Armoede verandert van generatie: niet gepensioneerden maar jongeren hebben het extra moeilijk
Foto: Brecht VAn Maele
Het aantal gepensioneerden in aanhoudende armoede is in tien jaar tijd bijna gehalveerd, het aantal jongeren in aanhoudende armoede bijna verdubbeld

Wie spreekt er nog over kinderarmoede, hoewel daar evident de prioriteit ligt?’ De ­Antwerpse armoede-expert Ive Marx stelt zich op Twitter vragen bij de verkiezingscampagne, waarin een zware klemtoon wordt gelegd op het optrekken van de pensioenen naar 1.500 euro per maand en ­andere ‘wilde pensioenbeloften’.

De jongste armoedecijfers van de FOD Sociale Zekerheid laten zien dat het armoedeprobleem niet langer geconcentreerd zit bij de oudere bevolking. De klassieke armoede bij gepensioneerden daalt snel, zeker als er gekeken wordt naar de ‘persistente armoedegraad’, mensen die minstens twee van de voorgaande drie jaren in armoede leefden.

Dat heeft te maken met het ­optrekken van de minimum­uit­keringen voor ouderen en met het hogere aantal vrouwen dat aan het werk is. Daardoor is het aantal gepensioneerden in aanhoudende armoede onder 9 procent gezakt. 

In tien jaar tijd zijn de 65-plussers verschoven van de groep met de hoogste aanhoudende ­armoedegraad naar de groep met de laagste armoedegraad. De groep met tijdelijke armoede is ook jarenlang gezakt, maar die daling is de jongste jaren stopgezet.

Kwart van de kinderen

Bij de jongeren, de groep tot 18 jaar, merken we net het om­gekeerde, met sinds 2015 een forse groei van de jongeren die in aanhoudende armoede leven, ondanks de economisch betere ­jaren.

De tijdelijke armoede bij jongeren, waarbij de situatie op één moment wordt gemeten, blijft wel vrij stabiel. Afhankelijk van de leeftijdscategorie loopt ongeveer 20 tot 25 procent van alle kinderen risico op armoede of sociale uitsluiting.

De armoede groeit vooral bij laaggeschoolde gezinnen, gezinnen zonder werk of gezinnen die huren. De armoedegraad bij mensen met een migratieachtergrond is in België het grootst van alle EU-landen.

Het resultaat is dus een stabiel armoedecijfer, dat tegengestelde evoluties verbergt. 

Sociale uitkeringen niet efficiënt

‘De recentste gegevens vestigen ook de aandacht op de afnemende doelmatigheid van de sociale uitkeringen voor de actieve bevolking’, schrijven de onderzoekers. ‘Sociale uitkeringen slagen er minder en minder in om personen op actieve leeftijd boven de armoedegrens te tillen, terwijl de doelmatigheid van de pensioenen is toegenomen.’ 

De armoede bij gepensioneerden is vandaag niet meer hoger dan bij de jongere bevolking, maar dat betekent nog niet dat er geen uitdagingen meer zijn. ­Vergeleken met de buurlanden ­lopen de gepensioneerden nog altijd een ­hoger armoederisico