSP in maart nog 40 miljard frank had betaald, in het derde kwartaal van het boekjaar 2 miljard frank verlies had geleden. Op 29 november trokken de banken hun handen van LHSP af. Voor het spraaktechnologiebedrijf bleef er maar één uitweg: een gerechtelijk akkoord aanvragen. Dat gebeurde donderdagochtend 30 november bij de rechtbank van koophandel in Ieper. De komende weken zal blijken of LHSP alsnog aan het faillissement kan ontsnappen.

Voor het verhaal van de beginjaren van LHSP is onder meer gebruik gemaakt van het boek ,,De Spraakmakers'', geschreven door Trends-journalist Piet Depuydt (Uitgeverij Globe, 1997).