Paus noemt voorgeborchte voorbijgestreefd
VATICAANSTAD - Na jarenlange debatten heeft paus Benedictus XVI de traditionele katholieke voorstelling van een voorgeborgte (Limbus) voor voorbijgesteefd verklaard.
,,De uitsluiting van onschuldige kinderen uit het paradijs spreekt de bijzondere liefde van Christus voor de jongeren tegen'', zo luidt het in de motivatie van een met het pauselijke stempel bezegeld document. De Italiaanse media stellen zaterdag dat Benedictus zich vooral heeft laten leiden door het wereldwijd hoge aantal abortussen om de stap te zetten.

Het idee van een speciale afdeling van het voorgeborchte voor kinderen, de zogenaamde Limbus infantium, stamt uit de Middeleeuwen maar heeft het nooit tot officiële kerkelijke leer geschopt.

Eind vorig jaar werd al bekend dat de internationale theologische commissie overleden kinderen die niet gedoopt werden niet meer naar het voorgeborchte wil sturen, maar onmiddellijk toegang tot de hemel verschaffen.

Het lot van kinderen die overleden nog voor ze het levenslicht zagen of die slechts korte tijd leefden zonder gedoopt te zijn, werd geregeld door de beroemde vijfde eeuwse theoloog Sint Augustinus. Omdat hun ziel niet werd gezuiverd van de erfzonde door het doopsel, konden ze niet naar de hemel. Maar omdat ze nog niets verkeerd gedaan hadden, konden de zielen van de kinderen ook niet naar de hel. Daarop werd het voorgeborchte geïntroduceerd.

Vandaag stelt de katholieke theologie dat zelfs niet-christenen onder bepaalde voorwaarden het heil kunnen ontvangen dat God wil voor alle mensen. Het doopsel lijkt dus geen verplicht paspoort meer voor de hemel.

In 1984 verklaarde de huidige paus, toen nog kardinaal Joseph Ratzinger en voorzitter van de theologische commissie, zich persoonlijk voorstander van de afschaffing van de ,,hypothese'' over het bestaan van het voorgeborchte.