Wat u moet weten over de verkiezingen
Foto: IMAGEGLOBE

Een voorbereide kiezer is er twee waard, of toch bijna. Aan de hand van deze veelgestelde vragen baant u zich probleemloos een weg naar het stemhokje. Klik op een vraag om het antwoord te lezen.

We stemmen op kandidaat-volksvertegenwoordigers voor de Vlaamse, Waalse, en Brusselse parlementen, het federaal Parlement, en het Europees Parlement. De verkiezingen van de parlementen vinden om de vijf jaar plaats.

De regionale parlementen tellen respectievelijk 124, 75 en 89 zetels. Het federaal Parlement telt in totaal 210 zetels, waarvan 60 voor de Senaat (die niet meer verkozen wordt) en 150 voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Het Europees Parlement telt maar liefst 750 zetels, waarvan er 21 voor België zijn weggelegd.

Hoe meer stemmen een partij haalt, hoe meer zetels die krijgt. Het aantal stemmen op de partijen wordt  verdeeld volgens de D’Hondt-methode.

De allereerste zetel vraagt om de meeste stemmen, de volgende zetels steeds minder. De grootste partij heeft dankzij dit systeem sowieso de eerste zetel beet. Het systeem staat dan ook bekend als een systeem dat de grootste partijen bevoordeelt, tot grote ergernis van kleinere partijen.

Het systeem werkt als volgt:

In een fictieve kieskring strijden drie partijen om 6 zetels. Het stemcijfer van partij A bedraagt 1000, dat van partij B 700, en dat van partij C 400. Vervolgens deel je elk stemcijfer door één, twee, drie, enzovoort, tot de tien grootste uitkomsten onder de drie partijen berekend zijn.

Partij A: 1000, 500, 333, 250

Partij B: 700, 350, 233, 175

Partij C: 400, 200, 133, 100

De zes hoogste cijfers (vetgedrukt) staan garant voor een zetel. Partij A krijgt de eerste, derde en zesde zetel. Partij B krijgt de tweede en vijfde, partij C moet zich tevredenstellen met alleen de vierde zetel.

Een belangrijk cijfer voor het systeem is de kiesdeler: het quotiënt van de laatste zetel die wordt uitgedeeld (in dit voorbeeld is dat 333). Als u het stemcijfer— het totaal aantal stemmen van de lijst — deelt door de kiesdeler, komt u ook aan het (afgeronde) aantal zetels uit. Neem nu partij A: 1000/333 = ongeveer 3 zetels.

Het parlement maakt deel uit van de wetgevende macht (in tegenstelling tot de regering, die tot de uitvoerende macht behoort). Dat wil zeggen dat het parlement wetten maakt, maar ook de regering benoemt en controleert. De kiezer heeft dus een indirecte invloed op de vorming van een nieuwe regering.

De grootste partij in het Vlaams, Waals of Brussels Parlement heeft het initiatiefrecht: die mag het eerst een regering proberen te vormen. Weet wel dat een partij op zichzelf zelden een meerderheid heeft. In de plaats daarvan gaat de grootste partij partners zoeken om een coalitie te vormen. We hebben pas een regering als een meerderheid van de parlementsleden groen licht geeft.

Het federaal parlement heeft ongeveer dezelfde functies als de regionale varianten, maar dan op nationaal niveau. Het staat echter niet in voor de benoeming van de regering, dat doet de koning. De Senaat en de Kamer hebben dus alleen een controlerende en wetgevende functie.

De koning nodigt de partijvoorzitters en voorzitter van de Kamer en de Senaat uit voor een audiëntie, met als doel het benoemen van een informateur en een formateur. De informateur wikt en weegt welke regeringsvormingen mogelijk zijn. Pas na de afwegingen kiest onze vorst een formateur, die de taak krijgt om een federale regering te vormen. Als die in zijn opzet slaagt, benoemt de koning hem of haar doorgaans tot premier van de federale regering.

Voor de keuze van een formateur houdt de koning natuurlijk rekening met de stembusuitslag, al hoeft hij geen voorrang te verlenen aan de voorzitter van de grootste partij.

