BRUSSEL -- Als een niet-getrouwd paar gaat samenwonen, gebeurt het vaak dat de partners (minstens een tijdje) een woning of appartement huren. Of dat de nieuwe levensgezel zijn intrek neemt in het appartement of de woning die de ander al huurt. Maar heeft dit alles geen gevolgen voor de huur? Want wie moet bijvoorbeeld de huurprijs betalen? En wie moet -- als er uiteindelijk een kink in de kabel komt -- de woning verlaten?

Vooreerst is het mogelijk dat de partners opteerden voor een statuut van wettelijke samenwoners. In dat geval geldt een bijzonder beschermingsregime voor de partner die zijn intrek neemt bij de huurder. Een gelijklopende regeling als bij gehuwden is dan van toepassing.

Omdat het aantal gevallen van wettelijke samenwoning tot vandaag zeer beperkt blijft, gaan we op een en ander niet nader in. In een eerdere kroniek werd overigens uitvoerig aandacht besteed aan deze problematiek met betrekking tot gehuwden.

In de meeste gevallen is er daarentegen sprake van een feitelijke samenwoning, waarbij de partners niet het statuut van wettelijke samenwoners aannemen. Bij het bepalen van de precieze regels die dan van toepassing zijn, is het van belang te weten wie de huurovereenkomst ondertekende. Met andere woorden: of dit een van de samenwoners was, dan wel beide.

Een eerste situatie die zich daarbij kan voordoen is dat de partners samen de huurovereenkomst aangaan en dat ze allebei de huurovereenkomst ondertekenen. Deze hypothese zal zich vaak voordoen als een al bestaand paar beslist om te gaan huren. In dat geval worden beide partners medehuurder. Ze nemen ieder de helft van de huurverplichtingen op zich.

Voor de verhuurder kan dat vervelende gevolgen hebben. Want als de huurders de huurprijs bijvoorbeeld niet spontaan betalen, zal de verhuurder bij elk van de huurders de helft van die huurprijs moeten gaan innen. Wat meteen betekent dat het risico van insolvabiliteit van een van hen dan bij de verhuurder komt te liggen. Om die problemen te vermijden, is het -- als verhuurder -- aangewezen om in de huurovereenkomst te zetten dat de huurders hoofdelijk gehouden zijn tegenover de verhuurder voor alle verbintenissen uit hoofde van de huurovereenkomst.

Een moeilijkheid kan zich voordoen als de huurders op een bepaald ogenblik problemen krijgen in hun relatie. Want wie mag er dan in de woning blijven? In beginsel hebben beide huurders evenveel rechten om te blijven. Wel zouden ze in hun onderlinge relatie een overeenkomst kunnen afsluiten waarin ze bepalen wie bij relationele moeilijkheden de woonst moet verlaten.

Deze overeenkomst is echter niet tegen te werpen aan de verhuurder, tenzij die ermee akkoord gaat. De verhuurder kan dan ook bijvoorbeeld bij niet-betaling van de huur door de partner die blijft wonen de andere nog aanspreken. Is er geen akkoord tussen de huurders, dan kan de zaak uiteindelijk voor de rechtbank worden gebracht. Die beslist wie (tijdelijk) de woonst moet verlaten.

Ondertekende maar een van de huurders de huurovereenkomst of komt na ondertekening door een huurder bij hem een partner inwonen, dan staat alleen de eigenlijke huurder in voor de verplichtingen uit hoofde van de huurovereenkomst. De verhuurder kan de andere partner dus in beginsel niet aanspreken.

De verhuurder kan overigens niet verhinderen dat een huurder met iemand zou gaan samenwonen in zijn woning of appartement. Contractuele clausules in de huurovereenkomst waarin staat dat het de huurder niet toegelaten is met iemand in de woning samen te wonen, zijn in heel wat gevallen niet geldig.

Bij problemen in hun onderlinge relatie kan de partner die huurt de andere uit de woonst zetten. Wel zal hij daarbij meestal een redelijke opzegtermijn moeten naleven. Waarbij rekening moet worden gehouden met de duur van de samenleving, de mogelijkheid om op korte termijn een andere woonst te vinden, de financiële en gezondheidstoestand van de partner in kwestie en dergelijke meer. Ook hier kan desgevallend een beroep gedaan worden op de rechtbank en dit bijvoorbeeld om een maatregel van uitdrijving te bekomen.

  • Deze rubriek verschijnt wekelijks op dinsdag. De auteur is advocaat-vennoot bij het advocatenkantoor De Lat, Wuyts en vennoten in Herentals.