BELGRADO - In Servië zijn zondag om 7 uur de stembussen opengegaan voor de parlementsverkiezingen. Zowat 6,6 miljoen Serviërs trekken naar de stembus. De verkiezingen worden internationaal met argusogen bekeken want ze zijn bepalend voor de toekomst van het land.
Het politieke landschap is in Servië niet zozeer opgedeeld in rechts en links, maar wel in voor of tegen integratie in de Europese Unie. Aan de ene kant staan de pro-westerse partijen, aan de andere kant de ultranationalistische eurosceptici. Beiden kunnen rekenen op ongeveer de helft van de kiezers.

Volgens de laatste opiniepeilingen schommelen de twee grootste partijen van het land, de Democratische Partij (DS) van president Boris Tadic en de ultranationalistische Servische Radicale Partij (SRS) van de populaire politicus Tomislav Nikolic rond de 28 tot 30 procent. Nikolic vertegenwoordigt Vojislav Seselj, die in Den Haag vastzit. Hij wordt door het Joegoslavië-Tribunaal verdacht van misdaden tegen de menselijkheid begin jaren '90.

Op de derde plaats in de peilingen staat de Democratische Partij van Servië (DSS) van premier Vojislav Kostunica.

Kosovo

Daarnaast staat ook de kwestie Kosovo op de agenda. Kosovo is een afvallige Servische provincie, bewoond door een Albanese meerderheid, en sinds 1999 de facto een VN-protectoraat.

De Kosovaren willen alleen over volledige onafhankelijkheid praten, terwijl de Serviërs en de Russen het daar niet mee eens zijn. De speciale VN-gezant voor Kosovo, de Finse oud-president Martti Ahtisaari, leidt de onderhandelingen over het toekomstig statuut van Kosovo. Na de parlementsverkiezingen legt hij zijn eindrapport neer.

De stembussen blijven open tot 20 uur.