Het Europees Parlement plaatst u best onder dezelfde noemer als de Belgische parlementen. Samen met de Europese Commissie en de Raad van de Europese Unie vormt het Parlement het wetgevende luik van de Europese Unie.

De EU houdt zich bezig met globalere thema’s zoals migratie, klimaat, en de Europese begroting. De gratis roaming in Europa, de inperking van het gebruik van het meest vervuilende plastic en de privacy-hervorming: een handvol maatregelen die de EU in deze ambtstermijn trof.

Tot voor kort had enkel de Commissie het initiatiefrecht om met nieuwe wetten of regelgevingen voor de dag te komen. Sinds het Verdrag van Maastricht (1992) kreeg het Europees Parlement ook initiatiefrecht, maar dan via een verzoek aan de Commissie om wetsvoorstellen te maken.

Binnen de wetgevende macht heeft het Europees Parlement ook een controlerende en benoemende functie. Elk land dat lid wil worden van de EU moet van de instemming van het Parlement genieten. Ook moet de Europese commissievoorzitter door het Parlement goedgekeurd worden. Momenteel is dit Jean-Claude Junker, wiens mandaat eindigt in november 2019.

Onder de noemer van de Brexit wil het Verenigd Koninkrijk al een tijdje uit de Europese Unie stappen, en dus ook zijn parlementsleden terugtrekken. Dit zou betekenen dat de 73 zetels van het VK verdeeld worden onder de overige EU-landen. De Brexit kwam echter te traag op gang, waardoor het VK nu niet meer aan de verkiezingen kan ontsnappen. Ons land zou hier sowieso geen voordeel uit gehaald hebben: België kreeg geen extra zetels toegewezen.

Een kieskring bakent een zone af, waarvan de inwoners op dezelfde kandidaten kunnen stemmen. Doorgaans stellen politici zich kandidaat in de kieskring waar ze wonen, omdat ze daar van meer publieke aanhang genieten.

Bij de indeling van de kieskringen in Vlaanderen gelden de grenzen van de provincies.

De verkiezingen voor de Kamer tellen elf kieskringen: ze komen overeen met de tien provincies plus het Brussel Hoofdstedelijk Gewest. Wallonië deelt zijn kieskringen in volgens arrondissement en het Brussel Hoofdstedelijk Gewest telt er maar een.

Vlaanderen telt zes kieskringen: vijf voor elke provincie, een voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Vanuit Brussel zullen uiteindelijk zes rechtstreeks verkozenen in het Vlaams Parlement zetelen. De overige 118 zetels worden onder de provincies proportioneel verdeeld volgens het inwonersaantal.

Het Waals Parlement telt met zijn elf kieskringen dus veel kleinere kieslijsten.

Bij de verkiezingen van het Europees Parlement wordt België opgedeeld in vier kieskringen (Vlaams, Waals, Brussels Hoofdstedelijk en Duitstalig), om die dan te herleiden naar drie kiescolleges volgens taal: Nederlandstalig, Franstalig en Duitstalig. Brusselaars mogen kiezen tot welk college ze behoren.

Verder is het Europees Parlement opgedeeld in acht fracties: politiek gekleurde stromingen vergelijkbaar met partijen. De 21 verkozen Belgische parlementsleden kiezen onafhankelijk van elkaar tot welke fractie ze willen behoren. De fractieverdeling verloopt dus niet volgens nationaliteit.

Een partij kan alleen in het parlement zetelen als ze de kiesdrempel haalt: 5 procent van het totaal aantal stemmen. De invoering van de kiesdrempel moet de versnippering van de politieke partijen tegengaan. Hoe minder partijen nodig zijn om een regering te vormen, hoe stabieler die regering is, luidt de redenering. Als er minder zetels te verdelen vallen in een kieskring, ligt de drempel hoger, omdat de kiesdeler dan ook hoger ligt. De drempel van vijf procent is wel het minimum.

In het stemhokje kunt u op verschillende manieren stemmen. De manier waarop u uw stembiljet invult, bepaalt hoe er met uw stem wordt omgegaan.

