‘Door VS geleide coalitie doodde meer dan 1.600 burgers in Raqqa’
Foto: AP

Bij Amerikaanse, Britse en Franse aanvallen tegen terreurgroep Islamitische Staat in het Syrische Raqqa zijn honderden burgers gedood. Dat zegt Amnesty International. Er zijn geen aanwijzingen dat België betrokken is, ‘maar ons land moet de coalitiepartners onder druk zetten’.

Uit een groot onderzoek van Amnesty International zou blijken dat er bij de militaire campagne van de door de Verenigde Staten geleide coalitie in Raqqa, tussen juni en oktober 2017, meer dan 1.600 burgers omkwamen. Die burgerdoden zouden gevallen zijn bij duizenden Amerikaanse, Britse en Franse luchtaanvallen en tienduizenden Amerikaanse artillerieaanvallen.

‘Veel van de luchtbombardementen waren onnauwkeurig en tienduizenden artillerie-aanvallen waren willekeurig. Het is dus geen wonder dat ze honderden burgers hebben verwond en gedood’, zegt Donatella Rovera, Senior Crisis Response Advisor bij Amnesty International.

‘België moet coalitiepartners onder druk zetten’

Ook ons land nam deel aan de internationale coalitie tegen IS. zes F-16’s die opereerden vanuit Jordanië voerden operaties uit, oorspronkelijk alleen boven Irak, maar later ook boven Syrië. ‘Maar we hebben geen aanwijzingen dat België bij het militaire offensief in Raqqa betrokken was’, zegt Wies De Graeve directeur van Amnesty International Vlaanderen.

‘Ons land is echter notoir intransparant over de operaties die het uitvoerde in Syrië’, benadrukt De Graeve. ‘Dit is dan ook een oproep aan België om transparanter te zijn, deze burgerslachtoffers te onderzoeken en de coalitiepartners onder druk te zetten.’

'Dit rapport viseert België niet', zegt ook het ministerie van Defensie. 'Onze luchtmacht doet er alles aan om burgerslachtoffers door luchtoperaties te vermijden. Elk burgerslachtoffer is er één te veel.'

2 miljoen satellietbeelden geanalyseerd

Amnesty en Airwars, een organisatie die internationale militaire acties in conflictzones volgt, analyseerden verschillende gegevensstromen. Zo brachten onderzoekers van Amnesty tijdens vier bezoeken ongeveer twee maanden ter plaatse door. Ze interviewden er onder meer 400 getuigen en overlevenden.

Daarnaast kon de organisatie met het zogenaamde ‘Strike Trackers’-project vaststellen wanneer de 11.000 verwoeste gebouwen in Raqqa werden geraakt. Meer dan 3.000 digitale activisten in 124 landen namen aan het project deel en analyseerden in totaal meer dan 2 miljoen satellietbeeldframes, zegt Amnesty.

Het zogenaamde ‘Digital Verification Corps’ van de organisatie, dat verspreid is over zes universiteiten over de hele wereld, analyseerde en controleerde videobeelden die tijdens het offensief werden gemaakt.

Ook onderzoekers van Airwars en Amnesty International analyseerden bewijsmateriaal - inclusief duizenden sociale media-berichten - en legde zo een database aan van meer dan 1.600 burgers die tijdens de aanvallen van de coalitie zouden zijn omgekomen.

‘Beëindig twee jaar van ontkenning’

Amnesty International en Airwars legden hun bevindingen meermaals voor aan de door de VS geleide militaire coalitie. Die erkent dat er bij de aanvallen 159 burgers zijn omgekomen, maar doet de rest systematisch af als ‘niet geloofwaardig’, zegt Amnesty.

Beide organisaties roepen de VS en de coalitielanden dan ook dringend op om een einde te maken aan ‘twee jaar van ontkennen’. Ze vragen ook dat er een onafhankelijk, onpartijdig mechanisme komt dat moet rapporteren over burgerslachtoffers, die moet onderzoeken en de bevindingen openbaar moet maken.

Amnesty International en Airwars lanceren donderdag een interactieve website waarop het lot van honderden burgerslachtoffers wordt gedocumenteerd. ‘Rhetoric versus Reality: How the “most precise air campaign in history” left Raqqa the most destroyed city in modern times’ brengt de verhalen van families tot leven die de oorlog meemaakten en omkwamen.