Welkom op de waanzinnige werkvloer. Hier leggen werkgevers werknemers in de watten. Na de kinderopvang, de flipperkast en het levensgrote schaakbord, zijn ze toe aan aandelenpakketten en deelname in de winst. En bij softwaregroep Oracle -- zo gonst het gerucht door informaticaland -- serveren ze de beste maaltijden van Silicon Valley.

In 1998 veranderde één op vier werknemers in hetzelfde Silicon Valley nochtans van job. Dat cijfer is bijna het dubbele van het Amerikaanse gemiddelde. Het ligt maar liefst 60 procent hoger dan dat van 1989. Geen wonder dat bedrijven er alles aan doen om de aankomende job hopper op andere gedachten te brengen. Ze krijgen almaar meer bijkomende voordelen.

Het voltallige corps decision makers in de dop beleeft opwindende tijden. Maar op de lagere echelons van de bedrijfsstructuur legt de euforie het af tegen toenemende onzekerheid. Temidden fusies en overnames stellen medewerkers daar zich vlugger dan vroeger vragen bij hun onvervangbaarheid. Hun functie kan ieder ogenblik worden uitbesteed aan bijvoorbeeld een adviesbureau.

Generatie M is groot geworden met dat soort onzekerheid. Twintigers betrekken Mac-jobs, naar Steve Jobs' Macintosh, maar ook Mc-jobs, naar 's werelds bekendste fastfoodketen McDonald's. Tot de eerste categorie behoren de mensen die met hun mighthy mouse de toekomst maken. Zij maken de nieuwe media nog elke dag nieuwer. Ze putten erkenning uit hun job, en handenvol netwerkplezier. De wereld -- werkgevers incluis -- ligt aan hun voeten.

Mc-jobs zijn minstens even populair, maar anders. Ze staan voor de snelle hap in de marge van de arbeidsmarkt. Hier komt het er voor de jonge wolven op aan om snel geld te verdienen, desnoods met de gedachten op nul. Echt werkplezier is in een Mc-job zelden aan de orde. En van extralegale voordelen, laat staan van historisch hoog ondernemersvertrouwen, hebben de meeste minder hoog geschoolden helemaal nooit gehoord. Job hopping is niet voor alle werkers weggelegd.

Maar in de IT-sector scheert de trend hoge toppen: een ietwat software-ontwikkelaar verandert van werkgever als van ondergoed. En ook voor marketeers is een nieuwe job iedere twee of drie jaar heel gewoon. Overigens zijn de jongste werknemers veruit de meest mobiele. Vandaag veranderen Amerikanen negen keer van baan vóór hun vijfendertigste. Zelfs als ze op een dag de job van hun leven niet vinden, zijn ze weg natuurlijk.

Nooit eerder stonden de zaken er beter voor, maar de situatie is nooit enger geweest, verzucht één werkgever on line. Heel wat bedrijfsleiders zitten stilaan met de handen in het haar. Behalve het weggegooide geld van een waardeloos interview, zijn er aan job hopping nogal wat soft costs verbonden: het dipje in de productiviteit bijvoorbeeld, als een ervaren kracht opstapt en een groentje zich inwerkt. Bij het vertrek van een software ingenieur schiet een bedrijf zo'n 123.000 dollar in.

Met die berekeningen van de Amerikaanse Corporate Leadership Council in het achterhoofd bedanken personeelschefs liever voor het risico dat aan de aanwerving van een job hopper is verbonden. Maar nu de vraag naar bepaalde skills het aanbod vaak ver overtreft, nemen bedrijven de kandidatuur van sollicitanten met een patchwork-parcours toch weer in overweging. En dan is er plots weer waardering voor iemand die her en der heeft meegedraaid en een hoop ervaring heeft. Meer uit noodzaak dan uit overtuiging, overigens, want de verontwaardiging van de HRM blijft in de regel groot als zo'n job shopper binnenstapt met een verlanglijstje in de aanslag.

Met de herstructureringsgolf van de afgelopen jaren verloren talloze werknemers werkzekerheid. Bedrijfstrouw werd een naïef woord. Tegenwoordig blijft de job hopper vooral zichzelf trouw. Hij gaat zelf op zoek naar het bedrijf dat bij hem past. Hij zoekt kansen om te groeien, om betrokken en gewaardeerd te worden.

Om geld alleen is het de meeste hoppers niet te doen. Een bedrijfscultuur op maat geeft doorgaans de doorslag om één job te laten staan voor een andere. Voor krenterigheid op het vlak van arbeidsklimaat, opleiding of flexibiliteit, betalen ondernemingen vroeg of laat de rekening. Bij zulke bedrijven willen ze niet blijven. Misschien de reden waarom liefst 70.000 vacatures bij ons niet ingevuld raken?

Maar inmiddels zijn zowat alle analisten het hierover eens: het is voor de grote maatschappijen ondenkbaar geworden om de voordelen nog terug te schroeven. Tot ten minste 2008 zullen ze job hoppers over de vloer krijgen. Dan verwachten waarnemers een nieuwe demografische opstoot die het aanbod wellicht weer de hoogte in zal drijven. Tot die tijd houdt de manager maar beter rekening met arbeidsmobiliteit. Aan de gouden horizon van de werknemer valt vooralsnog geen gouden horloge te bespeuren.

(De auteurs zijn trend- en mediawatchers van het adviesbureau Bekx&X.)