U brengt een naamstem (of voorkeurstem) uit als u op een of verschillende kandidaten van een kieslijst stemt. Een naamstem geeft een voordeel aan die kandidaat ten opzichte van zijn of haar partijgenoten. Let wel: een voorkeurstem op meerdere kandidaten telt nog steeds als één stem voor die partij.

U mag voor meer dan één politicus stemmen, maar die moeten wel tot dezelfde partij behoren. Stemmen voor politici van verschillende partijen is verboden.

Bij een lijststem neemt u vrede met de gegeven rangorde van de kiezerslijst.

Om te weten wie mag zetelen, wordt eerst het ‘verkiesbaarheidscijfer’ bepaald: het stemcijfer gedeeld door de som van het aantal toegekende zetels plus één. Iedereen die dat cijfer haalt, krijgt een zetel. Wie dat cijfer niet haalt, kan stemmen krijgen uit de pot. En in de pot zitten de lijststemmen. Beter: de helft van de lijststemmen. Die worden dan verdeeld onder de kandidaten die het verkiesbaarheidscijfer niet haalden. Wie bovenaan de lijst staat, wordt eerst bediend, daarna de tweede, daarna de derde… Tot de lijststemmen op zijn.

Een fictief voorbeeld kan helpen.

De Partij van de Burger kreeg 100 lijststemmen. Lijsttrekker Jan kreeg 50 stemmen. Marie kreeg er 40. Piet 40. Eva 59. Het verkiesbaarheidscijfer is 60.

In de pot zitten 50 stemmen (de helft van de 100 lijststemmen). Jan krijgt er 10 van en heeft zijn 60 stemmen beet. Marie krijgt er 20 en heeft haar stemmen. Piet krijgt er ook 20, heeft zijn verkiesbaarheidscijfer gehaald en nu is de pot leeg. Eva, die vierde op de lijst stond en meer stemmen kreeg dan de nummers twee en drie, grijpt naast een zetel. Ze haalt immers het verkiesbaarheidscijfer niet en de pot met lijststemmen is leeg. Het kleine voorbeeld bewijst dat, hoe hoger de partij je op de lijst zet, hoe meer kans je hebt op een zetel.

Ongeldig stemmen is alleen nog mogelijk wanneer uw gemeente met papieren stembiljetten werkt. Elektronische toestellen laten geen ongeldige stemmingen toe, maar wel blanco stemmen. Daarvoor is er een aparte sectie op het scherm.

Dankzij de naamstem kunt u op meerdere kandidaten tegelijk stemmen, maar niet van verschillende partijen. Geeft u een voorkeurstem op kandidaten uit verschillende partijen — dat heet panacheren —, dan is uw stem ongeldig.

Wat wel mag is voor partij A stemmen voor de Kamer en voor B stemmen bij de Vlaamse verkiezingen. Dat zijn aparte stembiljetten, niemand weet dus ooit dat u niet helemaal consequent hebt gestemd.

Alle Belgen die ten laatste op 1 maart 2019 de nationaliteit verkregen, en ten laatste op de dag van de verkiezingen 18 jaar werden, zijn wettelijk verplicht om te gaan stemmen. Mits een geldig excuus, gecombineerd met een attest, kan u wel bij volmacht uw stem uitbrengen. U geeft dan iemand de volmacht om in uw plaats naar het stemhokje te gaan. Volgens de Kieswet mag dat om het even wie zijn.

Ook als u door onvoorziene omstandigheden de dag zelf niet stemt, moet u toch een geldige reden kunnen voorleggen aan de vrederechter.

De volgende redenen geven u het recht om zelf niet te gaan stemmen (en dus een volmachtstem uit te brengen): een doktersattest, een attest van uw werkgever of van de uitoefening van uw beroep (voor zelfstandigen, schippers, marktkramers of kermisreiziger), een attest van de religieuze overheid, een attest van de instelling waar u studeert en een attest van tijdelijk verblijf in het buitenland.

Wie door het strafrecht een vrijheidsbeneming werd opgelegd, mag ook een volmachtstem aanvragen bij de directie van de strafinrichting maar is daartoe niet verplicht.

