Unia behandelt steeds meer dossiers over homofobie
Themabeeld Foto: BELGA

Het Gelijkekansencentrum Unia behandelde vorig jaar 125 dossiers van mensen die zich gediscrimineerd voelen omdat ze holebi zijn. Dat is een stijging met meer dan een derde (38 procent) tegenover de voorbije vijf jaar. ‘Er blijft een onderstroom van negativiteit tegenover holebi’s’, constateert Unia.

Er werden 17 voorvallen geregistreerd van fysieke agressie tegenover holebi’s. Het gaat dan bijvoorbeeld om een homokoppel dat klappen kreeg in een snackbar. Ook blijven kussende mannen of verliefde vrouwen het mikpunt van scheldpartijen of bedreigende taal. Unia opende 42 dergelijke dossiers in 2018, tegen 26 in 2017.

Opvallend is de stijging van het aantal holebifobe incidenten tegen klanten of huurders. ‘Twee keer zoveel als in 2017. Toen waren dat er 8, in 2018 hielpen we 17 keer slachtoffers verder. Dat gaat dan van homoparen die naast een appartement grijpen omdat de verhuurder “een stabiel koppel wil” tot chauffeurs van een bus of een taxi die holebi-klanten uitschelden’, aldus Unia-directeur Els Keytsman.

Het aantal dossiers over homofobie op het internet steeg van 18 in 2017 naar 31 in 2018. Het gaat bijvoorbeeld om haatdragende commentaren onder artikels, of het gelijkstellen van homoseksualiteit aan pedofilie door een ultrakatholiek forum.

Unia zette in 2018 vijf keer gerechtelijke stappen in dossiers waarin seksuele geaardheid een rol speelde.

Betekent het groeiend aantal dossiers dat holebifobie stijgt? Dat is niet duidelijk, zo klinkt het bij Unia. De cijfers tonen wel aan dat verbaal en fysiek geweld tegenover holebi’s bestaat en geen uitzondering is. Die negatieve onderstroom is volgens Unia ook niet toe te schrijven aan één bepaalde groep. ‘Die onderstroom zien we bij de meest uiteenlopende groepen, gaande van jongeren binnen de straatcultuur naar onverdraagzame buren tot studenten uit extreemrechtse hoek’, aldus Keytsman.