Vlaamse auteurs krijgen dit jaar 54.600 euro meer
Koen Van Bockstal, directeur van het Vlaams Fonds der Letteren. Foto: EDM

Het Vlaams Fonds der Letteren (VFL) zal dit jaar 954.200 euro aan werkbeurzen uitbetalen aan auteurs, dat is 54.600 euro meer dan vorig jaar. ‘Een werkbeurs geeft auteurs de mogelijkheid om een gedeelte van het jaar tijd te kopen om ongestoord te kunnen werken aan hun literaire creaties’, aldus het VFL.

Het aantal auteurs dat voor het eerst om een werkbeurs vroeg, lag dit jaar aanzienlijk hoger. Van de 131 auteurs die een aanvraag indienden, zullen 103 de werkbeurs die ook krijgen, zo heeft het VFL woensdag gemeld. Volgens directeur Koen Van Bockstal is het aantal aanvragen licht gestegen, maar het aantal toegekende beurzen hetzelfde gebleven. ‘Het gaat bovendien om een gemiddelde. Niet iedereen zal dit jaar meer krijgen’, klinkt het.

Het VFL betaalt elk jaar werkbeurzen aan Vlaamse auteurs voor hun literaire verwezenlijkingen en de auteurs kunnen die ieder jaar opnieuw aanvragen. Een werkbeurs bedraagt momenteel gemiddeld 9.264 euro, een stijging van 580 euro vergeleken met 2018.

Plafond

Dat de beurs bovenop normale inkomsten zoals boekenverkoop, auteursrechten en lezingen komt, wilt nog niet zeggen dat auteurs er stinkend rijk van worden. Daarover waakt een inkomensplafond van 40.800 euro. ‘Als door de aangevraagde beurs het bruto belastbaar inkomen van een auteur het plafond overschrijdt, wordt de beurs ingeperkt’, bevestigt van Bockstal.

De eenheden die een auteur krijgt, worden op basis van een inkomensplafond uitbetaald. Auteurs zullen het toegekende bedrag dus niet altijd volledig ontvangen. 

De belangrijkste criteria voor de toekenning van een beurs zijn de kwaliteit van het recent gepubliceerde werk en de verwachte kwaliteit van het nieuwe werk. Maar de stijging valt volgens Van Bockstal niet eenduidig te verklaren. ‘Een auteur krijgt natuurlijk een hogere werkbeurs omdat die volgens de commissie een zeer goed boek heeft geschreven of een overtuigend plan voor zijn nieuw werk heeft uitgestippeld. Daarbij hebben een aantal auteurs die voor 2018 geen beurs hebben aangevraagd dit voor 2019 wel gedaan, allen om enorm diverse redenen: de jobs die ze met hun kunst combineren bijvoorbeeld, of minder winst uit hun auteursrechten.’

Op beide oren slapen

Jaarlijks verantwoordt het VFL zich met een verslag tegenover de cultuurcommissie van het Vlaams Parlement. Daarnaast legt de Raad van Bestuur – onder meer op basis van de beursaanvragen – het budget voor aan de minister van Cultuur (momenteel Sven Gatz, Open VLD). ‘Zolang dat in evenwicht is met de overheidsdotatie, kunnen wij en de auteurs op beide oren slapen’, aldus Van Bockstal.

Nochtans zitten de cultuurbesparingen van 2015 nog fris in het achterhoofd. ‘We moesten het met 7,5% minder budget doen, maar hebben dit zo goed mogelijk intern geïncasseerd. Nooit hebben we bespaard op auteurs, illustratoren of vertalers.’