Eens u door een attest via een volmacht mag stemmen, hoort u een volmachtformulier in te vullen (te vinden op de website van de verkiezingen). Dit formulier geeft u mee aan de persoon die je tot volmachtkrijger hebt benoemd. Hij of zij neemt ook het attest van uw afwezigheid en zowel uw als zijn eigen oproepingsbrief mee. Uw identiteitskaart mag u thuis laten.

Niet-Belgen mogen sowieso niet deelnemen aan de federale en regionale verkiezingen.

Niet-Belgen vanuit een EU-land mogen vanuit België deelnemen aan de Europese verkiezingen als ze zich inschrijven op de kiezerslijst van hun gemeente.

Niet-Belgen die niet uit een land van de EU komen, moeten ten laatste tegen 28 februari ingeschreven zijn op de kiezerslijst en in het bevolkings- of vreemdelingenregister van hun gemeente.

Belgen die langdurig in het buitenland verblijven, moeten stemmen op de Kamerleden en de Europese parlementsleden. Hun inschrijving in het bevolkingsregister moet ook worden bijgehouden in de consulaire beroepspost van het verblijfsland.

Als burger kan je tot 23 mei opgeroepen worden om te komen assisteren bij uw lokale stem - of telbureau. Als bijzitter of voorzitter ziet u erop toe dat iedere kiezer ingeschreven staat in de kiezerslijst en dat niemand twee keer stemt.

Wanneer u opgeroepen wordt om mee te helpen in het tel- of stembureau, bent u daartoe wettelijk verplicht. U kunt dat aanvechten, maar het is de kantonvoorzitter die beslist of uw reden al dan niet volstaat. Al zijn er daar ‘geen wettelijke regels rond’, meldt Chantal Neirinckx, administratief coördinator van de verkiezingen bij dienst Burgerzaken van Stad Gent (De Standaard 7/05).

Voor de verkiezing van de bijzitters van de stem- en telbureaus is er geen regelgeving. Alleen voor de voorzitters van de stem- en telbureaus en de bijzitters van de telbureaus zijn er richtlijnen die aangeven wie er sneller gekozen wordt. Gerechtsdeurwaarders, advocaten, magistraten, gerechtelijke stagiairs, hogergeplaatste ambtenaren en onderwijzend personeel komen meer in aanmerking. ‘We hebben mensen nodig die over enig leiderschap en organisatietalent beschikken om alles in goede banen te leiden’, aldus Neirinckx.

De organisatie van de Europese, federale en regionale verkiezingen kost 13 miljoen euro.

Op 26 mei wordt in een klein derde van de gemeenten elektronisch gestemd, in de rest op papier. De 19 Brusselse gemeenten, de gemeenten van de Duitstalige Gemeenschap en 157 Vlaamse gemeenten (52%) hebben die dag stemcomputers geïnstalleerd. In de overige Vlaamse gemeenten en alle Waalse gemeenten worden stemhokjes met een potlood klaargezet.

Alle elektronische stemmachines produceren voortaan een papieren bewijsstuk. Daarmee kan de kiezer nagaan of zijn keuze correct geregistreerd is. De kiezer moet dat bewijsstuk in een urne steken, zodat bij problemen die stemmen nog herteld kunnen worden.

Ook in Brussel is er een nieuwigheid. De kiezer krijgt op het reuzenscherm alle partijen te zien voor het college waarvoor men wil kiezen, zowel die van het Nederlandstalige als van het Franstalige college. Dat is een wijziging die Jan Jambon (N-VA) heeft doorgevoerd. Jambons opvolger Pieter De Crem (CD&V) staat achter de keuze, ‘want zo komt iedereen gelijk aan de start’.

In het verleden leidde het feit dat men eerst de keuze van het kiescollege moest maken vooral bij Vlaams Belang en N-VA tot tandengeknars. Zij kregen na het stemmen vaak van Franstaligen te horen: ‘We wilden wel op jullie stemmen, maar vonden jullie niet op de computer’. Aan dat euvel is nu verholpen.