De Beers, dat een monopoliepositie bezit in de diamantsector, hoopt een overeenkomst te sluiten met de Amerikaanse overheid zodat het bedrijf actief kan zijn op zijn grootste afzetmarkt, schrijft Victor Mallet. Voorlopig lijken de gesprekken met de Amerikaanse justitie niets op te leveren.

Er valt niets aan te merken op de logica achter de geheime gesprekken van De Beers met het Amerikaanse gerecht. De Zuid-Afrikaanse groep De Beers domineert de wereldmarkt voor juweeldiamanten. Elk jaar is de Amerikaanse markt goed voor bijna de helft van de waarde van de wereldhandel in diamanten en de managers van De Beers willen hun grootste markt bezoeken en ontwikkelen zonder te moeten vrezen voor rechtszaken of arrestaties.

De jongste maanden heeft De Beers op een discrete manier geprobeerd om een samenkomst te regelen met de functionarissen van de Amerikaanse justitie. Het bedrijf wil besprekingen voeren om een eind te maken aan het feitelijk verbod waardoor De Beers in de VS geen activiteiten mag ontplooien en de managers de VS niet binnen mogen.

De Beers geeft toe een monopolie te bezitten en daardoor zou het de Amerikaanse antitrustwetten schenden als het direct in de VS actief zou zijn. En tegen het bedrijf loopt nog altijd een klacht uit 1994 in een antitrustzaak. Daarbij werden De Beers en General Electric (GE) ervan beschuldigd dat ze geheime afspraken hadden gemaakt om de prijzen van industriële diamanten vast te leggen. Een rechter verwierp de zaak tegen GE maar de klacht tegen De Beers, dat weigerde op een Amerikaanse rechtbank te verschijnen, loopt nog altijd.

De motieven van De Beers om zich op de Amerikaanse markt te willen begeven, zijn duidelijk. Maar het valt af te wachten of de stoutmoedige actie van Nicky Oppenheimer, algemeen directeur van De Beers, vruchten zal afwerpen. Totnogtoe heeft De Beers weinig vooruitgang geboekt bij het Amerikaanse ministerie van Justitie.

Oppenheimer, die absoluut niet ontkent dat De Beers een kartel vormt in de sector van juweeldiamanten, is in het offensief gegaan. ,,In jullie ogen moet ik de reïncarnatie van de duivel zijn, de antichrist'', vertelde hij vorig jaar aan studenten van de Harvard Business School in Kaapstad. ,,We verhelen niet dat we de diamantmarkt willen beheersen, de toevoer willen controleren, de prijzen willen beheren en met onze partners afspraken willen maken.''

Volgens Oppenheimer mag De Beers niet onder de normale concurrentieregels vallen omdat diamanten een uniek product zijn en omdat de marketing via één kanaal voordelen biedt voor producent en consument. Juweeldiamanten hebben uiteindelijk geen intrinsieke waarde. ,,We verkopen iets dat een enorme waarde heeft voor de koper, maar geen echte waarde heeft'', zei hij onlangs in een interview met de Financial Times.

Met een tweede argument wil Oppenheimer een beroep doen op het Amerikaanse geweten over Afrika. Hij wijst erop dat verschillende economieën van het continent sterk afhankelijk zijn van de verkoop van ruwe diamant, waarvoor het kartel, natuurlijk, een hoge prijs handhaaft. Botswana, Namibië en Zuid-Afrika zijn goed voor de helft van de wereldwijde ontginning van diamanten. Afrika als geheel is goed voor 75 procent.

,,Ik vind dat de houding van het ministerie van Justitie niet overeenstemt met het Amerikaans buitenlands beleid, dat de wederopbouw en de ontwikkeling van Afrika wil steunen'', zegt Oppenheimer.

Een reden waarom De Beers weer toestemming wil krijgen om naar de VS te gaan, is dat er vorig jaar onverwacht een boycot door consumenten dreigde. Mensenrechtenactivisten zeggen dat sommige diamanten met Afrikaans bloed zijn besmeurd omdat groepen rebellen diamanten ontginnen om hun burgeroorlogen te financieren.

Aangespoord door internationale drukkingsgroepen, wilden de Verenigde Naties en de regeringen van de VS en Groot-Brittannië de diamanthandel van rebellen stopzetten in landen als Angola, Sierra Leone en de Democratische Republiek Congo. Een lid van het Amerikaans congres heeft een wet voorbereid waarbij de tientallen miljoenen diamanten die jaarlijks in de VS worden verkocht, een certificaat van herkomst moesten hebben.

De Beers reageerde snel en stopte de aankoop van de meeste Angolese diamanten. Het herbekeek ook zijn aankoopactiviteiten in Congo en West-Afrika. Als het erin slaagt een reputatie op te bouwen als verkoper van ,,propere'' diamanten, zal het de verkoop kunnen doen stijgen van diamanten van het merk De Beers.

De managers van De Beers zeggen dat ze verder zaken kunnen doen in de VS via tussenpersonen, zoals dat al gebeurt sinds de Tweede Wereldoorlog. Maar het zou natuurlijk gemakkelijker zijn om merkproducten te verkopen als de naam van het bedrijf gezuiverd is en de managers naar de VS mogen gaan.

Het argument van De Beers over het belang van de diamanten voor erkende Afrikaanse producenten, zal op sympathie kunnen rekenen in de VS. Maar wat het kartel betreft, daar zit geen beweging in. Zelfs als de klacht uit 1994 komt te vervallen, vraagt De Beers misschien nog te veel van de Amerikaanse justitie als het een speciale behandeling verwacht als wettelijke monopoliehouder.

Zelfs in Europa, waar De Beers totnogtoe weinig tegenwind kreeg voor zijn controle over de diamantmarkt, vreest Oppenheimer dat de verkoop van merkdiamanten wettelijke problemen zou veroorzaken met de instanties die toezien op de vrije concurrentie. De Beers heeft zijn plannen bevroren om stenen te verkopen met een microscopisch logo van De Beers.

Maar Oppenheimer geeft de hoop niet op om naar de VS te kunnen gaan, zoals zijn toenadering tot het ministerie van Justitie aantoont. ,,We geloven dat het goed is om te bekijken of er geen manier is om tot een regeling te komen'', zei hij onlangs. ,,We hebben het nog niet opgegeven.''

© The Financial Times